Het voorbije joodse dordrecht

Opwindend nieuws: Dordtse Thorarol
na bijna tachtig jaar weer opgedoken

Het interieur van de Dordtse synagoge aan de Varkenmarkt

Het interieur van de Dordtse synagoge aan de Varkenmarkt, gefotografeerd eind jaren dertig van de vorige eeuw. Vermoedelijk beschikte de synagoge niet slechts over één Thorarol, maar over meerdere.
Foto RAD (nr. 556_2021)

Het is nieuws dat tientallen jaren heeft liggen sluimeren en dat nu, anno 2021, begeleid met trompetgeschal, de wereld in geslingerd kan worden: de Thorarol van de Dordtse synagoge is er nog.
        Al die tijd heeft dit religieuze voorwerp, deze Hebreeuwse wetsrol, op een zolderkamer in de wijk Krispijn gelegen. Niemand die dat wist, behalve natuurlijk een handjevol ingewijden, zoals kennissen en vrienden. Niet omdat ze iets te verbergen hadden, er was simpelweg geen aanleiding om ermee naar buiten te treden.
        Half oktober 2020 werd het stilzwijgen over de Thorarol verbroken. Onopzettelijk, louter door toeval. Kees Weltevrede, de historicus van de Dordtse werkgroep Stolpersteine sprak per telefoon weer eens met Tineke Pennings. Weltevrede, zijn echtgenote Anke, mevrouw Pennings en haar (overleden) man, Cornelis (‘Kees’) Pennings, kenden elkaar al lang – als stadgenoten, uit kerkelijke kring en bovendien hebben beide mannen in het onderwijs gewerkt.
        Tineke Pennings, samen met haar 45-jarige zoon Taco de bewaarders van de Thorarol, wilde aanvankelijk per se niet met naam en toenaam in de publiciteit bekend raken. Alle aandacht moest uitgaan naar de Thorarol, vonden ze, niet naar hen. Later kwamen zij terug op de anonimiteit.
        Los van dit al had Tineke Pennings er geen enkel bezwaar tegen om onbekrompen te vertellen wat er met en rond die verloren gewaande Thorarol zoal is gebeurd.
        Dat scheelde, want dankzij die medewerking heeft zij deze reconstructie mogelijk gemaakt – een verhaal over de ‘route’ die de Thorarol heeft afgelegd sinds deze in de oorlog is weggehaald uit de synagoge aan de Varkenmarkt om uiteindelijk veilig gesteld te kunnen worden in een zolderkamer in Oud-Krispijn. Hiermee wordt een gat gedicht, dat ontstond toen de Thorarol verdween in de nevel van de geschiedenis. Decennia achtereen heerste er vooral onwetendheid over het lot van dit voorwerp. Ten slotte werd geaccepteerd dat deze voorgoed spoorloos was, mogelijk zelfs vernietigd of anders vergaan.
        Wat gaat er nu gebeuren met de Thorarol, die ontegenzeglijk een onvervangbaar, zeldzaam onderdeel is van het Dordts-joodse erfgoed? Daar wordt over nagedacht, vooral in Rotterdam. De joodse gemeente van Dordrecht bestaat immers niet meer, deze Mediene is ondergebracht bij die van Rotterdam.
        In januari 2021 volgde een afspraak en kwam Kees Weltevrede de rol bekijken bij Tineke Pennings. Daarna kwam ‘alles’ in een stroomversnelling. De penningmeester van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap in Rotterdam, Rob Konings, en rabbijn Jehoeda Vorst, eveneens uit Rotterdam, kwamen de rol nieuwsgierig bekijken en Vorst fotografeerde een deel ervan. Zij gaan ervoor zorgen dat de conditie, de leeftijd en de authenticiteit van deze rol – met de hand geschreven door een sofer – worden beoordeeld. Wie heeft wanneer deze rol gemaakt, en hoezeer is zij al of niet beschadigd?
        Daarna gaat bekeken worden welke functie de hervonden rol kan krijgen. Kan zij na restauratie weer worden gebruikt in een synagoge? Of wordt zij als educatief voorwerp tentoongesteld in het Joods Museum dat in Rotterdam in oprichting is?
        Dit is allemaal van later zorg; het zijn ontwikkelingen die nog de nodige tijd vergen. Intussen is het opwindendste nieuws nog steeds dat de Thorarol terecht is, na zo ongeveer tachtig jaar. Dat is niet minder dan een mirakel, en dáárover gaat dit verhaal: de Werdegang van de Dordtse Thorarol. Een reconstructie.

na bijna 80 jaar is de Dordtse Thorarol opgedoken

Het is zover: na bijna 80 jaar is de Dordtse Thorarol opgedoken. Op 20 januari 2021 inspecteert de Rotterdamse rabbijn Vorst de conditie ervan. Is restauratie al of niet nodig?
Foto Redactie Website

Jordaan
Kees Pennings is geen geboren Dordtenaar. Hij kwam ter wereld in Rotterdam, op 5 februari 1906. Op 11 augustus 1931 trouwde hij, sinds 1925 onderwijzer aan de Mijlschool in Dordrecht, met Geertje Jannigje van Pelt (Ridderkerk, 14 november 1907). Het echtpaar ging in Dordrecht wonen, maar verhuisde op 3 januari 1934 naar Culemborg, waar Kees Pennings een nieuwe onderwijsbetrekking kreeg. Eind maart 1940 trokken Geertje en hij verder, naar Amsterdam. Daar werd Pennings per 1 april 1940 hoofd van een christelijke school in de Jordaan, aan de Lindengracht. Het echtpaar betrok een woning aan de Nassaukade 108, op de tweede verdieping.
        De oorlog brak kort nadien uit, joden moesten in toenemende mate voor hun leven vrezen. Vanaf augustus 1943 tot enige dagen na de bevrijding in mei 1945 heeft Kees Pennings een joodse man verborgen op de zolder van zijn school, ene Louis.
        [Decennia later verklaart deze Louis in een brief aan het Comité Verzetsherdenkingskruis wat Kees Pennings voor hem heeft gedaan en betekend: “…..Genoemde C. Pennings heeft mij namelijk als toenmalig Hoofd van zijn Prinses Ireneschool aan de Lindengracht als Joods onderduiker ruim 21 maanden in die school op zolder gehuisvest en verborgen gehouden, terwijl hijzelf met zijn toenmalige echtgenote woonde aan de Nassaukade, ruim tien minuten gaans van de school. Laatstgenoemde echtgenote zorgde al die maanden dat ik elke dag, ook op zaterdag en zondag, op tijd warm eten kreeg en zulks in ruime mate, hetgeen in die jaren van distributie en groot voedselgebrek op zichzelf heel wat wilde zeggen…”]
        Door hem bij zich te laten onderduiken, redde Kees Pennings het leven van Louis en bracht hij dat van zichzelf in gevaar. Op jodenhulp stond de doodstraf. Maar de nazi’s hebben Louis niet ontdekt. De mannen werden vrienden en bleven dat gedurende hun hele verdere leven.
        Tineke Pennings, die de identiteit van de onderduiker liever niet openbaart, heeft Louis vanzelfsprekend gekend. “Hij kon goed uitleg geven over het jodendom, en mijn man was daarin altijd geïnteresseerd.”
        In 1983 heeft Kees Pennings onder andere voor zijn belangeloze onderduikhulp het verzetsherdenkingskruis gekregen, een nationale onderscheiding die is bestemd voor mensen die deelnamen aan het verzet tegen de bezetter. Ook zijn vrouw Geertje ontving toen postuum deze onderscheiding.
        Beide mannen zijn 95 jaar oud geworden, beiden overleden in 2001, Kees op 17 maart.

