Het voorbije joodse dordrecht

Levensreddende diefstal van persoonsbewijzen
bij V&D in Dordrecht na 78 jaar opgehelderd

ansichtkaart van het Dordtse filiaal van V&D op het Scheffersplein

Een ansichtkaart van het Dordtse filiaal van V&D op het Scheffersplein, daterend van omtreeks 1939. In die tijd werkte Henk Wientjes in dit warenhuis als chef van de huishoudelijke afdeling.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (RAD, nr. 552_4-03367)


Henk Wientjes

Dit is Henk Wientjes zelf, gefotografeerd in de studio van de Dordtse fotograaf H.G. Beerman op het Vrieseplein, op 29 juli 1936.
Foto RAD (nr. 309_26447)

Na 78 jaar is dat vergrijp dan eindelijk opgehelderd: de brutale diefstal van twee persoonsbewijzen uit de personeelskleedkamer van V&D in Dordrecht.
        Het strafbare feit werd in 1942 gepleegd door wijlen Hendrikus Wilhelmus Wientjes, chef van de huishoudafdeling bij V&D. En de personen van wie hij het persoonsbewijs pikte, waren Grietje Barendregt en Hendrik Simon den Boef. Voor hen was de diefstal vooral lastig. Want wie zijn persoonsbewijs kwijt was, kreeg weliswaar een tijdelijk en vervolgens een nieuw exemplaar, maar pas na uitgebreid onderzoek.
        Maar wat zij nooit hebben geweten, is dat de persoonsbewijzen hoogstwaarschijnlijk het leven hebben gered van de twee joden die de gestolen persoonsbewijzen gingen gebruiken: Richard en Roza Katan.
        Het was hun zoon, de biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Martijn Katan, die de nobele daad van Wientjes onthulde in een column in de NRC, op zaterdag 2 mei 2020 – zij het nog zonder namen te noemen. De redactie van deze Stolpersteine-site, altijd alert op vermeldenswaardige voorvallen in het (joodse) Dordrecht van de Tweede Wereldoorlog, zocht het fijne ervan uit en kon Katan enkele dagen later melden wat zich rond Wientjes, Barendregt en Den Boef had afgespeeld.
        Dat was rond de dagen dat Nederland (door de coronacrisis op bescheiden wijze) vierde dat het 75 jaar geleden was bevrijd – symbolischer kon het haast niet, die klaarheid over een strafbaar, levensreddend feit.
        Martijn Katan reageerde enthousiast op de bevindingen, die eerlijk gezegd ook te danken zijn aan de digitalisering van gemeentelijke archieven. Van alles viel nu op zijn plaats voor hem, en hij bewonderde zijn vader nog meer. Maar bovenal stond hij nu te popelen om de kinderen van Henk Wientjes te ontmoeten*.
        In dit reconstruerende verhaal: waaróm bestal afdelingschef Wientjes die ene keer zijn eigen personeelsleden?

Richard en Roza Katan, de ouders van Martijn Katan

Richard en Roza Katan, de ouders van Martijn Katan. Zij waren het die van Henk Wientjes een gestolen persoonsbewijs kregen, op naam van de heer en mevrouw Den Boef. Een foto van het persoonsbewijs van Grietje Barendregt (= mevrouw Den Boef) kan hier jammer genoeg niet worden getoond. Martijn Katan wil de afbeelding exclusief houden voor de aanstaande biografie over zijn vader.
Foto’s Privébezit


