Het voorbije joodse dordrecht

Marcus Norden: meer thuis
in Arnhem dan in Dordrecht
* Overzicht van de families Norden en Wimpfheimer
* Aantal joodse slachtoffers in Arnhem varieert nogal

Astoria-bioscoop op de Voorstraat

De Astoria-bioscoop op de Voorstraat,
vlakbij de Visstraat, in de jaren twintig.
David Norden was van 1920-1921
directeur van Astoria.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 556_1513)

De joodse familie Norden heeft in Dordrecht zowel een zielsgelukkig als diepbedroefd moment beleefd. En dat kort na elkaar.
        Verrukt zullen David Norden en Paulina Wimpfheimer zijn geweest toen Paulina op 13 augustus 1920 beviel van zoon Marcus − hun eerste en enige kind. Maar ontredderd zal vader Norden zich hebben gevoeld, geschokt zelfs, toen nog geen drie maanden later, op 9 november, Paulina plotseling stierf, pas 32 jaar oud. Zij werd begraven op de joodse begraafplaats aan de Achterweg.
        Of het daarmee te maken had, is niet meer na te gaan, maar een krap jaar later, op 25 okrtober 1921, verliet David Norden Dordrecht, waar hij directeur was van het Astoria-bioscooptheater aan de Voorstraat. Hij, Amsterdammer van geboorte, ging samen met zoontje Marcus naar Arnhem, de geboortestad van zijn vrouw. Tweeëntwintig later werden zijzelf ook door een vroegtijdige dood getroffen: beiden werden rücksichtslos, met een tussenpoos van drie maanden, vermoord in Auschwitz.
        Marcus Norden is al met al slechts veertien maanden Dordtenaar geweest. Hij heeft zijn moeder niet gekend en al helemaal niet de stad. Maar: wie eenmaal in Dordrecht is geboren, blijft voor altijd een geboren Dordtenaar. Om die reden wordt hier een levensschets gegeven van Marcus Norden en omringende familieleden.

Twee pagina’s uit het Amsterdamse bevokingsregister van de familie Norden

Twee pagina’s uit het Amsterdamse bevokingsregister. De familie Norden,
die zeven kinderen omvatte, woonde aan de Zwanenburgwal op nummer 88.
Foto Stadsarchief Amsterdam

Zeven kinderen
David Norden is een van de zeven kinderen die Hartog Norden kreeg met Saartje Leefsma. Maar voor sommige van die broers en zussen bleef het leven kort.
        Hartog (Delft, 16.11.1855) − slachtersknecht van beroep, later pensionhouder − vestigde zich in 1882 met Saartje (Gorredijk, 9.3.1855) in Amsterdam. Op de 22ste november waren zij in deze stad in het huwelijk getreden; in december 1882 betrokken zij er hun woning, aan de Zwanenburgwal, op nummer 88. Achtereenvolgens kwamen daar die zeven telgen ter wereld: 1. Anna (31.8.1883, overleden op 2 juli 1884: 10 maanden), 2. David (7.8.1884), 3. Anna nr. 2 (7.8.1885), 4. Izak (1.9.1886, overleden 8 februari 1888: 16 maanden), 5. Jacob (16.12.1887), 6. Abraham (23.9.1889) en 7. Klara (3.7.1893).
        Twee kinderen verloren Hartog en Saartje in de ene eeuw, met vijf nakomelingen betraden zij de nieuwe eeuw. Maar aan het begin ervan, in 1915, raakte de familie nog een kind kwijt: Jacob. Hij overleed als 27-jarige in Den Haag op 5 oktober en werd begraven op de Amsterdams-joodse begraafplaats Muiderberg. Nu waren er nog vier.
        Aan de andere kant van het land, in Arnhem, was de familie Wimpfheimer voltooid geraakt. Kleermaker Markus Wimpfheimer (Arnhem, 5 juni 1853) had op 1 juni 1874 in zijn geboorteplaats het ja-woord gegeven aan de Duitse Babette Gunzburger, die in 1852 is geboren in Schmieheim, Baden-Württemberg, op een onvindbare dag.
        Feitelijk was het overbodig dat Markus eeuwige trouw beloofde, want eerder in dat jaar, op 13 februari, hadden zij dat al gedaan in Bruchsal, ook gelegen in Baden-Württemberg. Kennelijk was tweemaal trouwen, in ieders voorouderlijke geboortestreek, de gewoonte indertijd. Markus twintig jaar oud in dat jaar 1874, zij om en nabij 22.

