Het voorbije joodse dordrecht

De onontdekte foto’s van Dordtse
joden in het archief: aflevering 1

H.G. Beerman junior met een glasplatencamera zoals die door hem en door zijn vader is gebruikt

Dit is H.G. Beerman junior, met een glasplatencamera zoals die door hem en door zijn vader is gebruikt. De Dordtse persfotograaf Hans Gebuis maakte deze foto voor het ‘Dordrechts Nieuwsblad’ van 28 april 1973, toen Fotoatelier Beerman 50 jaar bestond. Vader en zoon Beerman fotografeerden de reusachtige collectie bij elkaar die in de jaren zeventig aan het Dordtse archief in bruikleen is gegeven.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nummer 552_300612).

In het beeldarchief van het Regionaal Archief Dordrecht blijken nog duizenden foto’s te berusten, die niet zijn beschreven. Ze zijn onderdeel van de nagelaten fotocollectie van vader en zoon Hermanus Gerardus Beerman – zoveel is wel bekend. Maar wie op de foto’s staan, is vaak in mist gehuld.
        Weliswaar is ook de administratie van de beide Beermannen in het archief terechtgekomen, de zogeheten order- of negatievenboeken. Maar is de naam die bij een bepaalde datum staat die van de portretteerde of van de opdrachtgever? Dat is het grote raadsel dat deze collectie omringt.
        Tussen al die duizenden foto’s bevinden zich ook vooroorlogse afbeeldingen van Dordtse joden die in de oorlog grotendeels zijn vermoord. Het kunnen er tientallen zijn, maar evengoed honderden. De hoeveelheid valt domweg niet te becijferen, omdat de collectie dus niet is ontvouwd. Intussen vertegenwoordigen al die tot op heden onontdekt gebleven foto’s wel een even grote emotionele als historische waarde.
        Deze Dordtenaren immers zijn in vernietigingsoorden omgebracht. De portretten die zij bij Fotoatelier Beerman op het vertrouwde adres Vrieseplein 1 lieten maken, van henzelf of van hun gezin, waren misschien wel de laatste in hun bestaan. Dat maakt de foto’s onvoorwaardelijk zeldzaam – voor de stad, maar nog veel meer voor de nabestaanden. Vooropgesteld: áls die er tenminste al zijn en áls zij nog in leven zijn. De oorlog is per slot van rekening alweer 76 jaar geleden.
        In deze eerste aflevering van een serie over het ‘geheime’ fotografische erfgoed van Beerman senior en junior, worden de vondsten in de collectie geopenbaard. Ter wille van de overzichtelijkheid zijn de vondsten opgesplitst in en verspreid over meerdere afleveringen. Telkens wordt een handjevol foto’s gepresenteerd, toegelicht en geduid. Maar eerst wordt hier uit de doeken gedaan hoe het ervoor staat met het uitpluizen van deze kostbare collectie.

fotoatelier van Beerman gezien vanaf de overkant van de Spuihaven

Het zijaanzicht van het fotoatelier van Beerman, gezien vanaf de overkant van de Spuihaven. Het kasteelachtige pand werd gebouwd in opdracht van Beermans voorganger, de fotograaf H.J. Tollens. De foto is door Tollens zelf gemaakt op een onbekende datum vóór de oorlog, hoewel hij al was verhuisd.
Foto RAD (556_2717)

