Het voorbije joodse dordrecht

Dordrecht hield voor het eerst
een Holocaustherdenkingsdag

Dordrecht heeft zich in 2020 gevoegd bij de steden en landen die op 27 januari de herdenkingsdag voor de Holocaust houden, de zogenoemde Holocaust Memorial Day. De samenkomst had plaats in en bij het stadhuis. De belangstelling was groot, het lokale weekblad Dordt Centraal repte in een kort verslag van een “indrukwekkende herdenking”.

Excuses
De herdenkingsdag bestaat sinds 2006, en kwam er nadat de Verenigde Naties op 1 november 2005 daartoe resolutie 60/7 aannamen. Er is voor 27 januari gekozen, omdat op die dag in 1945 het Sovjetleger in Polen Auschwitz bevrijdde, het vernietigingskamp dat symbool staat voor de Holocaust. In 2020, toen het 75 jaar geleden was dat de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd, deed Dordrecht voor het eerst mee. Columnist Wim Boevink van Trouw omschreef dit internationale herdenken van Auschwitz en de Holocaust aldus: “Het is een tijd van grote woorden, van vermaningen en kransen leggen. Een tijd vol rituele zwaarte.”
        In Amsterdam is de Nationale Holocaust Herdenking niet op de 27ste , maar altijd op de laatste zondag van januari, in het Wertheimpark, georganiseerd door het Nederlands Auschwitz Comité. Premier Rutte bood er dit keer de overlevenden van de Holocaust zijn excuses aan voor het overheidshandelen en de houding van de regering, tijdens de oorlog − “een historische stap” volgens de Volkskrant. Letterlijk zei hij: “Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen. Dat doe ik in het besef dat geen woord zoiets groots en gruwelijks als de Holocaust ooit kan omvatten.”

burgemeester Wouter Kolff

rabbijn Tamarah Benima

oud-burgemeester Job Cohen

Bertie Rodrigues, vertegenwoordigster van de joodse gemeenschap in Dordrecht

Vier mensen hielden een toespraak tijdens de Dordtse Holocaustherdenking in de raadzaal van het stadhuis. Het waren: burgemeester Wouter Kolff, rabbijn Tamarah Benima, oud-burgemeester Job Cohen en Bertie Rodrigues, vertegenwoordigster van de joodse gemeenschap in Dordrecht. De foto’s zijn afkomstig uit het journaalitem van de lokale omroep, terug te vinden via YouTube.
Foto’s RTV Dordrecht

Blauw
Vier sprekers had het Dordtse gemeentebestuur uitgenodigd voor de plechtigheid, die zich afspeelde in de raadzaal. Dat waren rabbijn Tamarah Benima, oud-politicus Job Cohen, burgemeester Wouter Kolff en de Dordts-joodse Bertie Rodrigues. Het Ivrietkoor Al Naharot zorgde samen met enkele musici en een soliste voor intermezzo’s en de dichteres Marieke van Leeuwen las een nieuw gedicht voor.
        Dat deed zij buiten, op het Stadhuisplein, waar als onderdeel van het programma het tijdelijke lichtmonument ‘Levenlicht’ van de kunstenaar en innovator Daan Roosegaarde werd onthuld: een verzameling lichtgevende stenen die symbool staan voor de slachtoffers van de Holocaust. In Nederland waren dat er 104.000, in Dordrecht 221. Bij daglicht zijn de steentjes wit, in het donker blauw.
        Voor de oorlog, memoreerde burgemeester Kolff, kende Dordrecht “een bloeiende joodse gemeenschap”, met een synagoge op de Varkenmarkt. Van dat gebouw is “niets meer” over, “geruïneerd, vernield en leeggeroofd door de Duitsers”. De joodse gemeenschap, zo’n driehonderd mensen tellend, bleek na 5 mei 1945 geminimaliseerd; er waren slechts 55 overlevenden. Uit Nederland verdwenen 104.000 van de 140.000 joden.
        Kolff citeerde uit een brochure voor het onderwijs, Joods leven in Dordrecht (1989), een uitspraak van een joodse oud-Dordtenaar over hoe die zich na de oorlog bij terugkeer voelde: “Dordrecht was voor mij als een begraafplaats, alles herinnerde aan dood en verlies.” Het verhaal van de systematische, industriële vernietiging, moet volgens Kollf ,“hoe verschrikkelijk ook”, verteld blijven worden, benadrukte hij. “Hoe de toekomst er uit komt te zien, wordt mede bepaald door ons besef van het verleden.”