lompen- en metaalhandel van Jos. Cohen op de Staart

Een unieke foto, gemaakt in 1925, van de lompen- en metaalhandel van Jos. Cohen op de Staart, vlakbij de Prins Hendrikbrug. Eerder had Jos., voluit Jozeph (of: Joseph) Cohen geheten, een metaalhandel op de Voorstraat. Jos. Cohen is de vader van Meijer Michiel Cohen en de grootvader van Joseph Jacob (‘Jos’) Cohen. De foto dateert van de begintijd van de schroothandel aan het Wantij.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 552_360075)

Dordrecht
Schoolhoofd Pennings keerde in december 1956, na een afwezigheid van 22 jaar, terug in Dordrecht. Ook hier ging hij een christelijke school leiden, de Louise de Colignyschool aan de Noordendijk. In oktober 1970 stierf Geertje, de vrouw van Pennings, 62 jaar oud. Een jaar later hertrouwde hij met de veertig jaar jongere Catharina (‘Tineke’) van der Vlies (Dordrecht, 16.4.1946), die op zijn school juffrouw was. “Zo hebben wij elkaar leren kennen.” Vier jaar later werd hun beider zoon geboren, Cornelis David (‘Taco’), op 24 april 1975.
        Toen Tineke introk bij haar man, bevond zich in zijn woning in Krispijn al de Thorarol uit de Dordtse synagoge. Maar hoe was dit eerbiedwaardige voorwerp dan bij hem, een niet-jood, terechtgekomen? Dit probeert Tineke Pennings nu zo goed als mogelijk uit te leggen, uit haar geheugen puttend.
        Jaren nadat haar man hoofd van de Louise de Colignyschool was geworden, in 1956 dus, kwam op zekere dag Ad Bezemer het gebouw ingelopen, samen met diens vader Aart Bezemer. Ad is geboren op 20 december 1959. Het zal daarom ergens in de jaren zestig zijn geweest dat zijn vader Ad naar de lagere school bracht.
        Aart Bezemer was een heuse Dordtenaar, geboren op 9 april 1929 en getrouwd met Annigje (‘Annie’) Triet (Papendrecht, 22 juli 1931). Beiden zijn nederlands hervormd. Het is deze Aart die na de oorlog op een zeker moment op de Staart het bedrijf overnam van Jos. Cohen, officieel geheten de metaalhandel Jos. Cohen en Zoon (Jos. met een punt achter de ‘s’). Deze schrootfirma lag vlak naast de Prins Hendrikbrug. In de beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) is er een unieke foto van te vinden. Wie Jos. verder was, wordt hierna nog uitgelegd.
        Aart Bezemer gaf aan schoolhoofd Pennings op een zekere dag de Thorarol, afkomstig uit de Dordtse sjoel. Die rol was ooit, ergens in de oorlog, verstopt in de koperloods van de firma Cohen – en is daar gevonden door de nieuwe eigenaar, Aart Bezemer.
        Maar waarom gaf Bezemer de rol specifiek aan het schoolhoofd? Zoon Ad zegt dat hij “alleen maar kan raden” naar het motief; hij was er niet bij. Hij doet een poging: “Ik denk dat mijn vader hem zeer zeker niet voor zichzelf wilde houden en de rol op deze wijze onder de aandacht wilde brengen.”
        Kees Pennings nam de rol mee naar huis en legde deze op een tafel in de zolderkamer, “verpakt in roodbruin kaftpapier”. Tineke: “Toen mijn man ’m kreeg, was de rol zonder stokken. Maar mijn man wilde de rol hebben zoals ’t hoort. Dus heeft hij een aangetrouwde neef, een ervaren timmerman, houten handvatten laten maken.”
        Decennia nadien is de rol vervolgens vrijwel onaangeroerd op die zolderkamer blijven liggen. Vrijwel, want tweemaal is de Thorarol ‘buiten’ geweest, vertelt Tineke Pennings.
        “Eén keer is de rol helemaal uitgerold in de gang van de school, zodat kinderen, die ernaast zaten, de rol konden bekijken, terwijl ze er les over kregen. Bij die gelegenheid is de rol nagemeten, hij bleek 42 meter lang, zoiets. Een andere keer is de rol meegenomen naar het Sint Catharinadal-klooster in Oosterhout. Daar hebben ze een restauratie-atelier, dat geïnteresseerd is in handschriften. En de rol is ook met de hand geschreven. Alle nonnen in hun witte habijten hebben in de lange kloostergang op de grond gezeten om de rol te bekijken, om het vakmanschap. Dit is allemaal voor mijn tijd gebeurd.”

Dirkje Bezemer, Aart, Annigje Triet en familie Pennings

De eerste drie foto’s zijn afkomstig van de website van Yad Vashem. Ze worden getoond bij gegevens over Aart en Dirkje Bezemer-Sluiters, het echtpaar dat tijdens de oorlog drie van de vier gezinsleden Cohen bij hen liet onderduiken, in hun woning aan de Maasstraat 58 (nu: 84). Yad Vashem heeft het echtpaar in 2018 postuum een onderscheiden. De onderduikers waren Meijer Michiel Cohen, zijn vrouw Gesina Cohen-Keesje en hun dochter Bruintje Susanna (‘Betty’).
De eerste foto toon Dirkje (‘Dit’) Bezemer, met voor haar rechts haar zoon Aart (geboren in 1929). Links zit diens echtgenote Annigje Triet. De tweede is dezelfde Aart, op jongere leeftijd. Op de derde foto is nogmaals Dirkje te zien, op een boot, zich koesterend in de zon. De foto’s zijn alledrie ongedateerd.
Foto’s Collectie Yad Vashem
De vierde foto is van de familie Pennings in 1996, met links Tineke Pennings, rechts haar man Kees en in hun midden zoon Taco.
Foto Familiebezit

Curiosum
Afgezien van deze twee ‘uitjes’ lag de rol gewoon in rust op de zolder, opgerold – en in een later stadium ingepakt in bubbelfolie.
        Kees Pennings, de originele bewaarder, overleed in 2001. Zijn echtgenote en zijn zoon werden de nieuwe beheerders. Maar zij deden er niets mee. Ze beschouwden de rol als een vertrouwd huiselijk bezit, als een curiosum. Slecht enkele mensen wisten dat de rol op zolder lag, maar dat was het dan ook wel: de buitenwacht wist van niets. De Dordtse Thorarol werd intussen, naarmate de oorlog verder in het verleden kwam te liggen, gaandeweg definitief verloren geacht.
        Zelf hadden Kees Pennings, zijn vrouw en zoon ook niet zo direct de behoefte om het bestaan van de rol te openbaren. Of om hem aan te bieden aan de Joodse Gemeente Rotterdam.
        Daar was een specifieke reden voor, vertelt Tineke. “Mijn man was eens ter ore gekomen, via een orthodox-joodse vriend, dat de rol bezoedeld zou zijn, omdat hij in handen was geweest van niet-joden. Hij was aangeraakt door onheilige handen. Daarom mocht de rol toch niet meer gebruikt worden. Daar kwam bij dat er van de joodse gemeente in Dordrecht niets meer over was. Daarom is er al die tijd niets mee gedaan. Ik moet eraan toevoegen dat wij ook heus niet elke dag met de Thorarol bezig waren. Hij lag daar te liggen, in de zolderkamer. Maar langzamerhand kom je wel op een leeftijd dat je denkt: hoe kan ik die rol een toepasselijke plaats geven?”