Advertenties over twee van de zeven kinderen die Saartje en Hartog Norden kregen

Advertenties over twee van de zeven kinderen die Saartje en Hartog Norden kregen.
De eerste betreft Izak, die na 16 maanden al overleed (‘Centraal Blad voor Israëlieten’, 3.8.1886).
De tweede gaat over Klara, de dochter die het laatste kind was van de zeven (Idem, 7.7.1893).
Foto’s Delpher

Geboorte-advertentie van Rebekka Wimpfheimer

Babette en Markus Wimpfheimer kregen veertien kinderen. De ene advertentie toont de geboorte van Rebekka (‘Arnhemse Courant’, 10.12.1879); de andere het overlijden na 1 jaar van Samuel (Idem, 30.9.1879).
Foto’s Delpher

Grafsteen Babette, ze stierf op 5 augustus 1897

Moeder Babette stierf op 5 augustus 1897, twee jaar na de geboorte van haar laatste kind. Zij is begraven op de joodse begraafplaats Moscowa in Arnhem.
Dit is haar grafsteen.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’

Eersteling
Uit deze dubbele echtverbintenis ontstond een lange reeks kinderen.
        Babette baarde haar eersteling Marianne op 6 februari 1875, minder dan negen maanden na de bruiloft. Daarna kwamen er tot en met 1895 nog eens dertien kinderen, van wie er, zoals vaak voorkwam in die tijd, verschillende kort na de geboorte al stierven. Hun levensduur varieerde van 11 dagen tot 10 maanden tot een jaar. Dit was het geval bij vijf van de veertien nakomelingen. Een overzicht van het complete gezin Wimpfheimer in te zien via deze link.
        Twee jaar nadat haar laatste kind was geboren, overleed moeder Babette, op 5 augustus 1897. Zij heeft de 45-jarige leeftijd bereikt. Uit haar grafsteen, op de joodse begraafplaats Moscowa in Arnhem, blijkt dat Babette ook wel Bertha werd genoemd. Haar echtgenoot Markus heeft aanzienlijk langer geleefd, tot 22 november 1925. Hij stierf in Apeldoorn als een 82-jarige. Ook Markus is op Moscowa begraven.

archiefkaart van het gezin Norden in Dordrecht

De archiefkaart van het gezin Norden in Dordrecht, voor- en achterzijde. David is op 15 januari 1919 in de stad gaan wonen, Paulina volgde een dag later. Foto’s RAD

Links: Pauline Wimpfheimer en David Norden verloofd en getrouwd. Rechts: de De La Reystraat

Links: via het ‘Nieuw Israëlitisch Weekblad’ (NIW) van 19.10.1917 laten Pauline Wimpfheimer en David Norden weten dat zij zich verloofd hebben. Ruim een jaar later volgt het huwelijk, op 20 november 1918, zo meldt het NIW van 22.11.1918.
Foto’s Delpher
Rechts: het echtpaar betrok een woning aan de De La Reystraat, op nummer 4 (bij de houten tafel voor de deur).
Foto Google Streetview

Dordrecht
De families Norden en Wimpfheimer raakten verstrengeld in 1918, toen de 34-jarige David Norden, kind nummer 2, zich in het echt verbond met de 30-jarige Paulina Wimpfheimer, kind nummer 10. Dat gebeurde in Arnhem, op de 20ste november. Twee maanden nadien, op 15 (David) en 16 (Paulina) januari 1919, toog het echtpaar naar Dordrecht, naar een bescheiden woning in de De La Reystraat, op nummer 4.
        David werd in Dordrecht adjunct-directeur, later directeur, van het bioscooptheater Astoria, dat zich bijna bevond op de hoek van de Voorstraat met de Visstraat.
        Het echtelijk geluk was, zoals gezegd, van korte duur. Op vrijdag 13 augustus 1920 schonk Paulina het leven aan zoon Marcus− die zal zijn vernoemd naar zijn grootvader Markus. Iets minder dan drie maanden later overleed Paulina onverwachts, op 9 november. Zij werd ter aarde besteld op de Dordts-joodse begraafplaats. “Hier rust een sterke vrouw, de kroon van haar man”, kwam in het Hebreeuws op de grafsteen te staan.
        Misschien veroorzaakte het verlies van zijn vrouw dat bij de verdrietige Marcus elke arbeidsmotivatie en levensvreugde verdween, misschien beviel zijn baan in Dordrecht hem niet meer. Wat de aanleiding ook was, David Norden verliet een klein jaar later de stad, samen met baby Marcus, op 25 oktober 1921. Hij trok naar Arnhem, de stad waar zijn huwelijk was begonnen, en ging daar wonen in de Broerenstraat, op nummer 5. Hij werd een reiziger en loterijagent.
        Nog eens vijf jaar later hertrouwde David, nu met een oudere zus van Paulina, Henriëtte, kind nummer 6 van de Wimpfheimers. Zij was 45 jaar oud en nog ongetrouwd, David 41. Dit huwelijk zou kinderloos blijven.

