Het voorbije joodse dordrecht
Weduwe Roosje hertrouwde
met de weduwnaar Salomon
Wat bovenal opvalt, zijn de overeenkomsten – aardige en akelige.
Als Roosje Monasch (1867), een geboren Dordtse, op 2 december 1920 in Dordrecht haar ja-woord geeft aan de Amsterdammer Salomon Tukkie (1866), zijn zij bijvoorbeeld beiden al op leeftijd. Zij is 52, hij 54.
Allebei zijn zij ook eerder getrouwd geweest. Salomon met plaatsgenote Fijtje de Vries, die vijf dagen nadat zij hun eerste kind Grietje had gebaard, overleed – nog pas 27 jaar oud. En Roosje was al de echtgenote geweest van Alexander van Duuren uit Utrecht, die op zijn 37ste is overleden.
Wat Roosje daarnaast nog deelt met Salomon, is hun nare dood. Ze zijn namelijk tegelijk vermoord in Sobibor, op 20 maart 1943. Toen waren ze beiden al bejaard: 75 en 77. Maar leeftijd deed er niets toe voor de Duitsers: wie joods was, moest worden vernietigd, jong net zo goed als oud.
In dit verhaal: hoe heeft voor Roosje, die kinderloos is gebleven, het leven zich ontwikkeld vóórdat de Duitsers haar arresteerden?
![]() |
De Swammerdamstraat vanaf nummer 56 rechts aflopend naar nummer 50, gefotografeerd na de oorlog, in juli 1985. |
Laatste
Roosje was het zesde en laatste kind dat haar ouders kregen.
Haar vader is Isaac Monasch. Hij is geboren in Gouda op 3 augustus 1828 en in Dordrecht overleden op 1 oktober 1889. Haar moeder is Betje Hartog. Zij kwam ter wereld in het Duitse Kleef op 12 oktober 1827. En zij is, het valt meteen op bij de research naar dit gezin, één dag na Isaac gestorven, op 2 oktober 1889 − misschien wel puur van verdriet. Ze zijn beiden 61 jaar oud geworden.
Aan Roosje gingen vijf kinderen vooraf, van wie er drie maar kort hebben mogen leven, zoals blijkt uit dit overzicht:
1. Louis, geboren 14.11.1853 – Dordrecht, 18.3.1904: 50
2. Esther, geboren 30.12.1854 – Dordrecht, 12.6.1930: 75
3. Grietje, geboren 5.3.1858 – Dordrecht, 9.9.1859: 1
4. Godschalk, geboren 10.6.1860 – Dordrecht, 26.5.1862: 1
5. Antje, Dordrecht 1.8.5.1863 – Dordrecht, 18.2.1868: 4 jaar.
6. Roosje, Dordrecht, Dordrecht, 5.12.1867 – Sobibor, 20.3.1943: 75.
Roosje trouwde op 19 oktober 1893 in haar woonplaats Dordrecht met Alexander van Duuren, een zoon van Jacob Marcus van Duuren en Betje van Samuel Lion. Zij was 26, hij een jaar jonger, geboren als hij is in Utrecht op 27 juni 1867. Het huwelijk heeft maar kort geduurd: Alexander overleed al na acht jaar, op 10 juni 1905 in Amsterdam. Zijn sterfdatum was op de website ‘WieWasWie’, die voor deze levensfeiten normaal kan worden geraadpleegd, niet te vinden. Uiteindelijk bracht de website Familysearch uitkomst. Alexander blijkt slechts 37 jaar oud te zijn geworden.
Alexander heeft maar enkele jaren in Dordrecht gewoond, zo achterhaalde de Dordtse archiefonderzoekster Erica van Dooremalen. Eerst op het adres Nieuwkerksplein 26, daarna op de Taankade, op nummer 18rood. In 1899 vertrekt hij naar Utrecht, alleen. Hij gaat bij zijn moeder wonen, in de Vosstraat op nummer 14bis. Van 21 tot 28 april 1902 wordt hij in de Utrechtse strafinrichting zeven dagen opgesloten, wegens een mishandeling die zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had. Op 3 oktober 1903 vertrekt hij naar Amsterdam, waar hij in 1905 komt te overlijden.
![]() |
Alexander van Duuren en Roosje hebben na hun huwelijk in Dordrecht op 19 oktober 1893 gewoond op het Nieuwkerksplein (nummer 26) en aan de Taankade (18 rood), Alexander pas vanaf de 23ste, zo te zien. |
![]() |
Roosje trouwde op 2 december 1920 met Salomon Tukkie, zo laat haar persoonskaart zien. |
Leeftijd
Roosje hertrouwde pas na vijftien jaar. De huwelijksvoltrekking had opnieuw plaats in Dordrecht, op 2 december 1920. Dit keer stond Salomon Tukkie naast haar, een diamantversteller uit Amsterdam. Salomon is op 7 januari 1866 geboren in Amsterdam als zoon van Mozes Tukkie en Heintje Wallach. Hij was inmiddels, zoals gemeld, 54, zij 52 jaar oud.