Hardnekkig
Een eerste aanwijzing dat zich in de ongeregistreerde foto’s ook afbeeldingen van vooroorlogse Dordtse joden bevinden, vond de archiefonderzoekster Erica van Dooremalen. Al jaren neemt zij met hardnekkigheid steeds nieuwe stapels archiefdocumenten door, fotografeert ze en zet ze getranscribeerd op haar website ‘Dordtenazoeker.nl’.
        Zo heeft ze tienduizenden woonkaarten gedigitaliseerd, die een uiterst waardevolle bron voor historisch onderzoek vormen. Ook ploegde ze door passagierslijsten, verkoopakten van huizen, de volkstellingen van 1908, 1830 en 1840, kadasterdocumenten vanaf 1832, adresboeken, belastingplichtigen rond 1800 in Dordrecht – allemaal rijk materiaal waar het archief zelf niet aan toekomt, of het nut niet van inziet. En dit is nog slechts een kleine greep uit de ontzagwekkende hoeveelheid lokale gegevens die Van Dooremalen in haar eentje biedt.
        De nieuwste ‘passie’ van Van Dooremalen zijn de ongeïdentificeerde foto’s van Beerman. Systematisch nam ze ze door, en heus niet alleen de foto’s van personen. Ze bekeek ook de foto’s van straten, gevels en gebouwen. Bij die foto’s-van-stenen, merkte ze, staat dikwijls “wel een steekwoord of meerdere steekwoorden”, zodat deze foto’s te herleiden waren tot bepaalde locaties in Dordrecht. Maar bij de foto’s van personen was dat niet het geval – althans nóg niet: Van Dooremalen heeft het op zich genomen de foto’s te proberen te koppelen aan zekere personen.
        Daartoe maakt ze gebruik van het inventarisnummer in de nagelaten en ook bewaard gebleven administratie van fotoatelier en fotohandel Beerman. Dat nummer correspondeert met het nummer dat vrijwel altijd óók op de foto of op de glasplaat staat, soms vergezeld van een naam, ergens onderaan of bovenaan, in de rand.

Foto Atelier Schreurs 1934-1936 voorzijde op het Vrieseplein

Het vooraanzicht van Foto Beerman op het Vrieseplein op een foto uit de jaren dertig. Beerman runde in de beginjaren het fotoatelier met Eickholt, en de zaak heette toen nog ‘Atelier Schreurs’, naar de man (André Schreurs) die garant stond voor de hypotheekaflossing.
Foto RAD (nummer 552_323796)


fotozaak van Beerman in juli 2021 gefotografeerd aan de voorzijde op het Vrieseplein

Nogmaals de voormalige fotozaak van Beerman, nu in juli 2021 gefotografeerd aan de voorzijde op het Vrieseplein. Duizenden Dordtenaren zijn vanaf de jaren twintig tot in de jaren zeventig naar binnen gegaan om in de studio portretfoto’s van zich te laten maken.
Foto Redactie Website

Structureel
Van Dooremalen wroet “heel structureel”, pagina voor pagina, door de duizenden onbeschreven foto’s. Voor een goed begrip: de collectie omvat op de beeldbank al 2197 pagina’s, met op elke pagina twintig foto’s = 43940 beelden (het RAD zelf telt er 44.303). Zij bekijkt de foto’s één voor één, noteert het nummer, ontcijfert de naam en maakt een notitie. In de administratie zoekt ze vervolgens het desbetreffende nummer op. Dan weet ze iets meer en weet ze bijvoorbeeld wanneer de foto is gemaakt. Want het nummer van de foto staat bij de dag dat de foto is gemaakt (of betaald), zo helpt de nummering bij de datering van de foto’s.
        Maar die notities van vader en zoon Beerman in de administratie – waarmee wordt bedoeld: de orderboeken, opdrachtboeken of negatievenboeken – geven niet voor 100 procent uitsluitsel: de persoon die de opdracht heeft gegeven en voor de foto heeft betaald, hoeft niet per se de persoon te zijn die op de foto staat afgebeeld. Van Dooremalen weet dit, en ze is dan ook voorzichtig met al te stellige conclusies.

gezinskaart van de familie Beerman

De gezinskaart van de familie Beerman, voor- en achterzijde. Vader Herman Gerardus en moeder Alia Maria Wilhelmina kregen drie kinderen, als eerste dochter Antonia Geertruida, daarna de zonen Wilhelmus Adrianus en Hermanus Gerardus junior. Op 9 mei 1912 kwamen zij vanuit Den Bosch in Dordrecht wonen. Oorspronkelijk komt het gezin uit Amsterdam, uit de Frederik Hendrikstraat 133.
Foto’s RAD