Grafsteen Paulina

Drie maanden na de geboorte van Marcus overlijdt moeder Paulina, op 9.11.1920.
Zij is begraven op de Dordts-joodse begraafplaats. Links is de foto van haar grafsteen.
Foto Website ‘Het Stenen Archief’

Rechts 2 krantenknipsels over David Norden en Henriëtte Wimpfheimer:
zes jaar later hertrouwt David in Arnhem met Henriëtte , de zus van zijn eerste vrouw Paulina.
Zij zijn in ondertrouw gegaan op 26.2.1926 (NIW), ze trouwen op 10 maart 1926 (‘Arnhemsche Courant’).
Foto’s Delpher


2 krantenknipsels over David Norden en Henri&eumltte Wimpfheimer
zeldzame foto van de Dordtse Marcus: hij is de lange jongen in het midden van de tweede rij van boven

Een zeldzame foto van de Dordtse Marcus: hij is de lange jongen in het midden van de tweede rij van boven. De foto komt uit het boek ‘De stille slag’, maar staat ook op Joods Monument.Een zeldzame foto van de Dordtse Marcus: hij is de lange jongen in het midden van de tweede rij van boven. De foto komt uit het boek ‘De stille slag’, maar staat ook op Joods Monument.
Foto Website ‘Joods Monument’

Prins Hendrikstraat 16 in Arnhem, het rituele pension van Norden

David Norden en Henriëtte begonnen in de Prins Hendrikstraat in Arnhem, op nummer 16, een ritueel pension. De foto toont het desbetreffende pand anno 2022 (bij de zwarte auto).
Foto Google Streetview








  Marianne overleed in Arnhem op 23.8.1934
 

Marianne, het allereerste kind Wimpfheimer,
overleed in Arnhem op 23.8.1934 (59).
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’

Pension
De jonge Marcus ging in Arnhem naar de joodse school. Dat blijkt uit een foto die in 2003 is gepubliceerd in het boek De stille slag. Joodse Arnhemmers, 1933-1945 van Margo Klijn (Zeist, 1944).
        Tijdens een uitje van de school in Valkeveen, op 15 juni 1934, is een groepsfoto gemaakt van de leerlingen en het onderwijzend personeel. Desgevraagd denkt Margo Klijn Marcus te kunnen identificeren: de lange jongen midden in rij twee, vierde van links. Het is trouwens de enige foto die van deze geboren Dordtenaar is opgespoord.
        Zijn ouders, David en Henriëtte, begonnen in 1930 in de Prins Hendrikstraat, op nummer 16, een ritueel pension, vooralsnog alleen “gedurende de zomermaanden”, aldus een nieuwsbericht in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW) van 2 mei. In de loop der jaren groeide dit Pension Wimpfheimer uit tot een volwaardig en populair pension, waar men het hele jaar door kort of langer kon verblijven.
        In het NIW van 14 mei 1937 heet het dat dit “zeer gezellig intiem pension reeds jaren het vertrouwen geniet van “veler, die Gelre’s Hoofdstad bezoeken”. “De schitterende voldoeningsbetuigingen bewijzen, dat men in dat pension een gezellig Home, prima keuken en uitnemende bediening vindt.” In het NIW van 20 mei 1938 staat dat het pension “welbekend [is] als een gerenommeerd pension” en inmiddels is uitgerust met een “gemoderniseerde inrichting”.
        “Ieder jaar ondervinden (sic) Gez. (gezin, red) Wimpfheimer dat hun huis door een groot aantal personen bezocht en aanbevolen wordt, wel een bewijs, dat Mevr. Norden-Wimpfheimer, de eigenaresse dezer zaak, weet en begrijpt, wat door het reizend publiek verlangd wordt.” Zo nodig kunnen gasten er nu terecht “voor permanente inwoning.”
        In de loop van de tijd is ook het gezin Wimpfheimer, net als dat van de Nordens, kleiner geworden. Alida, kind nummer 7, stierf op 29 juli 1899 (17). Het leven van Rosalia, kind nummer 12, eindigde op 12 juli 1923 (32) en eersteling Marianne ging heen op 23 augustus 1934 (59). Van de veertien Wimpfheimers waren er nog vijf over, bij de Nordens waren het er vier.
        Hartog Norden, de vader van David, overleed in Amsterdam op 17 juni 1931 (75) en werd begraven in Muiderberg. Zijn echtgenote Sara Leefsma was hem voorgegaan op 29 januari 1926, ook in Amsterdam (70).

