Het voorbije joodse dordrecht

Rebekka van Gelder: stille
vrouw op de achtergrond


Hendrik van Viandenstraat in Amersfoort

Dit is, anno augustus 2024, het pand in de Hendrik van Viandenstraat
in Amersfoort waarin Rebekka vanaf 1 augustus 1939 woonde,
op nummer 24 (rechts van het steegje).
Foto Google Streetview

Rebekka van Gelder was een bescheiden vrouw.
        Ze kwam uit een groot Dordts gezin van liefst elf kinderen, gesticht door Salomon van Gelder en Branco Bobbe. Zij was hun derde nakomeling. Als jonge volwassene ging Rebekka werken als hulp in de huishouding, in Amersfoort. Ze had daar bovenal een dienende functie, zelf bleef ze als dienstbode liever op de achtergrond. Nog zo’n feit over deze vrouw-op-de-achtergrond: ze is altijd ongehuwd gebleven.
        Hoeveel meer bescheidenheid kan iemand kenmerken?
        Van de elf kinderen Van Gelder stierven er drie kort na hun geboorte. Gerrit, de eerstgeborene, overleed in 1930, ver voor de Tweede Wereldoorlog. De zeven kinderen er daarna nog overbleven, zijn vervolgens allen vermoord door de Duitsers – zo ook Rebekka. Haar leven eindigde in Auschwitz, op 1 februari 1943.
        Aan uiteenlopende leden van de familie Van Gelder zijn elders op deze Stolpersteine-website, hier en daar eerder passages gewijd. Zie bijvoorbeeld verhaal 54, verhaal 64 en verhaal 210. Dit artikel is volledig gewijd aan Rebekka. Nochtans is het noodgedwongen kort van lengte: over Rebekka, de stille vrouw, zijn weinig levensfeiten te vinden.

Dordtse geboorteakte van Rebekka van Gelder

Rebekka is, volgens haar Dordtse geboorteakte, geboren op 25 september 1870 om 23 uur, in de Wijngaardstraat.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD)


advertentie ter gelegenheid van de 35-jarige echtvereniging van Salomon en Branco

Een advertentie in het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ (NIW)
van 26 april 1907 ter gelegenheid van de 35-jarige echtvereniging van Salomon en Branco.
Foto Delpher


Huwelijk
Salomon van Gelder, Rebekka’s vader, is een heuse Dordtenaar, in die stad geboren op 1 maart 1848. Op 24 mei 1872 trouwde hij, koopman zijnde en 24 jaar oud, in Brielle met de 20-jarige Branco Bobbe. Zij was een dochter van de koopman Emmanuel Bobbe en de winkelierster Rebekka van Gelder; hij was een zoon van de muzikant Gerrit van Gelder en de beroepsloze Betje Lion. Branco, de bruid, was in Brielle geboren op 31 oktober 1851 en daarom had het huwelijk daar plaats, zoals toentertijd nog de gewoonte was.
        Het bruidspaar bleef er evenwel niet, het fundeerde zich in Dordrecht. En terwijl ze er het ene na het andere kind kregen, verhuisden Salomon en Branco verschillende keren – van bijvoorbeeld Wijngaardstraat 4 en 10 naar Voorstraat 75, 21 en 53.
        Gerrit was de eerstgeborene van het echtpaar. Hij kwam ter wereld op 24 januari 1873, volgens de geboorteakte “des voormiddags ten half twaalf ure”, en wel op weer een andere locatie in de binnenstad: in de Kolfstraat, op nummer C 1058. Dit gebeurde acht maanden na de bruiloft. Branco was dus al zwanger toen zij met Salomon trouwde. Eersteling Gerrit is overigens al begin jaren dertig overleden, in Dordrecht op 23 december 1930. Hij, echtgenoot van Elizabeth den Hartog, is 57 geworden.
        Terzijde: Elizabeth, geboren in Alblasserdam op 31 december 1879, trouwde op 19 december 1901 met Gerrit, in Dordrecht. Haar vader is Isaac Elias den Hartog (Ridderkerk, 1 november 1848 – Alblasserdam, 13 februari 1881: 32); haar moeder is Rebekka Abraham Morisco (Numansdorp, 13 maart 1848 – Poortugaal, Albrandswaard, 23 januari 1921: 72). In de Tweede Wereldoorlog was de weduwe Elizabeth directrice van een spaarbank. Op 14 mei 1943 is zij vermoord in Sobibor, als 63-jarige.