Jozeph Cohen en Bruintje Cohen-van Beuns

Dit zijn Jozeph Cohen en Bruintje Cohen-van Beuns, het echtpaar waarmee de metaalhandel Jos. Cohen begon.
Hij is geboren in Dordrecht, zij in Groningen. Jozeph ofwel Jos. was een operazanger en is dat ook lang in zijn leven gebleven. Maar daarnaast was hij koopman. De foto’s van hen zijn tegelijk gemaakt op 22 maart 1930, iets meer dan een jaar voordat Jozeph Cohen overleed, op 60-jarige leeftijd. Bruintje stierf in 1933.
Foto’s RAD (nrs. 309_14986 en 309_14987)

Drie krantenknipsels die de verplaatsingen van de firma Cohen laten zien

Drie krantenknipsels die de verplaatsingen van de firma Cohen laten zien. Aanvankelijk gevestigd op de Voorstraat (‘Dordrechtsche Courant’, 1.1.1920), begon Jozeph Cohen een opslagplaats op de Staart (DC, 31.12.1935), terwijl het kantoor van zijn bedrijf van de Voorstraat naar de Blekersdijk naar de Toulonselaan verhuisde (DC, 13.11.1937).
Foto’s Krantenbank RAD

Operazanger
Tijd voor een onderbreking, voor een terugblik. Wie was de Jos. Cohen die op de Staart een metaalhandel begon? Een familiegeschiedenis ontvouwd.
        Jos. staat voor Joseph Cohen, in Dordrecht geboren op 19 juni 1871. Hij trouwde op 15 november 1896 in Groningen, 25 jaar oud, met de 32-jarige Bruintje van Geuns (Groningen, 5 september 1864). Joseph, op sommige documenten ook als Jozeph gespeld, ontwikkelde zich tot operazanger. Hij trok op 1 oktober 1892 naar Amsterdam. Bruintje kwam daar bij hem wonen, kort na het huwelijk, komend uit Groningen.
        Het echtpaar verhuisde op 6 mei 1897 naar Dordrecht, naar de Raamstraat 17. Daar werd hun eerste kind geboren: Rozetta, op 31 augustusus 1897. Een jaar later, op 17 augustus 1898 ging het stel terug naar Amsterdam, waar het tweede kind ter wereld kwam: Johanna, op 24 november 1898. Op 30 maart 1899 werd Amsterdam toch weer verruild voor Dordrecht. Met z’n vieren namen de Cohens hun intrek in een woning aan de Kolfstraat, op nummer 17, ook in de binnenstad gelegen,.
        In dit Dordrecht breidde de familie zich uit: op 30 augustus 1900 beviel moeder Bruintje van een tweeling: het meisje Cornelia Jacoba en de jongen Meijer Michiel.

grafstenen van de oprichter van de firma Cohen, Jozeph, en zijn vrouw Bruintje

De grafstenen van de oprichter van de firma Cohen, Jozeph, en zijn vrouw Bruintje, op de joodse begraafplaats aan de Nieuweweg in Dordrecht.
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’

Joseph Cohen bracht volgens zijn kleinzoon Mike (over hem later meer) “de opera naar Dordrecht en zong zelf ook in de opera in Dordrecht”. Maar hij stichtte ook de metaalhandel Jos. Cohen. Deze was aanvankelijk gevestigd in zijn woonhuis op de Voorstraat, op nummer 12 (nu: 14-16), zoals blijkt uit een advertentie in de Dordrechtsche Courant van 1 januari 1920. Behalve zanger werd Cohen nu ook koopman en makelaar in machinerieën.
        In 1922 plaatst Cohen aan de Maasstraat, naast de scheepswerf Dordrecht, een kantoor, zo geeft het desbetreffende bouwdossier in het RAD weer. De lompen- en metaalhandel is dan nog steeds gevestigd op de Voorstraat, maar dat verandert gaandeweg. Op de Staart, aan de Maasstraat 19 (in de jaren vijftig ongenummerd naar 25-27) beschikt hij later over een fabriek, een bovenwoning, een kantoor, een loods, een erf en een opslagplaats. Zelf verhuist hij naar de Blekersdijk 10 rood (nu: 14), vervolgens naar de Toulonselaan 7 (onveranderd). Op die adressen bevindt zich ook het kantoor van zijn firma. Aan de firmanaam wordt in de loop der tijd “& Zn” toegevoegd. Die zoon is Meijer Michiel.
        Als Joseph Cohen overlijdt op 19 juli 1931, op 60-jarige leeftijd, blijkt hij in Dordrecht een zekere statuur te hebben verworven – niet zozeer als metaalhandelaar, maar als operazanger. In een ‘In Memoriam’ schrijft de Dordrechtsche Courant op 20 juli dat met Jos. Cohen “een bekende en zeer zeker ook alom geëerd Dordtenaar” is heengegaan.
        “Immers, de heer Cohen was vooral een bekende en geziene figuur in de Dordrechtsche muziekwereld. Zoo was hij een der steunpilaren van een 3-tal opera-commissies. Voorts nam de heer Cohen vele jaren het voorzitterschap van de mannenzangvereeniging ‘Caecilia’ waar, terwijl hij werkend lid van Toonkunst was. Velen zullen zich herinneren, dat de heer Cohen vroeger als basbariton deel uitmaakte van de Hollandsche opera, die onder leiding van den Dordtenaar Kees van der Linden stond.”
        Cohen wordt begraven op het Israelitische kerkhof aan de Achterweg. Daar wordt twee jaar later ook zijn vrouw Bruintje ter aarde besteld. Zij stierf op 20 december 1933, 69 jaar oud.

panden waarin het kantoor van de metaalhandel te vinden was

Dit zijn de panden waarin het kantoor van de metaalhandel te vinden was, en waarin ook het gezin van opvolger Meijer Michiel Cohen woonde. De eerste woning toont nummer 14 van de Blekersdijk (de huidige zaak van ‘Proton’, destijds nummer 10 rood). De tweede is het hoekpand links op de Toulonselaan, dat onveranderd nog nummer 7 heeft.
Foto’s Google.