Vijf knipsels uit het NIW over het ritueel pension

Vijf knipsels uit het NIW over het ritueel pension van David Norden en Henriëtte Wimpfheimer aan de Prins Hendrikstraat 16 in Arnhem, van respectievelijk 2.5.1930, 11.5.1934, 14.5.1937, 20.5.1938 en 31.5.1940.
Foto’s Delpher

Grafsteen Markus Wimpfheime, Hartog Norden, Rosalia Wimpfheimers, Jacob Norden

Verschillende familieleden overleden in de jaren tien, twintig en dertig.
Markus Wimpfheimer, de man van Babette, ging heen op 22 november 1925 (82).
Hartog Norden, de man van Sara Leefsma, stierf op 17 juni 1931 in Amsterdam (75). Hij is begraven in Muiderberg.
Rosalia, kind nummer 12 van de Wimpfheimers, stierf in Arnhem op 12 juli 1923 (32). Zij is begraven op Moscowa.
Jacob Norden, kind nummer 5, stierf op 5 oktober 1915, hij ligt op Muiderberg.
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’

Oorlog
En dan barst in hevigheid het Duitse oorlogsgeweld los. De nazi’s jagen met name op de joden.
        Van alle nog levende Wimpfheimers zal niemand de Holocaust overleven. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog waren alle oorspronkelijke, directe familieleden vermoord. Alles was tot zwijgen gebracht.
        Het gezin dat het pension in de Prins Hendrikstraat dreef, is volledig uitgeroeid. Vader David en zijn tweede vrouw Henriëtte eindigden tegelijk in Auschwitz, op 12 oktober David en zijn tweede vrouw Henriëtte eindigden tegelijk in Auschwitz, op 12 oktober 1942, respectievelijk 58 en 61 jaar oud. (Stief)zoon Marcus, de kortstondige Dordtenaar, werd ook in Auschwitz omgebracht, maar iets later, op 31 januari 1943, 22 jaar oud.
        En de andere Wimpfheimers? Saartje, een zus van Henriëtte en kind nummer 2, eindigde in Auschwitz, op 12.10.1942, 66 jaar oud. Dit geldt ook voor Johanna, kind nummer 3: Auschwitz, 12.10.1942 (65). Bernardina, kind nummer 9 liet het leven in Sobibor, op 30.4.1942 (58). Ten slotte Simon, kind nummer 14. Hij werd omgebracht ergens in Midden-Europa, op 31.3.1944 (48).
        Handelsagent Simon was op 7 oktober 1942 nog getrouwd in Kamp Westerbork, voor velen het voorportaal van hun dood. Zijn echtgenote werd stenotypiste Cecile Marcelle Mendels (Amsterdam, 29.9.1905). Voor haar heeft het huwelijk een maand geduurd. Zij is om het leven gebracht in Auschwitz op 9 november 1942, 37 jaar.

Joodse-Raadkaarten van David Norden, zijn vrouw Henri&eumltte en zoon Marcus

De Joodse-Raadkaarten van David Norden, zijn vrouw Henriëtte en zoon Marcus.
Zij zijn op dezelfde dag (9 oktober 1942) in Kamp Westerbork op transport gezet, maar David en Henriëtte zijn beiden op 12 oktober in Auschwitz vergast, Marcus ‘pas’ op 31 januari 1943.
Foto’s Arolsen Archives

Gezin de Vries: moeder Klara, vader Jacob, dochter Sara, dochter Alida en een zoon

Ook omgebracht in de oorlog, in Auschwitz op 30 september 1942: Klara Norden (kind nummer 7), haar man Jacob de Vries en hun dochters Sara (tweede van links) en Alida. Alleen een zoon heeft de Shoah overleefd; hij was op zee.
Foto Website ‘Joods Monument’