Te kostbaar
Helen Stroosma, de (inmiddels met pensioen gegane) senior studiezaalmedewerkster van het archief, gespecialiseerd in fotografie, heeft desgevraagd ons, de redactie van deze Stolpersteinesite, eerder in 2021 uitgelegd hoe het archief zélf te werk is gegaan, nadat het de Collectie-Beerman had binnengekregen, in de jaren zeventig. Die uitleg is ronduit ontmoedigend. Feitelijk is er geen verband tussen de orderboeken en de foto’s, vertelt ze.
        “Toen wij het archief van Beerman zijn gaan digitaliseren, leek het een goed idee om de orderboeken van Beerman alvast in te voeren, zodat er een bijschrijving bij zou horen zodra de gedigitaliseerde foto’s online kwamen. Achteraf bleek dit geen goed idee. Een heleboel foto's waar een beschrijving van was, bleken er niet te zijn. Bovendien waren niet alle opdrachtgevers degenen die op de foto stonden. We zijn dus gestopt met deze aanpak, die bovendien te kostbaar werd, omdat we iemand in dienst hadden die dit werk deed.”
        Kan zij enigzins aangeven hoeveel foto’s er niet beschreven zijn?
        “Nee”, reageert Stroosma. “Het is niet te doen om dat uit te zoeken. Want er zijn zelfs nog véél meer foto’s – eigenlijk negatieven – van de Collectie-Beerman die niet gedigitaliseerd zijn, en dat zijn er tienduizenden.” Ze voegt toe: “En er zijn geen plannen om in de toekomst meer werk van deze collectie te maken. Dan zijn er toch andere prioriteiten.”
        De enige manier om de collectie beschreven te krijgen, sluit Stroosma af, is “dat bezoekers die in onze beeldbank iemand herkennen, daar melding van maken.” Zoiets heet een ‘bezoekerscommentaar’, dat meestal bij de desbetreffende foto wordt geplaatst.

Thuisbrengen
Erica van Dooremalen is zo iemand die deze taak belangeloos op zich heeft genomen, maar op een andere wijze. Zij kijkt niet of ze iemand herkent, zij zou als naoorlogse Dordtenaar de vooroorlogse stadgenoten niet eens kúnnen herkennen. Maar zij bestudeert de foto’s vanuit haar archiverende gedrevenheid. Zij wil de foto’s thuisbrengen.
        In de afgelopen maanden heeft Van Dooremalen – zij is niet doorlopend, maar bij tijd en wijle met de Collectie-Beerman bezig – iets ontdekt dat het ‘ontginnen’ van de collectie ook nog extra bemoeilijkt. Dat is als er bezoekers van de website zijn die toevallig iemand herkennen. Ze licht dit toe:
        “De collectie begint netjes met de foto’s waarvan het inventarisnummer overeenkomt met het nummer op de foto. Dit is handig: het nummer kan nu eventueel vergeleken worden met de negatievenboeken (of opdrachtboeken). Hoe verder je in de collectie bladert, hoe hoger het inventarisnummer wordt. Maar op een gegeven moment komt het inventarisnummer niet meer overeen met het nummer op de foto. Het nummer op de foto zou dus apart in het bezoekerscommentaar moeten worden genoemd.”
        Het uitzoeken is met andere woorden tamelijk ingewikkeld. En wie heeft hier nog zin in? Waarom zou je je zoveel moeite geven voor werk waarin het archief zélf al niet eens tijd en geld wil stoppen?