Lammetjes
In de column van Martijn Katan, geplaatst in de wetenschapsbijlage, ging het juist niet over de diefstal; dat was eerder een bijzaak. In hoofdzaak wilde hij weerleggen dat joden zich in de oorlog als makke lammetjes naar de gaskamers hebben laten jagen of dat er in joodse kringen “heel weinig verzet” is geweest, zoals Eerste-Kamerlid drs. A.T.A (Toine) Beukering van Forum voor Democratie vorig jaar in De Telegraaf zei. Een uitspraak die hij later terugnam en waarvoor hij zijn excuses aanbood.
        Joden zijn wel degelijk actief geweest in het verzet, betoogt Katan. Hij noemt ter illustratie familieleden. Hij inventariseert, korte biografieën schrijvend voor de Joodse Genealogische Kring, dat elf van hen illegaal werk hebben gedaan. “Mijn familieleden voorzagen onderduikers van papieren en geld, brachten geallieerde soldaten in veiligheid en liquideerden gevaarlijke verraders. (…) Mensen blijken onder extreme omstandigheden ongedacht heldendom te kunnen ontplooien”, concludeert hij.
        “Wijd verbreid” was verzet vooral in de joodse middenklasse, stelt Ben Braber in zijn studie Zelfs al wij zullen verliezen, in 1990 gepubliceerd door uitgeverij Balans met als ondertitel ‘Joden in verzet en illegaliteit 1940-1945’. Katan is het met die waarneming eens. “Dit klopt met mijn verwanten. Ze kwamen uit families van winkeliers en onderwijzers, daardoor hadden ze wat spaargeld en nog belangrijker: ze hadden niet-joodse vrienden en relaties.”
        En dan komt hij tot een veelzeggend voorbeeld: zijn ouders, Richard en Roza. Hij vertelt dat toen in de zomer van 1942 de deportaties eraan kwamen, zijn ouders, wonend in Rotterdam, met hun jodenster “al nergens meer mochten komen”. Maar Richard Katan had een niet-joodse zakenvriend die “voor hem twee persoonsbewijzen stal uit de kleedkamer van V&D in Dordrecht”. “Mijn vader voorzag die van pasfoto’s van hemzelf en van mijn moeder. (Later werd zijn specialiteit in de ondergrondse het vervalsen van Ausweise waarmee mensen vrijstelling konden krijgen van dwangarbeid in Duitsland).”
        Nog zo’n voorbeeld van niet-joodse hulp: “Van een niet-joodse buurman hoorden ze over een huisje in Brabant, waar ze naartoe konden, en ze hadden geld genoeg gespaard om het een tijdje uit te zingen.” Katan wil er maar mee zeggen: voor de familieleden in het verzet “waren contacten in de niet-joodse wereld altijd belangrijk”.

Bankastraat

Het gezin Wientjes woonde tot 1960 aan de Bankastraat, op toenmalig nummer 73. Deze archieffoto geeft een indruk van de straat in de jaren dertig. De rij woningen waarin de familie Wientjes woonde, bevond zich aan de overzijde.
Foto RAD/J. van der Weg (nr. 555_10113)

Dit is, in huidige staat, de woning van de familie Wientjes, op tegenwoordig nummer 247, recht achter de boom. Foto Redactie Website


Bronnen
In zijn column identificeert Katan de betrokkenen niet. Wie de zakenvriend was en wie ineens zijn persoonsbewijs miste; het wordt niet vermeld. Maar belangstellenden kunnen die informatie wel achterhalen. Op zijn website zijn namelijk bronnen, cijfers en andere voetnoten te vinden. Het is Henk Wientjes, licht Katan daar toe, die de persoonsbewijzen ontvreemdde van Henk den Boef en Grietje Barendregt. En de buurman die het echtpaar Katan op het huisje wees, was de heer Miolé.
        Daarmee hield de nieuwsgierigheid van ons, de redactie van deze Stolpersteine-website, niet op. Geïntrigeerd vroegen wij ons af wie Henk Wientjes dan wel is. Wat dreef hem? En hoe is het Den Boef en Barendregt vergaan? Wat heeft de diefstal de familie Katan opgeleverd? Wie is er nog in leven, 78 jaren later? Hoopvol werd een speurtocht in gang gezet.
        Om met de aanstichter van dit verhaal, Martijn Bernard Katan, te beginnen: hij is een naoorlogs kind, geboren in Arnhem in 1946. Hij heeft een jongere zus, ze heet Julie Eva. Beiden zijn nakomelingen van Richard Katan (Rotterdam, 22 juli 1917) en Roza Roos (Rotterdam, 10 september 1917). Het echtpaar trouwde in de oorlog, in de eigen woonplaats Rotterdam, op 27 december 1940. Richard had een groothandel in huishoudelijke artikelen.
        Richard en Roza hebben de Holocaust overleefd, in tegenstelling tot Roza’s ouders en de grootouders van moederszijde van Martijn Katan: Barend Salomon Roos (Rotterdam, 9 juli 1883) en Sara Betje Abas (Rotterdam, 20 november 1886), Zij zijn tegelijk vermoord in Auschwitz, op 19 oktober 1942, op respectievelijk 59- en 55-jarige leeftijd. Terzijde: elders op deze website, in verhaal 111, komt Martijn Katan ook ter sprake, maar in een minieme bijrol. Hij is namelijk een verre verwant van Barend Josua Katan, die de laatste rabbijn van Dordrecht zou zijn.

