NIEUWS

‘Voor Joden Verboden’ – zo’n bord
weigerde Aart Heibeek op te hangen
* Joodse reizigers nog altijd welkom in Hotel Heibeek

Het omstreden, gehate bord ‘Voor Joden Verboden’
Het omstreden, gehate bord ‘Voor Joden Verboden’
dat Aart Heibeek tot zijn verzetsdaad bracht.
Foto Museum van de stad Rotterdam

Aart Heibeek stond in Dordrecht bekend als de eigenaar van het behoorlijk in trek zijnde Hotel Heibeek aan de Burgemeester de Raadtsingel, én als een enthousiast verenigingsman. Maar Heibeek heeft in de oorlog nóg iets gedaan, iets moedigs: hij trotseerde een groep agressieve WA-mannen, die hem opdroegen het bord ‘Voor Joden Verboden’ in ontvangst te nemen – natuurlijk om dit voor de ingang zichtbaar op te hangen.
        Heibeek weigerde dat per se, hoewel zulk weerspannig openlijk verzet in die dagen levensgevaarlijk was: sommige WA’ers traden op als knokploegen. Maar Heibeek heeft niet hoeven lijden onder zijn moedige daad. Hij is niet neergeknuppeld of gearresteerd, zijn hotel is ongeschonden gebleven en hij heeft het kunnen voortzetten. Aart Heibeek is in 1956 overleden, in de ouderdom van 69 jaar.
        In de nazomer van 2021, 65 jaar later, is op de website van het NIOD, het voormalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, bij toeval ontdekt hoe Heibeek de WA weerstond. Zoekend op het trefwoord ‘Dordrecht’ kwam de brief te voorschijn die de zoon van Aart Heibeek, ook Aart geheten, op 23 oktober 1972 had verzonden aan het weekblad Margriet. Daarin beschreef hij trots die daad van zijn vader.
        Of de brief ook is gepubliceerd in dit weekblad voor vrouwen, is niet zo makkelijk na te gaan. Maar zoeken is ook niet zo noodzakelijk: een doorslag van de originele, getypte brief is op enig tijdstip terechtgekomen bij het NIOD, is daar opgeborgen in de dossiermap ‘Joden – maatregelen – verzet’. Wie de doorslag indertijd naar het NIOD heeft gestuurd, is tot dusverre niet achterhaald: de redactie van Stolpersteinewebsite heeft spijtig genoeg geen nabestaanden kunnen vinden.
        Niettemin: de brief, destijds al bedoeld voor openbaarmaking in een massaweekblad, wordt hier alsnog (of andermaal) geopenbaard. Historisch is daar ook alle reden voor: de brief is, voor zover bekend, het allereerste document waaruit blijkt dat ten minste één Dordtenaar, Aart Heibeek, niets moest hebben van dat verbodsbord.
        In dit verhaal, los van de onthullende brief: een schets van de familie Heibeek, en hun verdwenen hotel.

Hotel Heibeek

Hotel Heibeek nog volledig intact, op een foto uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Vanaf 1897 werd deze gelegenheid gerund door de familie Heibeek. In de woning uiterst rechts was de praktijk van de joodse vroedvrouw Henriëtte van Ameringen (zie verderop in dit artikel). Het pand in het midden was het automobedrijf Van Twist, dat in de jaren zestig met uitbreidingsplannen zorgde voor de sloop van dit rijtje gebouwen.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 555_10369). 