Voor Roosje was het haar tweede huwelijk, voor Salomon zijn derde. Zijn eerste echtgenote was Fijtje de Vries (Amsterdam, 28 februari 1859), die op 29 juli 1885 met hem trouwde. Bijna twee jaar later overleed Fijtje, op 10 februari 1887, in trieste omstandigheden: zij had vijf dagen eerder haar eerste kind gebaard, dochter Grietje, op de vijfde februari.
De tweede echtgenote van (de nu 22-jarige) Salomon werd op 6 juni 1888 in Amsterdam de 25-jarige Sophie Brandel (Brussel, 20.1.1863, soms: 20.1.1865), een dochter van de koopman Elias Brandel en Rebecca Leda. Met Sophie kreeg Salomon vier kinderen:
1. Grietje (Amsterdam, 5.2.1887),
2. Hijman (Amsterdam, 16.1.1891),
3. Elias (Amsterdam, 4.5.1893) en
4. Henriëtte (Amsterdam, 29.1.1901).
Moeder Sophie overleed op 13 juni 1917 in Amsterdam, op 52-jarige leeftijd.
![]() |
Salomon was eerder al getrouwd geweest met Fijtje de Vries en Sophie Brandel, blijkt uit zijn persoonskaart. |
Derde
Drie jaar later werd Roosje voor Salomon zijn derde echtgenote. Het huwelijk had plaats in Dordrecht, háár geboortestad immers. Salomon was intussen 63 jaar oud, Roosje 62.
Roosje ging vanzelfsprekend bij Salomon wonen, die zelf, komend uit Rotterdam, al vanaf 6 juli 1913 in Amsterdam was gaan wonen, in de Swammerdamstraat op nummer 50 II, en er nog altijd woonde. Roosje en Salomon leefden er onbezorgd hun leven, totdat de Tweede Wereldoorlog uitbrak en zij op een onfortuinlijke dag door de Duitsers werden opgepakt.
Op hun persoonskaarten uit het archief van de Joodsche Raad staat dat Roosje en Salomon gezamenlijk in Kamp Westerbork werden opgesloten, op 9 maart 1943, in afwachting van deportatie. Acht dagen later was het al zover. Dwars over de kaarten is met rood potlood geschreven: “tr 17/3/43”. Dit betekent dat zij tegelijk op transport zijn gezet – naar Sobibor, waar zij ook op een en dezelfde dag zijn vergast, 20 maart 1943. De treinreis naar oostelijk Polen had drie dagen geduurd.
![]() |
De Joodsche-Raadkaarten over Salomon en Roosje. Zij blijken, voordat zij op 17 maart 1943 op transport werden gezet, vanaf 9 maart beiden in Kamp Westerbork opgesloten te zijn geweest. |
![]() |
Op deze kamplijst staat zowel Salomon (1866) als Roosje (1867). |
Overlevende
De kinderen uit het tweede huwelijk van Salomon – met Sophie Brandel –, zijn in de Tweede Wereldoorlog allen omgekomen of omgebracht, op één na. Dit is er met de kinderen gebeurd:
1. Grietje (1887) is als echtgenote van koopman Juda Busnach (Amsterdam, 20 augustus 1886) vermoord in Auschwitz, op 1 februari 1943, in de leeftijd van 55 jaar. Juda zelf is een overlevende van de Holocaust.
2. Hijman (1891) stierf in Amsterdam, op 12 juni 1941, als 50-jarige en als echtgenoot van Alida van Kleeff (Amsterdam, 29 april 1895). Alida eindigde in Sobibor, op 23 juli 1943, in de leeftijd van 48 jaar. Het echtpaar had twee kinderen: kantoorbediende Salomon (Amsterdam, 29 juli 1920), die op dezelfde dag als zijn moeder Alida werd vergast in Sobibor, 22 jaar oud, en Louis (Amsterdam, 30 mei 1926), die de Holocaust heeft weten te overleven. Hij stierf in Amsterdam op 6 december 1952, 26 jaar oud.
3. Elias (1893) belandde in Sobibor, waar hij op 21 mei 1943 is vermoord als 50-jarige. Hij was koopman van beroep.
4. Henriëtte (1901) heeft als enige de oorlog overleefd. Zij stierf in Den Haag op 14 december 1979, 78 jaar oud. Henriëtte was de echtgenote van Markus Kupferman (Maagdenburg, Sachsen-Anhalt, 19 januari 1902). Hij was 23 en winkelbediende toen hij in Amsterdam op 12 maart 1925 zijn ja-woord gaf aan de 24-jarige Henriëtte.
Voor de oorlog, zo weet de website ‘Joods Monument’ aanvullend te melden, woonde Henriëtte in de Rijnstraat, op nummer 159 II. Ze is tot 1956 in Amsterdam blijven wonen. Daarna woonde ze afwisselend in de VS, weer in Amsterdam en ten slotte in Den Haag – vanaf juni 1971 in de Mariastraat op nummer 94. Haar echtgenoot Markus is al op 13 december 1968 overleden, in New York, op 66-jarige leeftijd.
![]() |
Het formulier van de Oorlogsgravenstichting over Salomon, na de oorlog ingevuld, op 15 juni 1957. |
< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'