gezinskaart van de familie Wientjes

De gezinskaart van de familie Wientjes, voor- en achterzijde. Henk Wientjes kwam in juli 1935 vanuit Geleen naar Dordrecht. De kaart vermeldt nog pas 1 kind, maar het zouden er in totaal acht worden, inclusief een baby die in 1939 levenloos ter wereld kwam.
Foto’s RAD

Acht
Henk Wientjes, voluit Hendrikus Wilhelmus geheten, is geen geboren Dordtenaar. Hij kwam ter wereld in Arnhem, op 7 juni 1906. Op 21 september 1938 trouwde hij met de al even katholieke Gerarda Johanna (Ger) Feelders, in Schiedam geboren op 22 februari 1916. Drie jaar eerder streek Henk Wientjes al neer in Dordrecht, op 4 juli 1935, komende uit Geleen. Hij vestigde zich in de Cornelis van Beverenstraat, op nummer 16 rood (thans: 30). Ger voegde zich na het trouwen bij hem. Enkele weken later, op 5 oktober 1938, verhuisden zij naar de Bankastraat, naar nummer 73 (later 83, nu: 247).
        Op de gezinskaart in het archief staat één kind vermeld: Maria Magdalena (‘Ria’), geboren op 27 mei 1940. Maar in werkelijkheid kregen Henk en Ger beduidend meer kinderen, zeven, welbeschouwd zelfs acht: het allereerste kind bleek bij de geboorte op 1 juni 1939 levenloos. De zeven anderen zijn allen in Dordrecht geboren. Eén van hen, Joseph Eric Maria (1949), is slechts 2,5 jaar oud geworden. Hij overleed op 29 september 1951 na te zijn overreden door een auto. De overigen zijn, los van Ria en Eric: Berry (1942), Frederikus Paulus (‘Fred’, 1944), Toos (15 augustus 1946), Loes (1948) en Jacqueline (1959).
        Deze aanvullende familiegegevens zijn ons verstrekt door Toos Wientjes, die in Ulvenhout opgespoord kon worden doordat zij op de website van het Regionaal Archief Dordrecht (RAD) bijschriften bij foto’s van haar familie leverde. Een archiefmedewerker bracht ons vervolgens in contact met deze Toos. In de beeldbank van het RAD bevindt zich een handjevol foto’s van de Wientjes: een van vader Henk Wientjes, gefotografeerd door de lokale fotograaf H.G. Beerman op 29 juli 1936, twee van zijn eerste dochter Maria (gefotografeerd op 29 november 1940 en op 22 september 1941) en twee van het 12,5 jubileum van vader Wientjes bij V&D. Deze foto’s staan bij dit artikel afgebeeld.
        Bij diezelfde V&D, als onderneming inmiddels opgeheven, hebben overigens de ouders van Toos elkaar ontmoet. “Mijn moeder werkte daar ook. En toen ze verkering kreeg met mijn vader, moest ze er weg. Dat mocht niet in die tijd.”

Maria Magdalena

Dit is tweemaal het oudste kind van het gezin, Maria Magdalena, geboren op 27 mei 1940. Het is als baby gefotografeerd op 29 november 1940 en als 1-jarige op 22 september 1941, in de studio van Beerman.
Foto’s RAD (nrs. 309_ 32670 en 309_34228)

geboorte Berry, Frederikus Paulus en overlijden Joseph Erica Maria

↑ In de ‘Dordrechtsche Courant’ van 23 juli 1942 wordt de geboorte meegedeeld van een tweede kind, Berry.
Foto Krantenbank RAD

↑ Joseph Erica Maria, kind nummer zes, geboren in 1949, verongelukt na 2 jaar op 29 september 1951, hij werd overreden door een auto. Foto RAD

↑ Op zondag 26 maart wordt het derde kind geboren, Frederikus Paulus. Foto Krantenbank RAD