Zeeman
Aart Heibeek senior was op zijn beurt zelf ook een junior. De voornaam werd van de ene naar de volgende generatie doorgegeven.
        Senior’s vader is de Aart Heibeek die op 24 augustus 1854 in Dordrecht is geboren. Op 20 oktober 1880, 26 jaar oud, trouwt hij met de 25-jarige Sophia Klasina van den Nieuwenhuizen. Dat gebeurt in Dordrecht, want ook zij is in die stad geboren, op 20 januari 1855. De eerste twee kinderen die het echtpaar krijgt, een tweeling op 14 maart 1885, zorgen voor veel verdriet: één baby komt levenloos ter wereld; de andere, Johannes, sterft al na vier maanden, op 24 juni 1885.
        Anderhalf jaar later, op 16 maart 1887, bevalt Sophia van Aart, het kind dat later lak heeft aan de WA. Samen met deze baby vertrekken Sophia en Aart, zeeman en hofmeester van beroep, op 28 juli 1887 naar Amsterdam, waar ze zich vestigen in de Wagenaarstraat, op nummer 49. In de hoofdstad krijgt het echtpaar een volgend kind, naar haar moeder Sophia Klasina genoemd, op 24 augustus 1893. En met al dit piepjonge nageslacht emigreert het op 2 september 1895 naar Nederlands Oost-Indië.
        In Batavia komt er een derde kind bij: Arendina, op 4 augustus 1896. Bijna drie maanden na haar geboorte verlaat het gezin (op 3 november) Oost-Indië alweer, en zoekt huisvesting in Amsterdam. De familie, in de bevolkingsadministratie geregistreerd als Nederlands Hervormd, betrekt een woning aan de Dapperstraat 52. Maar het verblijf is van korte duur: het gezin verhuist per 11 augustus naar Dordrecht, waar Aart aan de Burgemeester de Raadtsingel een koffiehuis begint.
        Arendina is al evenmin een lang leven beschoren. Zij sterft na twee jaar op 18 mei 1899. Nu zijn alleen nog Aart junior en Sophia junior in leven.

Bevolkingsregister Amsterdam familie Heibeek

Twee pagina’s uit het bevolkingsregister van de gemeente Amsterdam. Zeeman Aart en zijn vrouw Sophia gaan met hun twee kinderen Aart en Sophia op 2 september 1895 vanuit Amsterdam naar Nederlands Oost-Indië. Zij keren op 3 november 1896 terug en verhuizen dan naar Dordrecht.
Foto Stadsarchief Amsterdam

Aart Senior overlijdt op 12 oktober 1915, 61 jaar oud

Aart Senior, de zeeman die Hotel Heibeek begon, overlijdt op 12 oktober 1915, 61 jaar oud, meldt de ‘Dordrechtsche Courant’ (DC) op de dertiende. De tweede advertentie is geplaatst door de aanstaande wederhelften van Aart junior en Sophia junior, Maria Hubert en Hendricus Loos.
Foto Krantenbank RAD

Ziekte
Vijftien jaar is de nieuwe eeuw al gevorderd als Aart Heibeek op 12 oktober 1915 overlijdt “na een kortstondige ziekte”, zoals de weduwe Sophia meedeelt in een advertentie in de Dordrechtsche Courant van de 13de. Aart is 61 jaar geworden.
        In dezelfde krant staat ook een advertentie die is ondertekend door M. Hubert uit Den Haag en H.A. Loos Jr. uit Zutphen. Zij hebben verkering met Aart en Sophia en hebben zich al voorgenomen te huwen. Zij noemen wijlen Aart senior dan ook “onze aanstaande Behuwdvader”. In het navolgende jaar trouwen zij metterdaad.
        M. Hubert is Maria Petronella Hubert (Den Haag, 22 december 1889). Zij treedt op 3 mei 1916 in het huwelijk met Aart, in Den Haag. Eerder dat jaar heeft de 22-jarige Sophia al haar ja-woord gegeven, op 2 februari 1916, in Dordrecht aan de 25-jarige rooms-katholieke coupeur en kleermaker Hendricus Adrianus Loos (Groningen, 18 oktober 1890). Een jaar later, in 1917, krijgen zij in hun woonplaats Zutphen dochter Helena, die echter in de oorlog, op 10 januari 1944 overlijdt, 27 jaar oud. Zij was sinds 3 mei 1939 de echtgenote van Dirk Albertus Azink, een fabrikant van zuivelwerktuigen.
        De moeder van Sophia junior, de weduwe Sophia, gaat na het overlijden van haar man Aart in Zutphen wonen, volgens de Dordtse gezinskaart per 26 mei 1925, op het adres Tadamasingel 51a. En het is ook in dit Zutphen waar Sophia senior uiteindelijk, in de oorlog sterft, op 27 maart 1941, op 86-jarige leeftijd.