Veewagons
Bertie Rodrigues, die als ondergedoken kind in Friesland de Holocaust overleefde, bracht dat verhaal terug tot één familie, de hare. Transport 72 – vijftig veewagons met 2209 personen, onder wie 464 kinderen – kwam op 23 juli 1943 aan in Auschwitz, het was drie dagen eerder vertrokken uit kamp Westerbork. “De trein reed naar Auschwitz en bijna mijn hele familie reed mee. Niemand van dit transport heeft het overleefd”, vertelde ze.
        Van de eigen familie bleef slechts een enkeling over, onder wie Bertie en haar broertje Salomon. Elders op deze website staat een artikel over haar familie, zie verhaal 223.
        Rodrigues hoort nog elke dag de echo van de Holocaust, maar heeft zo’n Holocaust Memorial Day voor anderen nog zin, voor niet-joodse buitenstaanders? In haar toespraak richtte zij zich specifiek tot hen. “Voor veel mensen is de oorlog iets wat lang geleden plaatsvond. De noodzaak om erover te praten, lijkt niet meer zo duidelijk aanwezig. Sterker nog, soms roept het irritaties op: moet er nu alweer over de oorlog en de massavernietiging gepraat worden? Nog erger is dat de Holocaust door veel mensen wordt gebagatelliseerd, of zelfs ontkend.”
        Die mensen ried zij aan om eens te gaan kijken in de vernietigingskampen. “Daar liggen nog de overtuigende bewijzen. Kijk maar naar de bergen schoenen, brillen, koffers, haren en zie wat schijnbaar normale mensen elkaar kunnen aandoen”. Het verleden is “nooit voorbij”, maar ze benoemde ook het perspectief: “Ik bleef leven om de vrijheid te vieren, ik bleef leven om een nieuwe generatie op te bouwen, ik bleef leven om te laten zien dat het joodse volk leeft, Am Israël Chai.” (Israël leeft).
        Onder de aanwezigen in het stadhuis bevonden zich Feyenoordsupporters, die eerder in januari een studiereis naar Auschwitz hadden gemaakt, begeleid door onder anderen Dordtenaar Edjo Frank. Het bezoek “maakte veel los”, signaleerde ook burgemeester Kolff, die via Facebook het bezoek van de twintig voetbalsupporters volgde. Bertie Rodrigues zei te hopen dat de reis “hun kijk op de geschiedenis en de jodenvervolging heeft veranderd”.

Inkt
Buiten, in de duisternis, verzamelden de aanwezigen zich na afloop rond de lichtgevende steentjes van Roosegaarde. Zijn monument is ontworpen in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en werd op 16 januari onthuld in Rotterdam-Zuid. Het project omvat 104.000 stenen, elke steen symboliseert één Nederlands slachtoffer van de nazi’s. Roosegaarde kwam op het idee van de steentjes door de stenen die joden traditioneel en ritueel op een graf leggen. In Trouw lichtte hij toe dat ‘zijn’ stenen zijn geïmpregneerd met een bijzondere inkt, waardoor ze oplichten zodra je er uv-licht op laat schijnen. En in het donker.
        Aan 250 gemeenten waaruit in de oorlog joden zijn gedeporteerd, is gevraagd om een deel van de 104.000 stenen ergens neer te leggen op een zelf gekozen plek, van 22 januari tot 2 februari. Na de presentatie in Rotterdam zouden ze daartoe worden verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Dat zijn er 171 geworden, waaronder Dordrecht. Op de 27ste januari waren de ‘Dordtse’ stenen even te zien op het Stadhuisplein, daarna werden ze verplaatst naar de tuin van het Dordrechts Museum, goed zichtbaar vlak achter het toegangshek.