Zakenvriend
Hoe kenden Richard Katan en zijn zakenvriend Henk Wientjes elkaar? “Hoogstwaarschijnlijk”, vermoedt Martijn Katan, “leverde mijn vaders zaak, Richard Katan & Co’s Groothandel in Rotterdam, huishoudelijke artikelen aan V&D in Dordrecht en hebben ze elkaar zo leren kennen.”
        Toos Wientjes komt tot een eendere slotsom: “Wij als familie denken dat papa de Katans beroepshalve kende, maar dat ze ook iets meer waren dan collega’s. Want anders komt zo’n vraag niet [om persoonsbewijzen te stelen, red.]. Mijn vader was niet alleen chef van de huishoudafdeling bij V&D, hij was er ook inkoper; zo ging dat vroeger. Hij ging fabrieken en bedrijven af om in te kopen en kende zodoende veel mensen, veel handelaren – die veelal joden waren.”
        Weet Toos wellicht waaróm haar vader de persoonsbewijzen heeft gestolen? Nee, reageert ze, maar “waarschijnlijk was het om Richard en Roza Katan te helpen”. Ze vervolgt: “Ik dacht gehoord te hebben dat het verzoek van de Katans kwam, of van iemand uit hun omgeving. Mijn vader was wel bang om betrapt te worden, maar heeft het toch gedaan. Mijn vader kennende zal hij er best mee in zijn maag hebben gezeten, maar de levens van die mensen wogen zwaarder.”
        Henk Wientjes eigende zich de persoonsbewijzen toe van Grietje Barendregt en Hendrik Simon den Boef. Dat van Grietje is bewaard gebleven; Martijn Katan stuurt er een foto van. Op het persoonsbewijs van Grietje staat dat zij is geboren op 16 januari 1921 en aanvankelijk woonde aan de Lindtsche Benedendijk nummer 19. Dit klopt. In de burgerlijke stand van Zwijndrecht staat een Grietje Barendregt geboren op die dag en geregistreerd op dat adres. Dat deze persoonsgegevens echt zijn, is overigens minder vanzelfsprekend dan het lijkt: in de oorlog circuleerden er talloze vervalste persoonsbewijzen, waarvan soms ook het adres was veranderd.
        Grietje is een dochter van Dirk Barendregt (Groote Lindt, 4 maart 1869) en Maria van Rijswijk (H.I. Ambacht, 13 november 1878). Zij trouwden op 11 april 1901 in Zwijndrecht en kregen zeven kinderen, van wie Grietje het zesde was. Op haar persoonsbewijs staat dat Grietje van beroep hulp in de huishouding was, maar in 1942, ten tijde van de diefstal, moet zij dus werkzaam zijn geweest bij V&D. Uit de personeelsgarderobe is immers haar identiteitsbewijs gejat.

gezinskaart van Hendrik Simon den Boef

De gezinskaart, voor- en achterzijde, van Hendrik Simon den Boef, een van de personeelsleden van V&D van wie Henk Wientjes het persoonsbewijs stal. Den Boef is in Dordrecht geboren op 31 december 1926.
Foto’s RAD