Branco van Gelder, stierf in Keulen op 15 februari 1929

Branco, de weduwe van Salomon van Gelder,
stierf in Keulen op 15 februari 1929, aldus deze advertentie in het NIW van 22 februari 1929.
Foto Delpher

Verhuisd
Terug naar de familie Van Gelder. Sommige broertjes en zusjes van Gerrit hadden minder geluk in het leven: zij stierven vrij kort na de geboorte. Dit betrof
        Betje (3.10.1876 – 5.2.1878: 1 jaar),
        Simon nr. 1 (22.2.1881 – 7.3.1881: 14 dagen) en
        Abraham (22.2.1881 – 28.2.1881: 7 dagen).
Van de elf nakomelingen waren er aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nu nog zeven over. Dit waren:
        Emanuël (1874),
        Rebekka (1878),
        Grietje (1882),
        Betje (1884),
        Klaartje (1888) en
        Simon nr. 2 (1890).
        Hun ouders waren jaren eerder al overleden. Vader Salomon stierf op 28 juli 1910, op 62-jarige leeftijd. Hij is begraven op de joodse begraafplaats in Dordrecht.
        Zijn vrouw Branco is daarop naar Keulen verhuisd, op 12 december 1912, samen met drie van haar kinderen en een zus van haar, Grietje geheten. In dat gindse Duitsland is Branco ook overleden, als 77-jarige op 15 februari 1929. Ze woonde op het adres 23 II Lütticher Strasse. De familie plaatste op 22 februari een rouwadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad, waarin zij meedeelde dat in Cöln am Rhein Branco, “onze geliefde Moeder, Behuwd- en Grootmoeder, Mevr. Wed.”, op 15de is overleden, “tot onze diepe droefheid”.
        Waarom Branco zich uitgerekend in Duitsland heeft gevestigd, is niet bekend. Maar in datzelfde land zouden later zeven van haar kinderen botweg worden vergast

Huwelijken
En Rebekka, de hoofdpersoon van dit verhaal? Hoe verging het haar intussen?
        Zij was een van die kinderen die enige tijd in Keulen hebben gewoond. Het is aan te nemen dat zij pas daarna in Amersfoort als huishoudelijke hulp is gaan werken, te weten bij de familie van Isaäc Engelsman in de Hendrik van Viandenstraat, op nummer 24.
        Wie was hij?
        Isaäc is geboren in Kockengen op 22 maart 1869. Op de website Joods Monument staat dat hij in 1896 in Elburg eerst trouwde met Sientje Vecht (Elburg, 4 juli 1923). Nadat zij was overleden, als 54-jarige op 13 januari 1918, hertrouwde hij op 2 november 1921 als 52-jarige in Amsterdam met de 53-jarige Sophia Philip (Rotterdam, 29 september 1868), die zelf een weduwe was van Joël de Leeuw (Harlingen, 15 november 1859). Op 6 oktober 1924 scheidden Isaäc en Sophia, waarna Isaäc als 59-jarige op 4 juli 1928 voor de derde keer trouwde, nu met de 55-jarige Alida Kalf (Amsterdam, 3 oktober 1872).
        Deze Alida was zelf ook al eens getrouwd geweest, vanaf 4 augustus 1926 met de diamantbewerker Simon van Praag. Dit paar scheidde een jaar later. Alida is als echtgenote van Isaäc op 13 april 1939 in Amersfoort overleden, 66 jaar oud.

Zuider Amstellaan

Een ansichtkaart uit 1930 van de Zuider Amstellaan, waar Rebekka in de oorlog is komen te wonen, op nummer 177 I.
Foto Website ‘Wikimedia Commons’ (fotograaf onbekend)

De persoonskaart Rebekka van Gelder

De persoonskaart van Rebekka laat zien dat zij vanuit de Amstellaan is afgevoerd naar Duitsland,
per beschikking van 26 november 1942.
Foto Stadsarchief Amsterdam