gezinskaart van Joseph en Bruintje Cohen

De gezinskaart van Joseph en Bruintje Cohen, voor- en achterzijde. Volgens deze kaart kregen zij drie kinderen: Rozetta en de tweeling Cornelia Jacoba en Meijer Michiel. In werkelijkheid waren het er vier. Johanna van 1898 ontbreekt, waarschijnlijk omdat ze in Amsterdam is geboren en daarna steeds elders woonde, in Zandvoort, Soest, Den Haag, Batavia, weer in Den Haag en opnieuw in Batavia.
Foto’s RAD


In deze woning van de familie Bezemer aan de Maasstraat werd het gezin Cohen verstopt

In deze woning van de familie Bezemer aan de Maasstraat 84 (destijds 58)
werd het gezin Cohen verstopt, drie jaar lang, van 2 maart 1942 tot 5 mei 1945. Alleen ’s nachts zagen de Cohens soms kans naar buiten te gaan, om frisse lucht in te ademen.
Foto Google

Oorlog
Meijer Michiel Cohen, hun enige zoon, nam het bedrijf over, ook híj werd een koopman in metalen.
        Meijer Michiel was op 5 maart 1930 als 29-jarige getrouwd met de 23-jarige Gesina Keesje (Velsen, 1 april 1906). Ze gingen inwonen op de Blekersdijk, op nummer 10 rood. Gesina schonk hem al in het navolgende jaar hun eerste kind, Bruintje Susanna Cohen, op 5 maart 1931. Zij werd Betty genoemd. In 1935, op 10 maart, volgt het tweede en laatste kind: Jozeph Jacob, die ook Jos ging heten. Per 2 november 1937 vestigde het gezin zich aan Toulonselaan, op nummer 7. Dit werd ook het adres van het kantoor van de metaalhandel Jos. Cohen & Zn.
        In de oorlog verblijven de Cohens al niet meer in de Toulonselaan. Zij duiken onder in een pand enkele honderden meters verderop, op de Reeweg-Oost 195 (nu: 233). Dat blijkt als op dinsdag 10 november 1942 de Duitsers bij verschillende razzia’s liefst 39 joden te pakken weten te krijgen, de gedigitaliseerde politierapporten getuigen ervan. De vier Cohens worden op de Reeweg gearresteerd, samen met de familie Kleinkramer, die zich in hetzelfde huis verborg. Het voorval is op deze website eerder al uitgebreid beschreven, in verhaal nummer 47.
        De familie Kleinkramer wordt compleet uitgeroeid, de familie Cohen heeft geluk, een onuitsprekelijk groot geluk. Meijer Michiel Cohen wordt door de Beauftragte, de Duitse overheidsvertegenwoordiger, onmisbaar geacht voor het metaalbedrijf. Dat is Kriegswichtig, van belang voor de Duitse oorlogsindustrie. Meijer Michiel mag daarom kamp Westerbork verlaten, samen met zijn vrouw en kinderen. Dit is hun redding geweest; zij overleven de Holocaust.
        Kriegswichtig of niet, de joodse familie Cohen is hiermee nog niet veilig. In verhaal 47 staat dat zoon Jos onderdook in Oene, in Gelderland, bij de familie Van Voorst-Konijnenberg. De drie andere gezinsleden verbleven op een onbekend adres. Volgens Betty hebben ze “de gehele onderduikperiode”, 26 maanden lang, “binnengezeten”.
        Verhaal 47 is geschreven in september 2014. Toentertijd was niet te achterhalen wáár de Cohens zich hadden verstopt. Zes jaar later is de schuilplaats bekend: ze blijken in dezelfde straat te zijn ondergedoken als waar de metaalhandel was, in de Maasstraat, bij Aart en Dirkje (‘Dit’) Bezemer. Aart is niet de Aart die eerder in dit artikel ter sprake kwam, de vader die zijn zoon Ad naar de school van Penings bracht. Neen, deze Aart is diens vader. De jonge Aart is naar aloud gebruik vernoemd naar de oude Aart.

Meijer Michiel met zijn vrouw Gesina Keesje en de kinderen Bruintje Susanna en Jozeph Jacob

Meijer Michiel Cohen werd de eigenaar van de metaalhandel Jos. Cohen, nadat zijn vader Jozeph in 1931 was overleden. Op hem slaat de toevoeging ‘& Zn’. In de beeldbank van het RAD werd deze gezinsfoto aangetroffen. Daar is geen beschrijving bij, er staat slechts: Cohen, Blekersdijk. Aan de hand van de gezinskaart én de gezinssamenstelling viel vast te stellen dat dit Meijer Michiel is, samen met zijn vrouw Gesina Keesje en de kinderen Bruintje Susanna (‘Betty’) en Jozeph Jacob (‘Jos’). De foto is gemaakt op 22 juni 1935.
Foto RAD (nr. 309_25107)

gezinskaart van Meijer Michiel en Bruintje

De gezinskaart van Meijer Michiel en Bruintje, voor- en achterzijde. Er blijkt uit dat zij per 2 november 1937 aan de Toulonselaan gingen wonen.
Foto’s RAD


Betty en Jos Cohen

Nog een foto die kon worden thuisgebracht is deze, gemaakt op 19 augustus 1936. De kinderen Betty en Jos zijn een jaar ouder dan op de voorgaande (gezins)foto.
Foto RAD (nr. 309_26519)