Noodlot
Voor de aanverwante familie Norden had de jodenvervolging al evenzeer huiveringwekkende gevolgen.
        Het noodlot van David Norden is al beschreven. De overige drie kinderen Norden overkwam dit:
        1. Anna, kind nummer 2 (7.8.1885): Auschwitz, 17.9.1943 (58). Zij was de vrouw van Henri Jacob Cats (Gouda, 4.10.1884 – Auschwitz, 17.9.1942, 57, kok) en dreef met hem aan de Nieuwe Herengracht 31 Rusthuis Cats. Het echtpaar had vier kinderen, die allen zijn omgebracht:
                1. Sara Veronica (Amsterdam, 5.10.1911 – Auschwitz, 7.7.1944; 32),
                2. David Herman (Amsterdam, 18.9.1912 – Midden-Europa, 31.3.1944; 31; reiziger),
                3. Veronica (Amsterdam, 11.1.1914 – Sobibor, 4.6.1943; 29; magazijnbediende) en
                4. Herman Leo (Amsterdam, 12.4.1915 – Mauthausen, 1.9.1941; 26; dansleraar).
        2. Abraham, kind nummer 6: Neukirch, Duitsland, 27.3.1943 (53). Abraham, arts van beroep, was op 9 januari 1918 in Den Haag getrouwd met Grietje Viskoper (Den Haag, 22.4.1890), die al op 17 juli 1934 in Den Haag was overleden, op 44.-jarige leeftijd. Abraham was daarna opnieuw getrouwd, op 17.8.1938 in Den haag, met Rachel de Raaij (Haarlem, 17.5.1890). Rachel is vermoord in Auschwitz, op 9.11.1942 (52). Met de drie kinderen van Abraham en zijn eerste vrouw Grietje gebeurde er dit:
                1. Herman (Den Haag, 20.6.1918 – Auschwitz, 30.9.1942 (24),
                2. Simon (Den Haag, 3.1.1920 – Midden-Europa, 9.3.1943; 23) en
                3. Jacob (Den Haag, 25.5.1924 – geen overlijdensdatum gevonden).
        3. Klara, kind nummer 7: Utrecht, 30.9.1942. Klara, een kinderjuffrouw en pianolerares die ook toneel speelde, was sinds 1919 de partner van handelsreiziger in rookartikelen Jacob (‘Jacques’) de Vries (Amsterdam, 11.6.1882). Drie kinderen had dit echtpaar:
                1. zoon was tijdens de oorlog als marconist op zee. Hij heeft de oorlog overleefd, zo niet zijn zussen:
                2. Sara (‘Miep’, Arnhem, 11.4.1922 – Auschwitz, 30.9.1942 (20) en
                3. Alida (‘Lida’, Utrecht, 9.12.1924 – Auschwitz, 30.9.1942 (17). De ouders zijn allebei op dezelfde 30ste september in Auschwitz vermoord, Jacob is 60 geworden, Klara 49. Het gezin woonde in de Huijgensstraat, op nummer 24 bis in Utrecht.

monument van Betty Jacobs op de voormalige Kippenmarkt

Het monument van Betty Jacobs op de voormalige Kippenmarkt,
een gebedsrol met ernaast een koffer.
Foto Wikipedia