Gezinskaart familie Heibeek

Deze gezinskaart (voor- en achterkant) is niet van de Aart die naar Oost-Indië vertrok, maar van diens zoon, geboren in 1923. Hij trouwde met Maria Petronella Hubert en kreeg met haar één kind, ook weer Aart geheten.
Foto’s RAD

Heibeek Jubileum 1941
Aart de tweede neemt de zaak van zijn vader na diens overlijden over. Op 1 januari 1941, midden in de oorlog, jubileert hij. Hij wilde, gelet op de oorlog, liever geen ruchtbaarheid geven aan zijn 25-jarig jubileum, maar zijn klanten en vrienden dachten daar anders over, aldus de DC op 2 januari.
Foto Krantenbank RAD

Enige
Haar zoon Aart, die in Dordrecht samen met Maria Hotel Heibeek exploiteert, is inmiddels zelf ook vader geworden – van de volgende Aart, op 4 juli 1923. Hij is het eerste kind dat Aart en Maria krijgen, en zal het enige blijven.
        Het is deze Aart van 1923 die ver na de oorlog de redactie van Margriet op de hoogte stelt van de pertinente weigering van zijn vader om voor de ingang van diens etablissement dat grote houten bord ‘Voor Joden Verboden’ te spijkeren. Deze verbodsbepaling verschijnt in de loop van 1941 bij openbare gelegenheden, zoals zwembaden, stranden, dierentuinen, bibliotheken, schouwburgen, bioscopen, musea, parken, café-restaurants en hotels. Het is de zoveelste anti-joodse maatregel, waarmee joden stap voor stap worden buitengesloten.
        Van twee van zulke borden in Dordrecht bestaan foto’s, te vinden in de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht; zie hiernaast. Het ene is bevestigd aan de toegangsdeur van het badhuis aan de Vest; het andere hangt aan het toegangshek van Park Merwestein.
        Aan het begin van 1941 is vader Aart nog omstandig gefeliciteerd, gefêteerd en met bloemen overladen: op 1 januari was het 25 jaar geleden dat hij de zaak die zijn ouders daarvoor achttien jaar hadden gedreven, overnam. Aart heeft een waar jubileum te vieren. En zulks gebeurt ook, blijkens het verslag dat de Dordrechtsche Courant (DC) op 2 januari plaatst. Zelf vindt hij het niet nodig om aan zijn jubileum “ruchtbaarheid te geven”, “mede door de huidige omstandigheden”: er woedt een oorlog. Maar “zijn uitgebreide vriendenschaar heeft hier anders over gedacht”, meldt de krant.
        Aart Heibeek heeft zich in die afgelopen 25 jaar “doen kennen als een vereenigingsman”, De krant somt op: hij was ruim 20 jaar secretaris van de vereniging ‘Ons Belang’, van de afdeling Dordrecht van den Nederlandschen Bond van Hotel-, koffiehuis-, Restauranthouders en Slijters, van de Dordrechtsche Coöperatieve IJsfabriek ‘De Noordpool’, daarnaast is hij erelid van het Dordrechtsche Mannenkoor ‘Kunst Na Arbeid’, Orpheus, harmoniegezelschap ‘De Bazuin’ en van ‘Volharding’.
        Van alle deze verenigingen, schrijft het dagblad, én van leveranciers, vrienden, bezoekers, het personeel en van de voetbalclub Emma zijn “reeds vroeg ten zijnen huize bloemstukken en manden fruit bezorgd. “Zoodat zijn huis in een waren bloementuin was herschapen.” “Velen zijn hem dien dag” bovendien komen complimenteren. Kortom: 1 januari 1941 is voor de familie Heibeek “een onvergetelijken dag” geweest.
        Aart Heibeek is in Dordrecht overduidelijk een gezien man.

bord ‘Voor Joden Verboden’ bij het badhuis aan de Vest

Twee voorbeelden van het bord ‘Voor Joden Verboden’ in Dordrecht, beide gefotografeerd in 1942. Het ene hangt bij het badhuis aan de Vest, het andere bij de ingang van Park Merwestein. Het is zo’n bord dat Aart Heibeek vertikt aan te brengen bij de toegangdeur van Hotel Heibeek.
Foto’s RAD (nrs. 555_18451 en 552_305126)