Delven
Van Dooremalen blijft het vooralsnog proberen, zo in haar eentje. Ze wil schachten delven in de fotografische goudmijn waarover het archief beschikt; een titanenklus. Vondsten die zij doet van joodse Dordtenaren, deelt zij met de redactie van deze website. De redactie op haar beurt probeert de afgebeelde personen te duiden: wie waren zij, hoe is het ze vergaan in of na de oorlog? Een co-productie dus.
         De bedoeling van dit alles is simpelweg: te laten zien welke foto’s van joodse Dordtenaren zijn opgedolven uit die tienduizenden onbeschreven foto’s van vader en zoon Beerman. Wie weet welke nabestaande met dit fotohistorische erfgoed nog een plezier kan worden gedaan, zélfs na 76 jaar.

Vooroorlogse foto's van joodse Dordtenaren

Enig kind Arnoud Hartog Polak

In het opdrachtenboek staat op 19 november 1927 bij nummer 9276: mevrouw Polak, Krispijnseweg 121. Vier foto’s van een jongen. “Is dit Arnoud Hartog Polak?”, oppert Van Dooremalen.
        Op nummer 121 rood van de Krispijnseweg woonde vanaf 12 mei 1926 het gezin Polak, bestaande uit koopman in sigaretten Benjamin Polak (Amsterdam, 5 mei 1893), diamantslijpster Beela Wolf (Amsterdam, 15 mei 1893) en hun zoon Arnoud Hartog (Watersgraafsmeer, 19 mei 1921). Arnoud was en bleef hun enige kind. Het gezin was op 29 mei 1923 neergestreken in Dordrecht, komende uit Amsterdam.
        Aanvankelijk woonden de Polaks in de J.J.A. Gouverneurstraat, op nummer 26 rood, in mei 1926 verhuisden zij naar de Krispijnseweg. Vader Polak was correspondent van beroep. Arnoud Hartog was zes jaar oud, toen in de studio van Beerman in november 1927 de jongeman van de foto werd geportretteerd. Die leeftijd kan kloppen met het postuur van de jongen. Met andere woorden: de kans is groot dat de jongen-op-de-foto inderdaad Arnoud Hartog betreft.
        Het gezin Polak verliet Dordrecht twee weken later, op 1 december 1927. Toen had het vier jaar in Dordrecht doorgebracht. In de nieuwe woonplaats, Zandvoort, betrokken de drie Polaks een woning aan de Oosterparkstraat, op nummer 48.
        Nog meer achtergrond: Benjamin, die op 17 februari 1920 in Watergraafsmeer met Beela was getrouwd, is een zoon van diamantslijper Aaron Polak (1861-1929) en Roosje de Groot (1863-1922). Dit Amsterdamse echtpaar kreeg vijf kinderen, achtereenvolgens Hanna (11.9.1884 – 20.9.1884), Soesman (12.2.1886), Abraham (21.1.1888), Esther (9.2.1891) en als laatste Benjamin (1893). Soesman en Abraham zijn beiden vermoord in Sobibor, respectievelijk op 9 april 1943 (57 jaar) en 4 juni 1943 (55 jaar).
        Esther, die op 24 juni 1915 in Amsterdam als 24-jarige trouwde met de even oude plaatsgenoot, tevens diamantslijper, Jacob Witsenhuijsen (30.5.1891), beviel op 8 mei 1918 van Celine. Op 29 juli 1926 vertrekt dit gezin naar Antwerpen. Daarna ontbreekt van hen ieder spoor, zodat niet is vast te stellen of zij de Holocaust hebben weten te doorstaan. Esther’s jongste broer Benjamin komt niet voor in de databestanden van ‘Joods Monument’, hij en Beela (en Arnoud) hebben de oorlog klaarblijkelijk overleefd.
        Een aanwijzing daarvoor is dat hun zoon Arnoud Hartog een hoge leeftijd heeft bereikt: 95 jaar. Hij overleed volgens een advertentie in het Noordhollands Dagblad van 15 februari 2017 in Haarlem, op de elfde februari. Arnoud was weduwnaar van Cato Gerarda van Weel. In de advertentie worden zijn bijnaam (‘Dik Lieuwe) en zijn voormalige beroepen vermeld: federatiebelastingadviseur en accountant-administratieconsulent.
        Hij is gecremeerd in Driehuis.