Matroos
De andere gedupeerde is Hendrik Simon den Boef. Welke Hendrik den Boef het betrof, was niet eenvoudig te traceren. Op de persoonskaart van Grietje staat in groen-grijze inkt dat ze gehuwd was met “Den Boef, H.S.”. Dit was er door Richard Katan eigenhandig op geschreven, want in werkelijkheid hadden Grietje en Henk den Boef niets met elkaar; ze kenden elkaar misschien niet eens. Maar er wordt in diezelfde inkt op het andere blad óók een nieuw adres genoteerd: Viottakade 119, Dordrecht. En dat schoot op. Daardoor kon de identiteit van de correcte Den Boef worden vastgesteld. Want op de Viottakade heeft volgens archiefgegevens daadwerkelijk een Hendrik Simon den Boef gewoond, tot 13 september 1945. Hij is geboren in Dordrecht op 31 december 1926, en werkte kennelijk bij V&D, wellicht als loopjongen. Later werd in gedigitaliseerde politieberichten als zijn beroep ‘matroos’ en ‘expeditieknecht’ genoteerd.
        Waarom werd van uitgerekend Den Boef en Grietje het persoonsbewijs verdonkeremaand? Had Wientjes deze mensen willekeurig gekozen of met opzet? Toos Wientjes heeft geen idee, zegt ze. “Ik weet het niet precies. Maar er was iets mee. Ik kan er de vinger niet opleggen, en mijn familie weet het ook niet meer. De weinige keren dat hier over gesproken is, heeft het wel de indruk achtergelaten dat het (stelen) een heel gedoe was en de nodige stress opleverde. Ik dacht me te herinneren dat de persoonsbewijzen van personeelsleden waren, maar pin me er niet op vast.”
        Van de gedupeerden, Barendregt en Den Boef, heeft de familie Wientjes “nooit meer iets gehoord”. Ze zullen vreemd opgekeken hebben toen hun persoonsbewijzen plotseling waren verdwenen, maar wie moesten ze ervan beschuldigen? “In ieder geval hebben mijn ouders ons niet verteld hoe het is afgelopen. Mijn vader sprak niet veel over de oorlog. Het was meer mijn moeder; pa vulde weleens wat aan als het hem gevraagd werd. Hij was wat dat betreft best zwijgzaam.”
        Haar moeder, Ger, vertelde zo een keer dat zij zelf een vals persoonsbewijs had, omdat zij het echte aan een joodse onderduikster had gegeven. “Die zat dan weer een paar dagen op de zolder. Zo deden ze dat.” Ook andere onderduikers zaten op die zolder. Toos: “Ik heb nog wel een ring met jadesteen, die mijn moeder van een of andere onderduiker heeft gekregen. Leuke herinnering. De ring is nu in mijn bezit. Die is niet veel waard, denk ik.” Van wie de ring afkomstig is, weet Toos niet, evenmin weten zij of haar zus hoe de onderduikers heetten. “Jammer, maar het is niet anders.”
        In de kelder van de familie Wientjes hield zich ook een onderduiker verborgen, ene Giet Verroen. “Die kelder was alleen toegankelijk via een luik in de kamer, waar een kleed overheen lag en waar een stoel op stond. Mijn vader heeft daar ook nog ondergedoken gezeten, zeker als er weer een razzia in de straat was [om mannen te vinden voor de Arbeitseinsatz, red.]. Als de kust nog niet veilig was, stond mijn moeder voor het raam en zong dat bekende liedje: ‘Blijft zitten waar je zit en verroer je niet’.”
        Giet Verroen is naderhand “jarenlang een huisvriend geweest”, zegt Toos. “Oom Giet noemden wij hem.” Hij was naar Amsterdam vertrokken, maar kwam regelmatig langs. Haar moeder kreeg elk jaar van Giet een fles Chanel 5. Dat stopte op een bepaald ogenblik. “Niemand weet waarom.”
        Wie Giet Verroen is, of hoe hij voluit heette, is vooralsnog niet bepaald kunnen worden.

gezinskaart van Grietje Barendregt

Het andere personeelslid dat het persoonsbewijs kwijtraakte, was Grietje Barendregt.
Zij is afkomstig uit Zwijndrecht, geboren op 16 januari 1921.
Foto RAD

Zomerhuisje
De gestolen persoonsbewijzen stelden Richard en Roza Katan in staat om zich uit te geven voor het echtpaar Den Boef. Op 29 juli 1942 gingen zij van Rotterdam naar Udenhout. Daar verbleven zij de maand augustus van 1942 in een zomerhuisje in Udenhout, een kleine boerderij. “Niet als onderduikers, maar gewoon als meneer en mevrouw Den Boef, die een huisje voor de vakantie huurden.” Het adres ervan? Katan: “Er werd nooit een straat vermeld. Kennelijk was ‘Van Ostade, Udenhout’ genoeg.”
        Het echtpaar kon niet lang in Udenhout blijven. “Met het aflopen van het vakantieseizoen zouden ze te veel zijn gaan opvallen.” Maar dankzij hun valse papieren konden ze gewoon een kamer huren in Arnhem, waar ze op 10 september arriveerden. “Hier konden ze zich vrij bewegen − voorzover iemand zich in die tijd vrij kon bewegen.” Ze bleven in Arnhem wonen, totdat de stad eind september 1944 werd geëvacueerd en Richard en Roza de Veluwe op moesten. En daar slaagden Richard en Roza er tot aan de bevrijding met succes in om zich onder de naam van Den Boef te blijven bewegen – en aan de Holocaust te ontsnappen.
        Toos Wientjes meldt dat de Katans zich volgens haar oudste zus Ria ook een tijdje in de Biesbosch hebben verstopt, maar dat betwijfelt Martijn Katan. “Dat heb ik nog nooit gehoord. Er hebben wel andere familieleden in Boxtel, Voorburg en Rotterdam ondergedoken gezeten.”

echtpaar Wientjes

Twee foto’s van het echtpaar Wientjes, de ene is gemaakt begin jaren vijftig, de andere begin jaren zestig.
Foto’s Familiebezit