Zoektocht
In totaal zijn uit Arnhem 1500 joden gedeporteerd*, vijf keer zoveel als bijvoorbeeld uit Dordrecht, Marcus’ geboortestad. Zeven decennia later wordt in Arnhem vasthoudend geprobeerd om van al die slachtoffers méér te vinden dan alleen hun naam. “Dat kan een verhaal zijn, een foto of een fragment”, schreef Vincent Bos in de Arnhemse Koerier van 22 mei 2022 over die zoektocht. “Op die manier krijgen de slachtoffers een gezicht.”
        De verhalen over de 1500 vermoorde joodse Arnhemmers worden geplaatst op de website ‘Joodse Monument Arnhem’, waarop in ieder geval hun namen al te vinden zijn. Behalve over dit digitale monument beschikt Arnhem ter nagedachtenis aan hen óók over een heus, fysiek monument. Het is op 17 november 2019 onthuld en staat naast de uitbouw van de Eusebiuskerk op het Kerkplein.
        Het gedenkteken bevindt zich op de voormalige Kippenmarkt, tegenwoordig Jonas Daniël Meijerplaats geheten. Op die plek stond vroeger de Israëlitische godsdienstschool en dichtbij de synagoge. Het herdenkingsmonument, ontworpen door beeldhouwer Betty Jacobs, heeft de vorm gekregen van een Thora, de joodse gebedsrol, met ernaast een koffer op een breed voetstuk. Die koffer “staat symbool voor de bagage die de Arnhemmer joden bij zich hadden toen ze gedeporteerd werden”, lichtte Omroep Gelderland toe.
        Aan de voet van het gedenkteken zijn QR-codes aangebracht, en die leiden naar de namen van de slachtoffers op het digitale monument.
        Arnhem is, meldde de Arnhemse Koerier, een van de laatste steden met een joods monument. “Dat we er zo laat mee zijn, heeft allerlei redenen”, vertelde Peter Jetten, de beheerder van de website. Eén reden is volgens hem dat eerder “veel aandacht” is geweest voor de operatie Market Garden. Jetten: “Schrijfster Margo Klijn heeft de situatie van de joden niet voor niets aangeduid als ‘De Stille Slag’. Er is lang minder aandacht voor geweest.”
        Jetten vertelde de krant verder dat het “moeilijk is” om gegevens over de afgevoerde joodse Arnhemmers te achterhalen. “We moeten het hebben van de nabestaanden. Ik schrijf ook verhalen en heb meerdere dochters en zonen gesproken. Zo wilde ik gegevens achterhalen van Ada Goldsmid. Ik vroeg op welke school haar moeder gezeten had, maar dat wist de dochter niet. Het geeft aan dat het steeds lastiger wordt om achter verhalen te komen.”
        Het is “een hele speurtocht”, vatte de Arnhemse Koerier samen, maar “de betrokkenen zetten door”.

Amsterdamse persoonskaart van Marie van Aalst

De Amsterdamse persoonskaart van Marie van Aalst, de echtgenote van Isidore.
Zij heeft medische experimenten in Auschwitz overleefd en is hertrouwd in december 1946.
Foto Stadsarchief Amsterdam

twee steentjes in de Bovenbrugstraat in Arnhem, voor Isidore en het ongeboren kind

De twee steentjes in de Bovenbrugstraat,
voor Isidore en het ongeboren kind.
Foto Wikipedia

Blanco
Arnhem kent net als Dordrecht Stolpersteine. Maar voor de 1500 joodse slachtoffers zijn er tot dusverre, volgens de laatste stand van september 2021, pas 54 steentjes gemetseld op 23 locaties. Eén ervan is overigens blanco. Zoiets is uitzonderlijk. Daarom wordt er in dit ‘Arnhemse’ achtergrondartikel even op ingegaan.
        In de Bovenbrugstraat op nummer 42 zijn twee steentjes verankerd. Het ene is voor Isidore Lievendag (Borne, 9.2.1906 – Auschwitz, 9.1.1944; 37), het andere, onbeschreven steenje is voor het ongeboren kind dat Isidore en zijn vrouw niet hebben gekregen.
        De naam van de echtgenote wordt noch op de landelijke website ‘Joods Monument’ genoemd, noch op de gelijknamige Arnhemse website. Denkelijk is dat gebeurd omdat zij de oorlog heeft overleefd. Maar via het Amsterdamse Stadsarchief is haar naam simpel te achterhalen: Marie van Aalst (Amsterdam, 13.5.1913).
        Marie blijkt een kantoorbediende en secretaresse te zijn geweest. Zij trouwde Isidore in Amsterdam op 25 maart 1942. Zij doken vervolgens “samen met nog drie andere mensen” onder op een adres in Deventer, zo is te lezen op de landelijke site ‘Joods Monument’. “Het onderduikgezin wilde op een bepaald moment van hen af, en een familielid gaf de vijf onderduikers daarom aan bij de politie.”
        Op 15 augustus 1942 werd het echtpaar gearresteerd. Het belandde in Kamp Westerbork en daarna in Auschwitz, waar de zwangere Marie werd “gedwongen een abortus te ondergaan”. Daar zijn er in de Experimentenbarak “diverse medische experimenten op haar uitgevoerd”.
        Marie van Aalst overleefde de oorlog en hertrouwde op 4 december 1946 − met Herman Sajet (Amsterdam, 1.9.1914). Zij scheidden evenwel op 10 december 1952. Marie van Aalst woonde aan de Amstel, op nummer 139c en 137 c. Ten slotte huisde ze, vanaf 17 september 1990, op het adres Rondeel 105. Inmiddels is ze overleden, deelt de gemeente Amsterdam mee op haar site. Maar haar overlijdensdatum is vooralsnog niet vrijgegeven.