Familielid David Stad en van zijn vrouw Matje Cohen

In de beeldbank bevinden zich twee anonieme portretfoto’s van Beerman met deze nummers: 309_101444 en 309_101443. In de rand van deze foto’s is het nummer te lezen dat deze afbeeldingen hadden gekregen in de administratie van Beerman, respectievelijk 30506 en 30590. Maar er staat nog iets meer, namelijk “STAD sepia” en “STAD”. Van Dooremalen vermoedt dat het gaat om een portret van David Stad en van zijn vrouw Matje Cohen. Kan dit kloppen?
        De vraag kan worden voorgelegd aan een familielid: Marianne Bont-Sons uit Dordrecht, die aan het woord komt in verhaal 28 op deze website. “Ja,” reageert zij, “dit zijn inderdaad mijn grootouders. Mijn familie heeft meer foto’s bij Beerman laten maken.”
        Nu de foto’s zijn geïdentificeerd, heeft Marianne op de beeldbank direct gegevens gezet bij haar opa David (1883-1963) en oma Matje (1886-1956), die allebei de oorlog hebben overleefd. Een citaat: “David was getrouwd met Matje Cohen, mijn grootmoeder, die Marianne werd genoemd en naar wie ik vernoemd ben.” Het echtpaar woonde indertijd aan de Burg. de Raadtsingel, op nummer 23E (nu: 77).
        Zij meldt verder dat David Stad eigenaar was van de winkels ‘De Blauwe Pui’ en ‘Het Lampenpaleis’, beide gevestigd op de Voorstraat – de eerste op nummer 186 (nu: 232), de andere aan de overkant op nummer 209 (nu: 267). In deze zaken kon men terecht voor radio’s, elektriciteit, ijzerwaren, gereedschappen, fietsartikelen, kronen, lampenkappen en verlichtingsartikelen.
        Dat Marianne Bont-Sons nog over de foto’s kon worden geraadpleegd, is een mirakel: zij is al enkele jaren ernstig ziek. Maar ze laat in juni 2021 weten dat “het nog steeds goed met me gaat”. Ze vervolgt: “Bij elke controle in het ziekenhuis word ik nog steeds met bewondering en ook verbazing ontvangen. Het is weinigen gegeven zo lang en vooral ook zo goed op zoveel chemokuren te reageren. Ik ben een geluksvogel.”
        Naderhand is er nog een foto ontdekt van zowel Matje, een betere zelfs, in de zin van onbeschadigder. In de beeldbank heeft de foto nummer 309_101445 gekregen; in de rand staat slechts: “30190 H… sepia”. Maar Matje is onbetwistbaar te herkennen.

Bruidsmeisjes Hermanus Eijl met Elisabeth Breemer

In de rand van foto 309_100566 is behalve het fotonummer uit de administratie ook te lezen: “10666 EIJL sepia”. Staat op deze huwelijksfoto misschien, vraag Van Dooremalen zich af, Hermanus Eijl, die op 27 juni 1928 in Dordrecht trouwde met Elisabeth Breemer?
        De foto toont het bruidspaar, met naast ieder van de echtelieden een bruidsmeisje. Maar er is ook nog een huwelijksfoto zonder deze meisjes, ontdekte Van Dooremalen al gauw, en die was al bekend, onder nummer 309_10689. De gezichten van Elisabeth en Hermanus, en vooral het kalende hoofd van Hermanus, blijken overeen te komen. De foto met de bruidsmeisjes is daarmee definitief ‘thuisgebracht’.
        Op de beeldbank heeft de Dordtse historicus en lid van de lokale werkgroep Stolpersteine, Kees Weltevrede drie jaar geleden al, dus in 2019, belangwekkende informatie geplaatst. De familie Eijl, schrijft hij, “is de hele oorlog ondergedoken geweest” bij een winkelmeisje, Hennie van de Burg uit de zaak van haar grootvader. Deze dreef in Rotterdam een winkel in textiel. Het onderduikadres was aan de Gordelweg.
        Elisabeth is overleden op 8 juli 1993, 91 jaar oud. Haar man Herman stierf veel eerder, op 2 juli 1971, pas 69 jaar oud. Beiden liggen begraven in Wassenaar, zie verder het kader onderaan verhaal 68.