Onderscheiding
Hoe kwam het onderduikadres van de Cohens eigenlijk alsnog in de openbaarheid?
        Daar is een simpele verklaring voor: Aart en Dirkje hebben postuum de onderscheiding ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ gekregen van Yad Vashem, de Israëlische staatsinstantie die onderzoek doet naar alle Holocaustslachtoffers en daarnaast jodenhelpers huldigt.
        De onderscheiding blijkt op 13 augustus 2018 te zijn toegekend, tijdens een ceremonie in de Israëlische ambassade in Den Haag, maar daar had de redactie van deze Stolpersteine-website geen weet van. Op de website van Yad Vashem is begin 2021 nog altijd niet te lezen waaróm precies Aart en Dirkje zijn geëerd. Maar Ruth Joaquin, een oud-Dordtse die in Israël woont, kan desgevraagd al het (Engelstalige) verhaal verstrekken dat nog zal worden geplaatst: zíj heeft het geschreven op basis van allerlei research. Het moet alleen nog taaltechnisch worden nagekeken; daarna verschijnt het op de website.
        De feiten: scheepstechnicus Aart Bezemer is een autochtone Dordtenaar, geboren op 1 september 1904. Hij huwde op 20 oktober 1927 Dirkje Sluiters (Dordrecht, 5 maart 1906). Zij beviel op 9 april 1929 van hun eerste kind: Aart, hier voor het gemak junior genoemd. (Na de oorlog kregen zij nog een tweede kind, John.) Aart senior was machinebankwerker van beroep. Het gezin woonde eerst in de Waalstraat, op nummer 31 rood, vanaf 18 december 1934 aan de Maasstraat, op nummer 58 (later omgenummerd naar 84).
        Nadat de Cohens uit Westerbork waren teruggekeerd in Dordrecht en er alweer enkele maanden woonden – als de enige ‘vrije’ joodse familie in de stad –, gaf opzichter De Jonge van de metaalhandel de Cohens het welgemeende advies toch maar weer onder te duiken. Volgens Yad Vashem overwogen ze eerst zich op hun eigen bedrijfsterrein te verstoppen, ergens bovenin. Maar dat vonden ze toch te gevaarlijk. De opzichter nam daarop contact op met Aart en Dirkje. Die stemden er meteen in toe om Meijer Michiel en zijn vrouw Gesina op te vangen.
        Betty zou onderduiken in Amsterdam, maar net voordat ze zou afreizen, vielen de Duitsers op dat schuiladres binnen. Ze moest omzien naar een andere onderduikplek. De Bezemers besloten toen haar ook in huis te nemen.
        De Cohens verscholen zich bij hen vanaf 2 maart 1942 tot 5 mei 1945. Het grootste deel van die jaren bleven de Cohens binnen, in de kleine slaapkamer boven. Aart junior werd genoodzaakt beneden te slapen, in de woonkamer. Meijer Michiel nam met Betty de schoolstof door, vier uur per dag, behalve met rekenen.
        Soms konden de Cohens ’s nachts buiten frisse lucht inademen. Aart en Dirkje behandelden de Cohens goed en vriendelijk, constateert Yad Vashem, ze probeerden het gezin in alles tegemoet te komen. Hun beweegreden? “It was the right thing to do.”
        Gesina’s gezondheid verslechterde tijdens de onderduik, zowel geestelijk als lichamelijk. Dirkje Bezemer pretendeerde daarop bereidwillig zelf ziek te zijn, zodat het voor de omgeving niet vreemd was dat dokter Eppo Meursing zo dikwijls langskwam. Voor Dirkje betekende dat echter ook dat zij gedurende de onderduikperiode bijna niet het huis kon verlaten.

Mike Cohen, de zoon van Jos Cohen

Mike Cohen, de zoon van Jos Cohen, zoals hij zich presenteert op Facebook. Het gezin van Jos Cohen is in 1977 naar de VS geëmigreerd. Zijn vader heeft vergeefs geprobeerd de Thorarol naar Amerika verzonden te krijgen, naar de synagoge in zijn woonplaats Somerset, vertelde Mike.
Foto Facebook

Emigratie
Nadat de oorlog voorbij was, durfden de Cohens weer tevoorschijn te komen. Jos, de zoon, bleek nog in leven; ook hij had in onderduik weten te overleven. Vader Meijer Michiel betrok met zijn gezinsleden het oude huis aan de Toulonselaan 7, vanaf 5 september 1945. Hij werd opnieuw directeur van de metaalhandel. Maar verder werd niets meer het oude. Gesina herstelde niet volledig van de zenuwinzinking uit de oorlogsjaren. Jos had moeite om weer aan zijn familie te wennen. En Meijer Michiel was niet meer de man die hij voor de oorlog was.
        Betty ging studeren, en werd maatschappelijk werkster.
        Meijer Michiel werd in 1949 secretaris van het kerkbestuur van de Nederlands Israëlische Gemeente Dordrecht. Hij overleed op 21 februari 1958, 57 jaar oud. Gesina werd aanmerkelijk ouder. Zij stierf in Amersfoort, op 8 december 1998, op 92-jarige leeftijd.
        En hun kinderen?
        Betty emigreerde naar Israël, als de echtgenote van Raphael Smoli, en heet sindsdien Beti. Zij leeft nog, maar kan niet meer benaderd worden. Jos emigreerde eveneens, in augustus 1977, naar de Verenigde Staten. Hij was in Dordrecht getrouwd met Henriëtte (‘Jet’) C. Zadoks (Dordrecht, 10 februari 1937). Het echtpaar kreeg, in Dordrecht nog, drie kinderen: Mike E. (17.6.1959), Ida G. (16.12.1960) en Mitchel J. (9.5.1964).
        Jos Cohen is overleden op 8 januari 2016 op 80-jarige leeftijd overleden in Somerset, in de staat New Jersey. Zijn vrouw Jet leeft nog.
        Op dezelfde plek als waar het metaalbedrijf Jos. Cohen & Zn was, wordt in 1961 door Aart Bezemer aan de Maasstraat 21 de machinefabriek Bezemer NV gevestigd. Het desbetreffende pand, dat bestond uit meerdere loodsen, werd eerst voor een deel gehuurd, later gekocht, nog later weer verkocht, en in de jaren zeventig teruggekocht. En toen is er het bedrijf begonnen dat er nu nog altijd is, een verhuurbedrijf in lieren (winches) voor de offshore. De zoon van Aart, Ad, woonachtig op het adres Oranjelaan 10, heeft dit bedrijf overgenomen, voortgezet en uitgebouwd tot een grote onderneming, de Bezemer Group Holland, die nu de hoofdvestiging heeft op het industrieterrein Dordtse Kil I, aan de Bunsenstraat 49. Het bedrijfscomplex aan de Maasstraat is in 2020 gesloopt, in 1992 was het al verhuisd naar het industriegebied.

Fotoserie van de Thorarol

Op 20 januari 2021 werd de hervonden Thorarol, afkomstig uit de zolderkamer van mevrouw Pennings en haar zoon Taco, in een zaaltje van de Wilhelminakerk neergelegd, en deels uitgerold, zodat de rol kon worden bekeken. De bewaarders van de rol, Tineke Pennings en Taco, wilden aanvankelijk niet bekend worden (later wel), vandaar dat zoon Taco eerst nog onherkenbaar in beeld werd gebracht en mevrouw Pennings helemaal niet. De foto’s laten in chronologische volgorde zien dat de rol arriveert, wordt beoordeeld en weer wordt meegenomen naar de auto van Taco. Herkenbaar in beeld zijn hier rabbijn Vorst en NIG-penningmeester Koning.
Foto Redactie Website


historicus Kees Weltevrede

De historicus Kees Weltevrede ‘ontdekte’ bij toeval, tijdens zomaar een praatje met mevrouw Pennings, het bestaan van de Thorarol.
Foto Familiebezit