bord ‘Voor Joden Verboden’ bij de toegang Park Merwestein

NSB
Toen kwam die dag dat de WA hem sommeerde dat verbodsbord aan te brengen. WA staat voor de Weerbaarheidsafdeling van de NSB, opgericht in 1932. De digitale encyclopedie Wikipedia licht toe: “De WA is bedoeld om leider Anton Mussert te beschermen tegen aanvallen van politieke tegenstanders. Leden van de WA zijn officieel ongewapend, maar treden vaak op als paramilitaire knokploegen in de joodse wijken.”
        Aarts zoon Aart noemt in zijn brief aan Margriet geen datum, maar herinnert zich het gevaarlijke voorval als 18-jarige jongen, en zo kom je uit op 1941.
        Dit is de letterlijke tekst van zijn openhartige brief, die gedetailleerd is en geschreven met een spanning die enigszins doet huiveren.
        “Mijn vader,
Wat kon ik mij, als jongen van ongeveer 18 jaar, in het begin van de bezettingsjaren 1940-1945 vaak ergeren aan mijn vader. Wat was die man toch bang voor de vijand. Mij altijd voorhouden dat ik voorzichtig moest zijn met activiteiten die tegen de Duitsers en de NSB’ers waren gericht. En wat was het nog wat ik deed? Pamfletten stencillen en verspreiden. Er waren er zoveel die veel gevaarlijker werk deden.
        Maar, op zekere dag zou ik er achter komen, dat mijn vader niet bang was, maar alleen bezorgd over de jeugdige overmoed van zijn enige zoon. Dat was op de dag dat een vendel W.A.-mannen voor ons hotel-café-restaurant werd opgesteld en de commandant en zijn adjudant onze zaak binnen kwamen, ten einde het mensonterende bordje ‘Verboden voor Joden’ te overhandigen. Ik zie nog voor mij hoe mijn vader met een minachtende blik weigerde het bordje in ontvangst te nemen. Ik hoor nog de op dreigende toon uitgesproken woorden van die W.A.-commandant: “U maakt dan wel grote kans dat wij (met een armzwaai naar de aangetreden afdeling buiten) terug komen om hier de boel kort en klein te slaan. Wees verstandig en doe als uw collega’s in het hele land.”
        Ik stond achter mijn vader en nog altijd ben ik trots op hem door zijn antwoord: “Beter dat jullie de boel hier kort en klein slaan dan dat ik bij mijzelf hier van binnen (bracht een hand op zijn hart) iets kapot maakt.”
        Na het bekend worden van bovenstaand stond de telefoon bij ons niet stil en kwamen er ook schriftelijke betuigingen tot ver uit de omtrek – onder bedekte termen of zonder naam van afzender uit angst voor de vijand – van sympathie, terwijl ook velen zelfs naar mijn vader toekwamen. Ook het college van dokters (de juiste naam ben ik kwijt) verliet voor zijn maandelijkse bijeenkomsten een van de chicste horecabedrijven en nam in onze eenvoudige zaak zijn intrek.
        Ook na die dag van “die W.A.-troep” voor onze deur heb ik meerdere keren tot mijn vreugde kunnen ervaren dat mijn vader voor zichzelf helemaal niet bang was voor de vijand. De man voor wie ik als snotjongen meende een voorbeeld te moeten zijn, werd voor mij de man die ik voor mij zelf graag als voorbeeld zag.

                                                                                A. Heibeek,
                                                                                Donker Curtiusstraat 19,
                                                                                Dordrecht

Aart Heibeek is geboren op 4 juli 1923

De baby op deze foto zou best wel eens de Aart van 1923 kunnen zijn. De foto is gemaakt in de studio van Foto Beerman in Dordrecht op 18 december 1923, volgens de administratie voor een mevrouw Heibeek van de Burgemeester de Raadtsingel. Aart is geboren op 4 juli 1923.
Foto RAD (nr. 309_1175

familie Heibeek

Ook deze foto is besteld door en bedoeld voor de familie Heibeek van de Burgemeester de Raadtsingel. Zij is later in de jaren twintig gemaakt. De oudere vrouw zou grootmoeder Sophia Klasina Heibeek-van den Nieuwenhuizen kunnen zijn (geboren in 1988), het jongetje de Aart junior van 1923. De meisjes zijn niet goed te plaatsen. Dochter Sophia junior, als enige in leven gebleven, is namelijk van 1893. Misschien zijn het nichtjes.
Foto RAD (nr. 556_3586)

Aart Heibeek senior overlijdt op 29 mei 1956, 69 jaar oud

Aart senior (voor het gemak: de voormalige zeeman en ‘bord-weigeraar’) overlijdt op 29 mei 1956, 69 jaar oud, staat in ‘De Dordtenaar’ van 30 mei 1956. Hij en zijn vrouw Maria Hubert zijn dan al verhuisd naar de Riouwstraat 66 rood.
Foto Krantenbank RAD