Dochters Bertha Cohen, Levie Nathan Breemer, Rozetta en Henriëtte Louise

Nog een foto die de familie Breemer betreft. In de beeldbank heeft zij nummer 309_108839, in de administratie van Beerman nummer 8451. De foto staat op pagina 1761 van de 2197 pagina’s op de beeldbank. In de rand van de foto staat “BREEMER 4x2 sepia vrijdag”, de foto laat een moeder met twee dochters zien.
        Welke Breemer het is, achterhaalt Van Dooremalen al spittend in de beeldbank.
        Zij treft daar onder nummer 309_23056 een foto aan, die “dezelfde moeder met kinderen” laat zien, alleen zijn de kinderen “iets jonger”. De moeder op deze foto is Bertha Cohen (Dordrecht, 18.2.1899), die op 17 augustus 1921 trouwde met Levie Nathan Breemer (Dordrecht, 29.7.1896). De kinderen zijn Rozetta (Dordrecht, 23 mei 1922) en Henriëtte Louise (Dordrecht, 29.2.1926).
        Dit gezin, dat aan de Singel op nummer 86a (nu: 116) woonde, is compleet uitgeroeid in de oorlog. Vader, moeder en de twee dochters werden tegelijk om het leven gebracht in Sobibor, op 9 juli 1943. Deze dag was overigens voor nog eens 24 Dordtenaren een noodlottige: zij werden allen door gas verstikt in het Oostpoolse kamp, zie verhaal 68 erover elders op deze site.

Wenkbrauwen Links David Mozes en Johanna Kets de Vries en rechts klassenfoto, gemaakt in het seizoen 1919-1920 met David Mozes

Op pagina 1769 in Beermans administratie staat genoteerd, net als op de rand van de desbetreffende foto: “3580 v. Tijn sepia”. Te zien zijn een man en een vrouw, zie in de beeldbank onder nummer 309_109012.
        Van Dooremalen weet het echtpaar te identificeren aan de hand van twee andere foto’s, die horen bij verhaal 160 op deze site. Die foto’s zijn allebei een klassenfoto, gemaakt in het seizoen 1919-1920 (klas 2A) en in de periode 1922-1923 (klas 5). Vooral aan de hand van zijn opzichtige wenkbrauwen is hierop David Mozes van Tijn te herkennen – dezelfde man, maar nu in gehuwde staat, als op de foto van het echtpaar.
        David Mozes huwde met Johanna Kets de Vries (31 juli 1906), in haar geboortestad Rotterdam, op 28 juni 1933, hij was toentertijd 28, zij 26. Nog diezelfde dag, staat in verhaal 160, vertrok het bruidspaar naar Dordrecht, waar David Mozes was geboren op 19 januari 1905. Ze gingen wonen aan de Wijnstraat, op nummer 129 (nu: 195).
        David Mozes is op 30 april 1943 omgebracht in Auschwitz. Johanna was daar vijf maanden eerder al vermoord, op de 23 november 1942, samen met de kinderen Cisca Beli (Dordrecht, 2.11.1935) en Mozes Izaäk (Dordrecht, 31.5.1937).

< Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 2

> Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 3

> Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 4

> Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 5

> Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 6

< Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 7

< Verder naar De onontdekte foto’s van Dordtse joden in het archief: aflevering 8


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'