Jaarboek
Terug naar het heden, naar begin 2021.
        Drs. Cornelis (‘Kees’) Weltevrede is bezig met de laatste kopij voor het jaarboek van de Vereniging Oud-Dordrecht, te verschijnen in april. De titel wordt: We zijn vertrokken…, de ondertitel: De Jodenvervolging in Dordrecht 1940-1945. Al jaren doet hij onderzoek naar de joodse gemeenschap van Dordrecht, met het oog op een proefschrift. Voor het jaarboek heeft hij alvast beschreven en geanalyseerd wat de ongeveer driehonderd joden van Dordrecht in de oorlogstijd is overkomen.
        In oktober 2020 praat hij over de telefoon weer eens met Tineke Pennings, een gemeenschappelijke kennis van hem en zijn vrouw Anke. Hij vertelt over het thema van het jaarboek. Tijdens het gesprek vertelt mevrouw Pennings, naar aanleiding van dit thema, dat bij haar op de zolder een Thorarol ligt, mogelijk van Dordrecht. Weltevrede, altijd gespitst op overgebleven schaars erfgoed van joods Dordrecht, is verbaasd. In al die voorbije jaren was hier nooit iets over gezegd. “Eigenlijk was het”, beaamt Tineke Pennings, “een toevalstreffer dat de rol ter sprake kwam. Kees wist niet dat wij die rol in huis hadden.”
        Nieuwsgierig spoedt Weltevrede zich naar de woning van Tineke Pennings. Maar hij doet dat pas op vrijdag 15 januari, bijna vier maanden later.
        Vanwaar die lange tussentijd?
        Weltevrede zegt dat hij voorrang wilde geven aan het jaarboek. Hij had hoofdredacteur Kees Simond beloofd vóór 1 februari 2020 alle tekst in te leveren. “Ik gunde me geen tijd vanwege het afronden van de tekst voor het boek. Ik wilde niet alles tegelijk doen, want ik wist dat het ‘bezoek’ aan de Thorarol van alles met zich meebracht. Ik moest ik prioriteiten stellen. Dat is de verklaring waarom ik even heb gewacht.”
        Eenmaal bij Tineke Pennings aangekomen bekijkt hij de rol, die voorzichtig uit het bubbeltjesfolie wordt gehaald en maakt een paar foto’s. Hij vraagt Tineke naar de herkomst van de rol. Hij realiseert zich dat dit een spectaculaire vondst is, die publiciteit zal ontketenen: de Thorarol is na zo’n 80 jaar opgedoken! Eenmaal weer thuis brengt hij Chris den Hoedt op de hoogte, de voorzitter van de Nederlands-Israëlische Gemeente (NIG) Rotterdam.
        Den Hoedt is “ontroerd en zeer erkentelijk tegelijk”, laat hij per ommegaande weten. “Een Thora is voor ons van zeer grote betekenis en mocht dit een van de verdwenen Thora-rollen zijn uit de Dordtse sjoel, dan zou dan symbolisch zeer bijzonder zijn.”
        Tineke Pennings telefoneert maandagavond met Ad Bezemer, de zoon van Aart die drie jaar bij haar in de klas heeft gezeten. Ad vertelt dat hij, nadat zijn vader op 14 maart 2011 was overleden, 81 jaar oud, in de nalatenschap de administratie had opgediept van de Dordts-joodse gemeenschap. Tineke: “Dat was een openbaring voor mij.” Die administratie, twee boeken omvattend, heeft het Joods Historisch Museum in Amsterdam in ongeveer 2012 bij Ad thuis opgehaald.
        [Bij navraag laat Peter Buijs, senior medewerker van het Kenniscentrum van het Joods Cultureel Kwartier (waaronder het JHM ressorteert), weten dat er destijds drie boeken in ontvangst zijn genomen. En wel deze: het Notulenboek van het armwezen der NIG te Dordrecht, 1860-1872; het Notulenboek, tevens kasboek van het Nederlands Israëlitisch Armbestuur te Dordrecht, 1892-1931 en het Brievenboek van de NIG te Dordrecht, 1932-1936. “Het gaat”, licht Buijs toe, “om belangrijke stukken, die in onze collectie zijn opgenomen en die in normale [coronaloze] tijden toegankelijk zijn voor het publiek.”]
        Ad Bezemer meent, zegt hij tegen zijn oud-lerares Tineke Pennings, dat er ook nog ergens een Thorarol moest zijn. “Die heb ik”, zei mevrouw Penninngs daarop. Dit blijkt Ad niet te weten. Tineke: “Aart, de vader van Ad, had er nooit veel over verteld. Aart reageerde volgens Ad ook een beetje bedroefd als de oorlog ter sprake kwam. “Mijn vader vond het jammer dat hij na de oorlog niets meer heeft gehoord van de familie die zolang bij hen thuis ondergedoken had gezeten.”
        Desgevraagd bevestigt Ad Bezemer dat zijn vader niets meer had gehoord van de familie Cohen. Máár, voegt hij toe, dat veranderde zo’n twee jaar geleden. “De familie Cohen was op zoek was naar mij en nam contact op. Dit was een warm onthaal, waarbij voor beide families veel puzzelstukjes op hun plaats vielen.”
        Hoe de Thorarol in de koperloods van Jos. Cohen terecht is gekomen, in welk jaar, en door of via wie, is vooralsnog niet opgehelderd en valt misschien ook niet meer te achterhalen. Maar aan te nemen valt dat het aan Meijer Michiel, die in 1949 secretaris van het kerkbestuur van de NIG in Dordrecht werd, in de oorlog toeviel om rol en boeken te verstoppen, ergens op zijn bedrijfsterrein.
        Misschien bood bij het aan, misschien werd het hem gevraagd. Een schroothandel is een tamelijk onverdachte verstopplek.
        Ad Bezemer laat desgevraagd nog weten dat rol en boeken inderdaad “in de oude koperloods van de sloperij” van de voormalige firma Cohen hebben gelegen. “Wat ik me kan herinneren, was de Thora beschadigd, maar waren de boeken in goede staat.”
        Hij weet niet veel van de gebeurtenissen rond de Thorarol, zegt hij desgevraagd. “Ik weet dat mijn vader hem ooit [aan iemand] gegeven heeft, nadat hij hem gevonden had. Waar hij daarna gebleven is, wist ik niet.”

drie boeken van het Armenwezen

Afbeeldingen van de drie boeken die de familie Bezemer aan het Joods Historisch Museum (JHM) heeft gegeven: het notulenboek van het armwezen van de NIG in Dordrecht; het notulenboek tevens kasboek van het Nederlands Israëlitisch Armbestuur in Dordrecht en (een pagina uit) het Brievenboek van de NIG in Dordrecht.
Foto’s Collectie JHM


Rozetta woonde op het laatst in het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis in Leiden, blijkens deze kaart uit de cartotheek van de Joodsche Raad

Rozetta woonde op het laatst in het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis in Leiden, blijkens deze kaart uit de cartotheek van de Joodsche Raad. Zij werd op 23 maart 1943 op transport gesteld, en drie dagen later vergast in Sobibor.
Foto Arolsen Archives