Intact
Op een of andere wijze is het ‘incident’ in Dordrecht bekend geworden – er bereikten hem immers steunbetuigingen –, maar hoe is niet meer te detecteren. Mogelijk ging er een praatje van mond tot oor. De Dordrechtsche Courant heeft er in ieder geval niet traceerbaar over bericht. En voor Heibeek heeft het voorval klaarblijkelijk niet ter plekke en ook niet nadien consequenties gekregen. Zijn hotel is intact gebleven, hijzelf ook.
        Hotel Heibeek was en bleef nadien een “centrum van verenigingsleven”, zoals De Dordtenaar in maart 1961 de uitspanning in een terugblik omschreef. Vergaderingen en recepties werden er nog steeds gehouden, zoals de receptie van de promotie naar de eerste klasse van Emma op 27 juni 1941, de jaarlijkse algemene vergadering van de Districts Dambond Dordrecht op 20 april 1942, de ledenvergadering van de Dordrechtsche Coöperatieve Verbruiksvereeniging U.A. op 16 november 1943 en de vergadering van de Nederlandsche Biljartbond op 16 augustus 1944.
        Hoe het hotel zich ná de oorlog ontwikkelde, is niet goed te weten te komen. Vaststaat dat eigenaar Aart zelf op 24 mei 1946 de Burgemeester de Raadtsingel 23 (later: 63) verliet, en met zijn vrouw Maria neerstreek in de Riouwstraat op nummer 66 rood. Er volgden in de jaren daarna steeds opnieuw verhuizingen – op 27.9.1948 naar Steegoversloot 16, op 30.11.1949 naar de Voorstraat 395 (nu: 449), op 21.1.1953 naar de Kon. Wilhelminastraat 29 zwart (nu: 59) en op 1.12.1958 naar de Prinses Julianaweg 42 zwart (nu: 20). Na al deze omzwervingen kwam het echtpaar op 29.5.1956 weer uit in de Riouwstraat, in het pand op nummer 66 rood (nu: 36).
        Op dit laatste adres is Aart Heibeek ten slotte overleden, op 29 mei 1956.

uitbreidingsplannen van Van Twist

Enkele jaren later bericht ‘De Dordtenaar’ op 16 maart 1961 over de uitbreidingsplannen van Van Twist, plannen die leiden tot de sloop van het legendarische Hotel Heibeek.
Foto Krantenbank RAD

Aart Heibeek overleden in 1983
De jonge Aart ( 1923), de zoon die zo trots was op zijn weigerachtige vader en daarover ‘Margriet’ een brief schreef, overlijdt op 3 december 1983, adverteert de familie in ‘De Dordtenaar’ van diezelfde dag. Met zijn vrouw Aaltje Pellikaan heeft Aart Heibeek twee kinderen gekregen, Marion en een nieuwe Aart, de vierde.
Foto Krantenbank RAD







Autobedrijf
Vijf jaar later maakt De Dordtenaar, in de editie van 16 maart 1961, bekend dat ook hotel Heibeek op punt van heengaan staat. “Binnen afzienbare tijd” zal de deur worden gesloten, de slopers met hun mokers zijn naderende. Alles moet weg, want het autobedrijf Van Twist heeft op die locatie zijn “oog laten vallen” – “voor de prachtige ruimte, waarmee zij haar garages aan de Burgemeester de Raadtsingel grotere expansie kan geven”.
        Ook de belendende huizen van de Herman Josinahof en aangrenzende percelen zijn aangekocht, aldus de krant, “zodat er grote mogelijkheden voor het automobielbedrijf geschapen worden”. De Dordtenaar wijdt maar meteen een soort ‘In Memoriam’ aan het hotel, dat immers “een van de bekende zaken uit het plaatselijk leven” was, waarin wijlen restaurateur Aart Heibeek “grote dagen heeft beleefd”. De krant stelt overigens dat het hotel bij de Dordtse burgerij “ook nog altijd bekend staat als Huize Noldus”.
        In de zaal van het hotel, achter het eigenlijke café gelegen, “hebben talrijke verenigingen in de loop der jaren hun tehuis gehad”, memoreert het dagblad. En muziekverenigingen “repeteerden veelal bij Heibeek”, toen zij nog niet allemaal over een eigen oefenruimte beschikten. Verscheidene zangverenigingen hadden er hun repetitielokaal. Orpheus en Kunst Na Arbeid gebruikten die zaal nog altijd.
        Dammers en schakers waren er gehuisvest. Emma hing des zondags de vlag aan de gevel als het eerste team “zich aldaar voorbereidde op de komende wedstrijden”. Danslustige leerlingen en hun dansmeesteers bewaarden eveneens “een prettige herinnering” aan de zaal, en dan waren daar nog de bruiloften en de partijen. Dit was binnenkort allemaal voorgoed voorbij. De slopers zouden geen steen overeind laten staan.
        En wat er dan komt op die plek? De Dordtenaar wist het niet. “Men fluistert van een showroom” – waarmee uiteraard Van Twist wordt bedoeld.
        Niet overigens allen het hotel werd verbrijzeld, ook de twee naaststaande huizen. In het laatste huis, op nummer 17 rood (later 53) en grenzend aan de rooms-katholieke kerk, was vanaf 1930 de praktijk gevestigd van de verloskundigen Helena Schaap en Henriëtte van Ameringen. Het pand was hun woon- en werkhuis, het stond op nog geen tien meter verwijderd van Hotel Heibeek. Henriëtte was joods, zij is op 17 september 1943 in Auschwitz vermoord, zie verhaal 115.