***

Terug naar de families Norden en Wimpfheimer. In het pension aan de Prins Hendrikstraat 16 hebben volgens Joods Monument in mei 1940 in totaal zeven familieleden gewoond.

Overzicht van de families
Norden en Wimpfheimer
De vader van Marcus Norden (Dordrecht, 13 augustus 1920) was David Norden, zijn moeder Paulina Wimpfheimer. Marcus was hun enige kind.

        Nadat Paulina vier weken na de bevalling van Marcus was overleden, op 32-jarige leeftijd in Dordrecht, hertrouwde David Norden zes jaar later met een oudere zus van Paulina, Henriëtte Wimpfheimer, op 10 maart 1926 in Arnhem. Dit huwelijk bleef kinderloos.

        De zussen Wimpfheimer komen uit een omvangrijk gezin, van in totaal veertien kinderen. Hun vader was de kleermaker Markus Wimpfheimer, hun moeder Babette Gunzburger. Van de telgen Wimpfheimer zijn er vijf omgebracht in de Tweede Wereldoorlog.

Familie Wimpfheimer

Het originele gezin was aldus samengesteld:

Vader

Markus Wimpfheimer (Arnhem, 5 juni 1853 – Apeldoorn, 22 november 1925: 82 jaar).
Huwelijk in Arnhem op 1 juni 1874.
Moeder

Babette Gunzburger (Schmieheim, Baden-Württemberg, 1852 (geboortedatum onvindbaar) – overleden, Arnhem, 5 augustus 1897: 45 jaar).
Kinderen:
1. Marianne (Arnhem, 6 februari 1875 – Arnhem, 23 augustus 1934: 59 jaar).
2. Saartje (Arnhem, 21 januari 1876 – Auschwitz, 12 oktober 1942: 66 jaar).
3. Johanna (Arnhem, 30 mei 1877 – Auschwitz, 12 oktober 1942: 65 jaar).
4. Samuel (Arnhem, 20 september 1878 – Arnhem, 28 september 1879: 1 jaar).
5. Rebekka (Arnhem, 9 december 1879 – Arnhem, 7 oktober 1880 (10 maanden).
6. Henriëtte (Arnhem, 26 januari 1881 – Auschwitz, 12 oktober 1942: 61 jaar).
7. Alida (Arnhem, 29 juli 1882 – Arnhem, 29 juli 1899:17 jaar).
8. Bernardina (Arnhem, 31 augustus 1884 – Sobibor, 30 april 1943: 58 jaar).
9. Benjamin (Arnhem, 9 oktober 1886 – Arnhem, 1 maart 1888: 1 jaar).
10. Paulina (Arnhem, 21 oktober 1888 – Dordrecht, 9 november 1920: 32 jaar).
11. Rosette (Arnhem, 14 januari 1890 – Arnhem, 25 januari 1890 (11 dagen).
12. Rosalia (Arnhem, 6 mei 1891 – Arnhem, 12 juli 1923: 32 jaar).
13. Leopold (Arnhem, 3 oktober 1892 – Arnhem, 19 oktober 1892: 16 dagen).
14. Simon (Arnhem, 6 december 1895 – Midden-Europa, 31 maart 1944: 48 jaar).

Familie Norden

Het gezin dat David Norden stichtte met Paulina Wimpfheimer, bestond, zoals gemeld, uit slechts éen kind. De persoonsgegevens zijn:

Vader


David Norden (Amsterdam, 7 augustus 1884 – Auschwitz, 12 oktober 1942: 58 jaar).
Beroepen: reiziger, directeur bioscooptheater en loterij-agent. Zoon van pensionhouder Hartog Norden en Saartje Leefsma.
Moeder

Paulina Wimpfheimer (Arnhem, 21 oktober 1888 – Dordrecht, 9 november 1920: 32 jaar).

Eén kind:
1. Marcus, Dordrecht, 13 augustus 1920 – Auschwitz, 31 januari 1943: 22.