Gedwongen
Het was bij deze weduwnaar Isaäc dat de ongehuwde Rebekka van Gelder in de huishouding kwam te werken. In welk jaar is niet bekend, zoals er over haar werkzame leven daar ook niets is gevonden kunnen worden.
        De eerstvolgende verifieerbare feiten over Rebekka betreffen de oorlogstijd. De website van de Stichting Herdenkingsstenen Amersfoort meldt dat Rebekka op een bepaald moment is “gedwongen naar Amsterdam te vertrekken”. Dat gegeven komt overeen met de kaart van de Joodsche Raad over haar. Daarop staat dat Rebekka, haar naam is hier overigens geschreven als Rebecca, in deze stad op het adres Zuider Amstellaan 177 I kwam te wonen.
        Op de achterkant van de kaart staat ditzelfde adres nog eens, maar nu op naam van I. Engelsman, de Isaäc uit Amersfoort dus, haar voormalige werkgever. De reden dat Isaäc en Rebekka allebei in Amsterdam zaten, is deze: “De Duitsers hadden bepaald dat Joden uit geheel Nederland in Amsterdam moesten gaan wonen”, legt de website De Dokwerker uit. Met andere woorden: Isaäc en Rebekka, werkgever en dienstbode en beiden joods, werden op last van de bezetter verplicht zolang in deze stad te gaan wonen.

Rebekka’s kaart in het archief van de Joodsche Raad

Voor- en achterkant van Rebekka’s kaart in het archief van de Joodsche Raad.
Zij is op 29.1.1943 op transport gezet, vanaf Barak 55 in Westerbork.
Wat de woorden ‘ziekentransport’ en ‘Pappenheim’ betekenen, is niet achterhaald kunnen worden.
Foto Arolsen Archives

Stempel
Een eerstvolgend officieel feit is de aantekening op diezelfde kaart dat Rebekka op 19 januari 1943 is opgepakt. Die datum is erop gestempeld. Zij belandde nog op diezelfde datum in Kamp Westerbork, in Barak 55.
        Er staan nog twee notities. De ene luidt: “Ziekentransport Pappenheim”. Wat hiermee wordt bedoeld is raadselachtig. Rebekka, inmiddels 64 jaar oud, zal toch niet eerst naar deze Duitse residentiestad Pappenheim zijn vervoerd, gelegen in het Beierse Altmühltal? Een stad die overigens een rijke joodse geschiedenis kent en een relatief grote joodse begraafplaats?
        Dit lijkt allemaal nogal onwaarschijnlijk. En een andere betekenis van het begrip Pappenheim is via Google niet gevonden.
        Wat wel onbetwistbaar vaststaat, is dat Rebekka op 29 januari 1943 op transport naar Auschwitz is gezet, zoals de rode potloodaantekening op haar Joodsche-Raadkaart aantoont. Haar transport had als nummer: 47. Enkele dagen later, op 1 februari 1943, is Rebekka er vermoord.

Een naoorlogse concentratiekamplijst met de naam van Rebekka

Een naoorlogse concentratiekamplijst met de naam van Rebekka. Zij is vermoord in Auschwitz, op 1 februari 1943.
Foto Arolsen Archives

***

Haar familieleden, de overgebleven zes broers en zussen, eindigden ook allen in concentratiekampen, zo laat dit trieste overzicht zien:
1. Emanuël, geboren 18.10.1874, werd in Sobibor omgebracht op 20 maart 1943 (1874), als 68-jarige.
2. Grietje, geboren 4 maart 1882, stierf in Auschwitz, op 25 januari 1943, 60 jaar oud.
3. Betje Noach-van Gelder, geboren 18 juli 1884, belandde ook in Auschwitz en werd er vermoord op 6 september 1944, 60 jaar oud. Zij was de echtgenote van Samuel Noach (Deventer, 6 juli 1882 – Auschwitz, 26 oktober 1943: 60 jaar, koopman).
4. Koopman Louis, geboren 12 augustus 1886: omgebracht in Auschwitz, 9 november 1942, 56 jaar oud.
5. Klaartje, geboren 30 april 1888: vermoord in Auschwitz op 25 januari 1943, 54 jaar oud.
6. En ten slotte de pianoleraar Simon, geboren 8 februari 1890: vermoord in Bergen-Belsen op 17 december 1944, 54 jaar.

formulier van de Oorlogsgravenstichting, Rebekka betreffend

Ook naoorlogs: een formulier van de Oorlogsgravenstichting, Rebekka betreffend.
Foto Nationaal Archief






< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'