De vierde
Hoe verging het Aart junior, de man van wie een indrukwekkende brief bij het NIOD belandde? Gebeurtenissen in de familie zijn niet precies vast te stellen. Naoorlogse documenten vallen nog onder de privacywetgeving. Maar woonkaarten en gedigitaliseerde kranten brachten enige uitkomst.
        Volgens een overzicht van de ‘Burgerlijke Stand’ in De Dordtenaar trouwde Aart junior op of omstreeks 17 december 1960 met Aaltje Pellikaan, van wie geen verdere gegevens bekend zijn. Het echtpaar kreeg in de jaren zestig twee kinderen: Marion en Aart. Voor goed begrip: dit is Aart de vierde.
        Er is nogal verhuisd. Op 20 juli 1960 naar de Jacob Marisstraat 191, op 12 december 1960 naar de Donker Curtiusstraat en op 31.10.1974 naar de Abraham Kuyperweg 84. Op 9 augustus 1983 veranderde het adres opnieuw, nu in Cornelis Trompweg 28. Op 3 november van datzelfde jaar werd het nummer 66. Korte tijd daarna stierf Aart junior (de derde), op 29 november 1983, 60 jaar oud.
        Hoe het vervolgens de weduwe is vergaan alsmede de kinderen, is niet uit te zoeken. Noodgedwongen eindigt dit artikel zodoende in het vage. Maar de heldhaftige daad van Aart Heibeek is in ieder geval gedocumenteerd.

De plek van Hotel Heibeek anno 2021

De plek van Hotel Heibeek is anno 2021 volslagen onherkenbaar. Rechts is alleen nog deels de rooms-katholieke kerk te zien, die ook voorkomt op de zwart-witfoto aan het begin van dit artikel.
Foto Redactie Website

Joodse reizigers nog altijd welkom in Hotel Heibeek
Hotel Heibeek is in ander opzicht ook nog van belang geweest voor het joodse volksdeel van Nederland: het hotel was in de oorlog het enige officiële adres in Dordrecht waar joodse reizigers konden logeren. In Het Joodsche Weekblad van 2 mei 1941 is uitdrukkelijk gewezen op deze mogelijkheid.
        In datzelfde nieuwsbericht staat ook waar in Dordrecht reizigers ritueel kunnen eten: namelijk bij de weduwe A. Mesritz aan de Korte Breestraat 15 en bij bakker L. Braadbaart aan de Groenmarkt 26. Hun adressen waren herkenbaar aan een blauw, emaillen schildje met de tekst ‘Aangesloten bij REOR (Ritueel Eten op Reis)’. De REOR beoogde “het op reis gaan te vergemakkelijken” voor “het Joodsche reizend publiek”.