Kerkzaal
Het gaat plotseling snel nu. Woensdag 20 januari vervoert Taco, de zoon van Tineke Pennings, de rol naar een zaaltje in de gereformeerde Wilhelminakerk, op de hoek van de Blekersdijk en de Kon. Wilhelminastraat. Dit is met opzet zo gedaan: als gevolg van de coronacrisis wijkt Tineke Pennings liever uit naar een grotere ruimte dan haar huiskamer. Nu kunnen er verscheidene mensen op afstand bij aanwezig zijn als de rol wordt ontrold.
        Iedereen draagt een mondkapje bij deze ‘verkenning’.
        In plaats van Den Hoedt is de penningmeester van de NIG aanwezig, Rob Koning. Hij is in gezelschap van rabbijn J. Vorst, die delen van de rol inspecteert en fotografeert. Intussen vertelt Tineke Pennings, bijgestaan door haar zoon, hoe de rol in handen van wijlen haar man is beland. Weltevrede luistert, terwijl de redacteur van de Stolpersteine-site foto’s maakt, zorgvuldig er – in dat stadium – op lettend dat haar zoon Taco niet herkenbaar wordt vastgelegd. Zijn hoofd wordt niet, of van achteren, gefotografeerd. In dit stadium wilde hij immers niet dat hij te identificeren zou zijn.
        De rabbijn kan zo kort na de vondst van de Thorarol nog geen uitsluitsel geven over wat ermee zou kunnen gebeuren. Weltevrede noteert later die dag, in zijn verslag aan alle aanwezigen, dat eerst moet worden beoordeeld in welke staat de papieren rol verkeert. Hij is immers decennialang ongebruikt opgerold geweest. Aan het begin ervan is een beschadiging ontdekt. Aan de hand van foto’s die Vorst maakte, valt te ramen hoeveel herstelwerk er nodig is. Aan de hand van de schrijfwijze kan tegelijk worden nagegaan worden hoe oud de rol is. (Den Hoedt had al laten weten dat de NIG “een volledige restauratie en (her)gebruikname nastreeft”, als de staat van de rol goed is.)
        Wat rabbijn Vorst in de kerkzaal al onmiddellijk kon weerspreken is dat de rol bezoedeld zou zijn, omdat niet-joden hem hebben aangeraakt. Daar is geen sprake van, stelde hij de aanwezigen gerust.
        Daarna ging iedereen huiswaarts, in afwachting van nieuwe ontwikkelingen. Tineke Pennings en haar zoon namen de rol weer mee in de auto, terug naar de zolderkamer.

Rozetta Cohen met haar nichtje Betty

Rozetta Cohen, hier in 1932 gefotografeerd met haar nichtje Betty, is het enige familielid dat in de oorlog door de Duitsers om het leven is gebracht, in Sobibor. Zij was dienstbode en naaister.
Foto RAD (nr. 309_20104)

Verpleegster Cornelia Jacoba, de zus van Rozetta

Verpleegster Cornelia Jacoba, de zus van Rozetta, wist de oorlog te overleven. Zij overleed in Dordrecht op 14 april 1990, 89 jaar oud. De foto is gemaakt op 6 september 1930.
Foto RAD (nr. 309_15937)

Meijer Michiel

Cornelia is de ene helft van de tweeling Cohen, Meijer Michiel de andere. Ook hij wist ondanks de Holocaust in leven te blijven. Deze foto toont hem op oudere leeftijd, eind jaren veertig.
Foto RAD (nr. 552_323126)

Grafstenen van Meijer Michiel en Gesina

Meijer Michiel overleed in Dordrecht op 21 februari 1958, dit is zijn grafsteen op de Dordts-joodse begraafplaats. Zijn vrouw Gesina stierf in Amersfoort, op 8 december 1998, 92 jaar oud. Maar ook zij is in Dordrecht begraven.
Foto’s Website ‘Het Stenen Archief’

Vader
Mike Cohen wordt benaderd, de Dordtenaar die zozeer Amerikaan is geworden dat hij het Nederlands nog wel kan spreken en lezen, maar liever in het Engels schrijft. Weet hij misschien hoe zijn vader Jos, of anders zijn grootvader Meijer Michiel, indertijd aan de Thorarol is gekomen?
        “Nee”, e-mailt hij vanuit North Brunswick Township, een plaats in New Jersey, “not that I know or remember. Dit is trouwens de eerste keer dat ik hoor dat de Thorarol is opgeslagen in de metaalhandel Jos. Cohen en Zoon.”
        “Ik denk”, vervolgt Mike Cohen, “dat mijn vader Jos die Thora is vergeten. Ik weet dat toen wij in de VS aankwamen in 1977, en een paar jaar later de Dordts-joodse gemeenschap overging naar de Rotterdamse, mijn vader via Rotterdam heeft geprobeerd een van de rollen van onze Dordtse gemeente naar Somerset te krijgen. Daar waren we nu lid van. Hij wilde dat de Thorarol naar Temple Beth El werd overgebracht, de synagoge. Maar dat is er nooit van gekomen.”
        Jos Cohen vertrok met zijn gezin heelhuids naar Amerika. Maar hoe is het de andere betrokkenen vergaan – in de oorlog en daarna?
        Het blijkt dat één lid van de familie Cohen in handen van de nazi’s is gevallen, en dat niet heeft overleefd.
        Dat is Rozetta Cohen, de eerste dochter van de operazanger Joseph. Zij is ongetrouwd gebleven. Zij kwam als naaister te werken in het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis aan de Hoge Rijndijk in Leiden. Eerder arbeidde ze als dienstbode en huishoudster.
        Volgens de website ‘Wikipedia’ werden op 17 maart 1943 alle Leidse joden opgepakt, tijdens een razzia onder leiding van Franz Fischer (een van de ‘Vier van Breda’). Enkelen van de 74 bewoners van het weeshuis wisten onder te duiken voordat het werd ontruimd. Maar “alle 51 nog aanwezige kinderen en negen personeelsleden werden gedeporteerd naar Kamp Westerbork en van daaruit naar Oost-Europa. Op vier na zijn alle kinderen en personeelsleden vermoord in de concentratiekampen”.
        Rozetta was een van hen. Zij werd op 26 maart 1943 vermoord in Sobibor, 45 jaar oud.
        Johanna Cohen, haar zus, werd verpleegster. Zij trouwde op 8 januari 1946 met de weduwnaar Henricus Jannes Spit (Den Haag, 23.9.1886 - Den Haag, 5.7.1967). Hij was eerder gehuwd geweest met Petronella Louise Helène Marie Spée, die was overleden op 18 november 1944. Met haar had hij twee zonen gekregen, van wie er een jong is gestorven. Spit was vice-president van de Raad van Nederlands-Indië, en van 1948 tot 1952 persoonlijk adviseur van de keizer van Ethiopië. Johanna overleed in Den Haag op 17 januari 1955, 56 jaar oud.
        Cornelia Jacoba Cohen, de ene helft van de tweeling, trouwde in Dordrecht op 16 augustus 1933 met Pieter van den Bos (Dordrecht, 18.12.1884). Hij stierf op 15 april 1974 in Dordrecht, 89 jaar oud, zij, even oud, op 14 april 1990, ook in Dordrecht.
        Meijer Michiel Cohen is, zoals al vermeld, overleden in 1958.
        Onvermeld zijn nog gebleven de vrouw van Aart senior en Aart junior, respectievelijk Dirkje Sluiters en Annigje Triet. De eerste bereikte een hoge leeftijd: 84 jaar. Zij stierf in Dordrecht op 16 mei 1990. Annigje liet het leven op 78-jarige leeftijd, in Dordrecht, op 13 februari 2010. Op de grafsteen voor haar en haar man staat monter: ‘Altijd komt de lente weer’.