Gedicht
Terwijl de aanwezigen de stenen bekeken, droeg Marieke van Leeuwen tot slot van deze eerste Auschwitzherdenkingsdag op de trappen van het Stadhuis haar gedicht voor, dat hieronder te lezen is:

hoe de woorden vinden voor datgene

holocaustherdenkings Lichtbron
holocaustherdenkings Lichtbron
holocaustherdenkings Lichtbron
holocaustherdenkings Lichtbron

Na afloop van de herdenkingplechtigheid werden op het Stadhuisplein de lichtgevende steentjes onthuld, die elk een Holocaust-slachtoffer symboliseren. De steenjes verhuisden later naar de tuin van het Dordrechts Museum, waar ze tot en met 2 februari te vinden waren. Bestraald door uv-licht lichten de steenjes blauw op, wat vooral in de schemering en avond is te zien.
Foto’s Redactie Website

waar geen woorden voor zijn
waar veel over verteld is
verteld móet worden, maar waarbij
wát je je voorstelt, onvoorstelbaar blijft

ze heet Sarah, ze is zeven
ze woont in een mooi huis
daar is een brede stoep
waar je lekker kan spelen
en de school is om de hoek
ze kan goed leren
haar moeder roept haar naar binnen
ze naait een ster op Sarahs lievelingsjurk
ze wil een blauwe ster
sterren zijn geel, zegt haar moeder
deze ster is niet echt, zegt ze
zij geeft geen licht

zij heet Settela
ze houdt van kleurige jurken
en van de muziek van vader
die zo mooi viool speelt
ze vindt het niet erg
dat zij, haar vader, moeder, broertjes
altijd verder trekken
vader zegt dan waar ze heen gaan
nu is het anders
schreeuwende mannen
duwen hen een volle trein in
naar een werkkamp
ze is al tien, maar begrijpt het niet
vader werkt al iedere dag

hij is de jongste en pas vier
ze noemen hem Benjamin
zijn zusjes mogen uit logeren
moeder wil niet dat hij meegaat
hij kan beter bij haar en vader blijven
want hij hoest, heeft ademnood
de zusjes blijven zo lang weg
het is zo stil in huis tot
hij harde woorden hoort
die hij nog niet kent
en stampen op de trap
ze gaan weg met de trein
niet naar de zusjes, maar
naar het einde van hun wereld

hij heet Isaac
in de overvolle trein houdt
hij de hand van zijn vader vast
ook al is hij al achttien
hij heeft een lege maag
moeder zegt: ‘dat het goed komt
dat hij een grote jongen moet zijn
morgen gaat het beter’
maar het spoor loopt dood
op het eindstation moet hij
de hand van vader loslaten
ze worden gescheiden
hij moet keien sjouwen, krijgt
slaag als hij hongerig en uitgeput
moet bouwen aan een grote oven
hij overleeft, alleen
hij gaat op weg naar huis
zijn huis is geen thuis meer
hij wordt verliefd op een jongen
hij zwijgt

ze heet Hannah
haar naam wordt Afke
ze heeft blauwe ogen
en krullen, die blond zijn geverfd
haar baby wordt Lopke genoemd
ze woont op een boerderij van
goedwillende moedige mensen
waar zij zich kan verstoppen
met haar kleine Rebecca
die Lopke wordt genoemd
het hooi beschermt niet
ze worden verraden
en na de lange treinreis
de gaskamers ingestuurd
die douches heten

hij heet Salomon en is schoenmaker
hij houdt van de geur van leer
hij belooft zijn buurmeisje
schoentjes voor haar te maken
als hij terugkomt
hij loopt op blote voeten
tussen de barakken
hij hoort niet het vertrouwde
geklop op hakken en zolen
maar het suizen van zwepen
gegil, geblaf en bevelen
hij ruikt geen leer meer
maar de geur van vernietiging
de schoentjes voor het meisje
worden nooit gemaakt

we plaatsen stenen
struikelstenen in onze stad
om stil bij te staan
hier staan we stil bij een deel
van de 104.000 stenen
verdeeld over gemeenten in ons land
voor elke steen een verhaal, een naam
van de man, de vrouw, het kind
voor hen die verdwenen door wreedheid
vernederd, afgevoerd, vermoord
waar geen graven voor zijn om
een steen op te leggen
slechts monumenten
om te herdenken

vandaag herdenken we met
hoop in ons hart, we ademen
met hen en met het licht

het Levenslicht

[Marieke van Leeuwen, Holocaustherdenking Dordrecht 2020, bij het monument Levenslicht van Daan Roosegaarde. Een reportage van de lokale omroep van de herdenking is via YouTube nog te bekijken, zie: https://youtu.be/GD-80zv3Nlg]