Jaarboek
Dat joden nadrukkelijk welkom waren in Hotel Heibeek, wordt geopenbaard in het Jaarboek 2021 van de Vereniging Oud-Dordrecht, dat volledig is gewijd aan de jodenvervolging in Dordrecht 1940-1945. De auteur is de historicus drs. Kees Weltevrede, die ook bestuurslid is van de Dordtse werkgroep Stolpersteine.
        Weltevrede meldt dat in de Deutsche Zeitung in den Niederlanden van 4 juli 1941 een beschikking is gepubliceerd, die het joden verbiedt om kamers te huren in hotels en pensions. Het weren en inperken van joden was al volop gaande; eerder was verordonneerd dat zij niet meer in parken, cafés, restaurants en andere openbare gelegenheden als zwembaden mochten komen. In reactie op het nieuwe verbod, vervolgt Weltevrede, “deed de Joodsche Coördinatie Commissie een oproep voor adressen die geschikt waren als onderdak voor reizende joden.” In Dordrecht bleken zij daartoe terecht te kunnen in Hotel Heibeek, dat handig tegenover het station lag.

Aart Heibeek overleden in 1983
In ‘Het Joodsche Weekblad’ van 2 mei 1941
wordt erop gewezen dat joodse reizigers
voor onderdak terecht kunnen in Hotel Heibeek.
Foto Delpher 

Ritueel
Voor joodse reizigers die onderweg ritueel wilden eten, waren door het hele land adressen beschikbaar die alle werden opgesomd in een boekje van de Vereeniging ‘Ritueel Eten op Reis’, een instantie die in 1919 bij koninklijk besluit is goedgekeurd. In Dordrecht waren twee adressen voorhanden. Hotel Heibeek wordt niet genoemd in de uitgave van juli 1941; ook adverteert het hotel er niet mee. Aannemelijk is dus dat ritueel eten in Heibeek niet mogelijk was.
        Maar in Dordrecht bevonden zich wel twee Dordtse contactpersonen van de REOR, de weduwe Mesritz en de weduwnaar Leendert Braadbaart.
        Over mevrouw Mesritz, genoemd naar haar – op 6 mei 1938 overleden – man André Moritz Mesritz en zelf Dina van Beugen hetend (zie verhaal 176), deelt het boekje mee dat zij aan de Korte Breestraat een levensmiddelenbedrijf exploiteert en overigens slechts “beperkte slaapgelegenheid” heeft in haar comestibleswinkel. Over bakker Braadbaart (zie verhaal 98) wordt niets opgemerkt, alleen staat er de afkorting ‘RT’ bij. Dit betekent dat zijn adres onder rabbinaal toezicht staat.

Logies
In de REOR-gids staat nóg een Dordts adres, dat van oud-wethouder I. (Isidor) van Huiden: Voorstraat 180, telefoon 3026. Van Huiden is niet alleen de plaatselijke vertegenwoordiger van de Joodsche Raad (een functie die hem het leven heeft gered, aldus Weltevrede), maar ook van de Joodsche Coördinatie Commissie (JCC), die zetelde in Den Haag. Ter toelichting: deze commissie is volgens de website ‘Joods Monument’ kort na de bezetting opgericht als overkoepelend orgaan “om leiding te geven aan de joodse gemeenschap. De commissie adviseerde op juridische en fiscaal gebied, organiseerde culturele activitieiten en bood waar nodig financiële hulp”.
        Lokale vertegenwoordigers van de JCC werden “vertrouwenslieden” genoemd. Bij hen konden reizigers terecht “voor verdere gegevens omtrent gelegenheden tot logies en tot het gebruiken van maaltijden”, licht de gids toe.
        Met andere woorden: rondreizende joden waren in Dordrecht niet per se aangewezen op Hotel Heibeek. Zij konden bij Van Huiden altijd nog informeren naar ándere slaap- en maaltijdadressen, zij het dat zij dan bij particulieren uitkwamen.

Kaarten Johanna Noach

Het schildje dat aangaf dat joden in dit restaurant of bij deze particulier koosjer konden eten.
Foto Website ‘Joods Amsterdam’

Telefoon
Daarnaast was er nóg een derde mogelijkheid. In het bericht in ‘Het Joodsche Weekblad’ staat namelijk tot slot nog deze zin: “Overigens kan men zich ten allen tijde voor logies e.d. in verbinding stellen met de Joodsche Gemeente, Telefoon 3480.” Dit was het telefoonnummer van voorganger B.J. Katan, secretaris van het dagelijks bestuur van de Nederlandsch Israëlitische Gemeente in Dordrecht. Katan woonde indertijd aan de Levensverzekeringstraat 22.



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'