Afstandelijk
        Nadat de eerste versie van dit artikel is geschreven, dringt de redactie van deze website er bij Tineke en Taco Pennings op aan gewoon hun namen te noemen.
        Aanvankelijk wilden zij onherkenbaar blijven, en dat werd gerespecteerd. De drie betrokkenen (vader, moeder en zoon) werden aangeduid met de onpersoonlijke initialen X, Y en Z. Nadien werd deze benaming echter wel erg afstandelijk gevonden – ook door mevrouw Pennings zelf. Na overleg met haar zoon besloot Tineke Pennings de namen volledig ‘vrij te geven’, waarna het artikel werd aangepast, tot deze definitieve versie. De anonimiteit is daarin opgeheven.
        Tot slot: wat zou er volgens de bewaarders van de rol, Tineke en Taco, met de Thorarol moeten gebeuren?
        Zij hebben een tweeledige wens. Graag zouden zij zien, zeggen zij, dat de Thorarol na restauratie “op een plaats komt waar hij gebruikt kan worden. Dan is het verhaal compleet”.
        Maar lukt dat niet, of is restauratie te begrotelijk, dan hebben zij er ook vrede mee als de rol tentoongesteld kan worden in het toekomstige Joods Museum van Rotterdam. “Dat lijkt ons een goed doel, óók omdat er in Dordrecht niets meer is.”
        En Ad Bezemer, wat is zijn wens? “Ik vind het goed dat de Thorarol terug gaat naar waar hij hoort”, zegt hij, doelend op een synagoge.”

Verbonden
Chris den Hoedt, de voorzitter van de NIG in Rotterdam, had een droevige reden om niet aanwezig te zijn in de Wilhelminakerk: zijn “geliefde” vader is overleden, helaas door corona.
        Enige tijd later, de februarimaand is ondertussen aangebroken, meldt hij zich weer bij de redactie van deze Stolpersteine-site, en gaat hij in op vragen. Den Hoedt vertelt dat de Dordtse Thorarol hem “in deze moeilijke tijd niet heeft losgelaten”. “Het verhaal erover vind ik heel erg bijzonder en het emotioneert me.” Dit licht hij verderop toe.
         Allereerst: weet u bij toeval of de Dordtse synagoge gewoonlijk altijd maar één rol in het bezit had, of zou ‘Dordrecht’ er meerdere kunnen hebben gehad?
        Den Hoedt: “Ik heb een artikel gevonden uit het Centraal Blad voor Israëlieten, van 28 augustus 1931. Daarin wordt gesproken over het binnendragen van de Thorarollen (meervoud) bij het 75-jarig jubileum van de Dordtse synagoge. Er wordt niets geschreven over het exacte aantal, maar omdat er staat ‘Sifrei Thoros’, kan daaruit afgeleid worden dat het er meer dan één betreft.” (Zie: delpher.nl/nl/kranten/)
        Wat is voor u de cultuur-historische waarde van de Thorarol?
        “Bij een Thorarol is het praktisch niet mogelijk om te spreken van een cultuurhistorische waarde. De waarde zit ’m voor ons namelijk bovenal in het geschrevene. De Thora is het heiligste boek in het jodendom en een andere waarde eraan toekennen zou voor ons niet gepast zijn.
        “Door de Thora zijn wij niet alleen onderling verbonden, het is ook de connectie tussen de verschillende generaties. De Thorarol staat voor ons óók symbool voor de band die wij hebben met de gemeenschappen en generaties die voor ons waren, in dit geval specifiek met de Dordtse gemeenschap.
        “Het bijzondere aan deze Thorarol is het verhaal van het moment van verstoppen tot de vondst ervan. En hoe de Thorarol zijn weg uiteindelijk terug vindt en hopelijk weer in gebruik genomen kan worden bij de diensten in onze synagoge.”

Chris den Hoedt

Chris den Hoedt, de voorzitter van de Joodse Gemeente in Rotterdam: “De vondst van de Dordtse Thorarol is een klein wonder.”
Foto Privébezit

Specialisten
Is er al enig idee hoe oud de rol is en door wie hij is geschreven?
        “Om antwoord op deze vragen te geven is nader onderzoek nodig door specialisten. De leeftijd is wellicht eerder bij schatting te bepalen dan de schrijver van de rol, maar onderzoek zou misschien deze zaken kunnen duiden.
        “Wij zijn reeds in de archieven van joodse publicaties op zoek of we artikelen kunnen vinden over de ontvangst danwel de ingebruikname van de Thorarol in de sjoel in Dordrecht. Maar dit zal enige tijd gaan vergen. Mochten we hier iets over vinden of mocht het onderzoek resultaat opleveren, dan houden we de werkgroep Stolpersteine op de hoogte.”
        Is de maker te herkennen aan stijlkenmerken van het handschrift?
        “Dit zou voor een kenner van stijlkenmerken misschien mogelijk zijn, maar de kans hierop achtten wij zeer klein, door de zware eisen die aan het geschrift van Thorarollen worden gesteld.” 
        Wat vond u zélf van de vondst na al die decennia?
        “Het is een klein wonder dat de Thorarol na zovele jaren teruggevonden is. Niet alleen is de joods-Dordtse gemeenschap in de oorlog zwaar getroffen, ook veel Dordts-joods erfgoed is in die tijd uit de synagoge verdwenen. Slechts enkele attributen uit deze synagoge zijn na de oorlog teruggevonden. Deze zijn in ons beheer en worden ook nog gebruikt.
        “Een Thorarol heeft een centrale plek in het jodendom én binnen de religieuze diensten van een gemeente. Dat na zo’n lange tijd deze Thora die plek weer in zou kunnen gaan nemen is van grote betekenis.
        “Persoonlijk raakt de vondst mij óók, omdat voorouders actief betrokken waren bij de oprichting van de Dordtse-joodse gemeenschap. Zo ontving ik onlangs nog informatie over een voorvader die de oprichter geweest schijnt te zijn van de joodse begraafplaats ‘de Hoogt’ in Dordrecht. Deze historische familiebanden met Dordrecht maken dit verhaal nóg specialer.”

***

Den Hoedt, gevraagd of het vaker voorkomt dat Thorarollen na lange tijd weer opduiken, vertelt dat daar inderdaad wereldwijd enkele verhalen over bekend zijn. Maar van zo’n vondst in Nederland is hem niets bekend.
        Tot slot: wat gaat er nu denkelijk gebeuren met de Dordtse Thorarol?
        “Wij gaan in overleg met de familie die deze Thorarol in beheer heeft. Onze rabbijn Vorst heeft de foto’s doorgestuurd naar een expert op het gebied van restauratie van de rollen. De eerste indruk is positief en het lijkt er op dat volledige restauratie mogelijk is. Nadere studie is nog wel vereist, want foto’s alleen vertellen niet het hele verhaal. Graag zou ik met de familie en andere betrokkenen willen bespreken hoe we dit het best kunnen uitvoeren en welke mogelijkheden er zijn. De kosten voor restauratie zullen wij op ons willen nemen. Indien mogelijk willen wij de Thorarol laten restaureren, om deze opnieuw (feestelijk) in gebruik te nemen in onze sjoel. Op het eerste oog lijkt dit dus mogelijk. En dat zou het mooiste en meest passende sluitstuk zijn.”

(Met medewerking van archiefonderzoekster Erica van Dooremalen.)

 



< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'