* Aantal joodse slachtoffers
in Arnhem varieert nogal

Het aantal van 1500 joodse slachtoffers in Arnhem is een cijfer bij benadering. Er bestaat allerminst eenstemmigheid over, net zomin als over de omvang van de joodse gemeenschap van vóór de oorlog.

monument van Betty Jacobs op de voormalige Kippenmarkt

Het monument van Betty Jacobs op de voormalige Kippenmarkt, een gebedsrol
met ernaast een koffer.
Foto Wikipedia

Geen zekerheid
In een artikel over de aankomende onthulling van het monument schreef dagblad De Gelderlander in de editie van 27 februari 2019 dat onderzoekster Willy Wytzes in 2014 tot een lijst van 1493 slachtoffers was gekomen. Dr. Jacob Presser schatte in 1977 in Ondergang, zijn tweeledige studie van de geschiedenis van de vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom door het naziregime, het aantal slachtoffers eerder op tweeduizend.
        De Gelderlander concludeerde: “Over het aantal slachtoffers van de Holocaust is geen echte zekerheid.”
        Onzekerheid kenmerkt ook een tekst bij het monument op de Jonas Daniël Meijerplaats (de vroegere Kippenmarkt). Op de voorkant van de sokkel staat: “Bruut weggerukt maar hun geest en traditie blijven.” Op de achterkant: “Ongeveer 1500 Joden werden afgevoerd slechts weinigen keerden terug naar hun Arnhem.”
        “Rond de tweeduizend” is het aantal dat wordt genoemd in de samenvatting van De stille slag, het boek van schrijfster Margo Klijn over joodse Arnhemmers 1933-1945. “Rond de tweeduizend” zaten er volgens haar in Arnhem “ondergedoken” of zijn “gedeporteerd”.

Gevolgen
De website van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie is in een artikel over ‘Joods Arnhem in vogelvlucht’ iets stelliger. Er staat: “De Sjoa heeft grote gevolgen gehad voor de Arnhemse Joodse gemeenschap. Deze bestond vlak voor de oorlog uit zo’n 2.000 zielen, waarvan echter 1.500 de oorlog niet hebben overleefd.”
        Op de website van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam wordt juist geen getal vermeld. Maar er staat iets dat doet twijfelen aan het vooroorlogse aantal van 2000 Arnhemse joden: “In de jaren kort voor de Tweede Wereldoorlog nam het aantal joden in Arnhem aanzienlijk toe door de komst van een grote groep vluchtelingen uit Duitsland.” Verder vermijdt het JCK een cijfer: “Tijdens de bezetting werd het merendeel der joodse inwoners naar de concentratiekampen in het oosten gedeporteerd en vermoord.”
        De website ‘Arnhem Direct’ hanteerde in een nieuwsbericht op 11 december 2019 weer een ander getal: ‘De Arnhemse Joodse gemeenschap bestond voor de Tweede Wereldoorlog uit zo’n 2300 mensen waarvan er hooguit 500 het hebben overleefd na de razzia van november 1942: een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad.”

Onderzoek
Leo Vosdingh, als “vooraanstaand lid van de joodse gemeenschap” op 22 januari 2020 geciteerd in De Stentor, presenteerde weer andere cijfers: “Voor de oorlog kende Arnhem een bloeiende joodse gemeenschap”, zei hij. “De stad telde veel joodse bakkers en slagers. In 1940 telde de gemeenschap dik 1800 mensen. Na de oorlog waren er daar nog maar 300 van over.”
        De website ‘Joods Monument Arnhem’ ten slotte verwijst naar onderzoek dat de historicus Cees Haverkoek rond het jaar 2000 in diverse archieven heeft gedaan naar joodse families in Arnhem. “Hij kwam tot de conclusie dat in de periode 1935-1945 circa 2370 joden op enig moment in de stad verbleven.”
        De site zelf komt op haar namenlijst uit op “ongeveer 1500” joodse oorlogsslachtoffers. Letterlijk staat er: “In de namenlijst zijn ongeveer vijftienhonderd personen vermeld van wie bekend is dat zij in Arnhem woonden of korte of lange tijd in Arnhem verbleven, en die tijdens de bezetting zijn overleden.”

Amsterdamse persoonskaart van Marie van Aalst

Dit monument op de joodse begraafplaats Moscowa in Arnhem is, zo staat er, “een getuigenis ter nagedachtenis aan onze Gemeenteleden, die in de jaren 1941-1945 zijn weggevoerd en genadeloos om het leven gebracht”.
Foto Website ‘Traces of War.nl’/Arjan Vrieze



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'