Henk Wientjes

De foto toont dat Henk Wientjes, bij zijn afscheid van V&D in Dordrecht in 1953, een schilderij krijgt aangeboden door de heer Beerendse, directeur van V&D (rechts).
Foto’s Familiebezit

Streepjes
Nog eens terugkerend naar het persoonsbewijs van Grietje, vertelt Katan hem dat hem door de bevindingen van de redactie allerlei merkwaardigheden duidelijk zijn geworden, “essentiële puzzelstukjes”, die hij zelf maar niet op hun plaats wist te leggen. Hij wist al dat zijn vader het persoonsbewijs van Grietje voor zijn moeder had “verbouwd”, maar niet exact hoe. Hij gaat er, enigszins opgewonden, op in.
        Hij kende bijvoorbeeld niet het verband tussen Henk Wientjes en V&D. Zijn moeder was stellig dat Wientjes de persoonsbewijzen voor hen had gestolen uit de kleedkamer van V&D. Maar “hoe kwam hij daar in?”, vroeg Katan zich af. Dat is nu duidelijk geworden, Wientjes was er afdelingschef, als zodanig had hij er makkelijk toegang.
        Dat adres Viottakade 119, geschreven in de groen-grijze inkt. Daarachter staat de paraaf ‘HT’, zogenaamd van de ambtenaar die deze adresverandering noteerde, en daaronder een horizontale streep met heel klein een verticaal streepje. Precies op die manier heeft Katan zijn vader ook “honderden keren” zijn handtekening zien zetten: RKatan, streep, streepje. Dat hij dat ook op het persoonsbewijs deed, noemt zijn zoon: “Brutaal als de beul!”
        Dat Richard Katan Grietje “liet verhuizen” naar de Viottakade, het adres van Hendrik den Boef, vindt Katan verder “op zich natuurlijk wel logisch”. “Anders had dat vragen opgeroepen. Nu zij waren getrouwd, was het onbestaanbaar dat zij in Zwijndrecht bleef wonen.”
        Het meest opvallend in deze kwestie is het geboortejaar van Henk den Boef. Hij was geboren in december 1926 en dus vijftien in 1942, terwijl de man die ermee rondliep, Richard, 25 jaar oud was. Tien jaar is nogal een verschil, en mocht een jongen van vijftien al trouwen? Toch gaf Richard zich uit voor Henk en liet Henk en Grietje zogenaamd trouwen. “Hij had geen keus, want dit was het persoonsbewijs dat Henk Wientjes voor hem bemachtigd had. Een persoonsbewijs was verplicht vanaf 15 jaar, en Henk den Boef was het zijne al na een halfjaar kwijt. Het feit dat bij politiecontroles hier niemand over viel, versterkte Richards gevoel dat de Duitsers een blind geloof in papieren en stempels hadden, en dat ze daardoor gemakkelijk om de tuin waren te leiden”, aldus Martijn Katan.

Toos Wientjes

Toos Wientjes (1946) is de dochter via wie contact kon worden gelegd met de familie Wientjes. Zij verschafte de redactie uiteenlopende gegevens.
Foto Privébezit

Arrestatie
Er is meer opgeklaard, vervolgt Katan. Hij herinnert zich een gesprek met zijn vader over verhoren in de gevangenis van Scheveningen. Richard was in het voorjaar van 1944 in de trein gearresteerd, verdacht van verzetswerk. “Die verdenking was terecht, hij zat er tot zijn nek in en alles op zijn persoonsbewijs was vals. Tijdens de verhoren hield hij echter stijf en strak vol dat alleen zijn geboortedatum aangepast was. Hij was jonger gemaakt om zo uit de Arbeitseinsatz te blijven. De Sicherheits Dienst wist niet door dat verhaal heen te prikken en na drie maanden gevangenis en concentratiekamp kwam hij weer vrij – hoe, is een verhaal apart.
        “Toen ik een paar jaar geleden begon aan zijn biografie wist ik me met dat geboortejaar echter geen raad. Ik wist niet wat er bij de arrestatie voor geboortedatum op zijn persoonsbewijs stond, maar op de papieren van na zijn vrijlating stond het geboortejaar 1922, zoals te zien is op een ontvangstbewijs voor een persoonsbewijs, uitgereikt te Arnhem, aan een Hendrik Simon den Boef, geboren op 22 juli 1922 in Rotterdam.”
        22 juli is de geboortedag van Richard Katan, niet die van Den Boef. Maar het jaar 1922 is vijf jaar bezijden de waarheid, Katan is van 1917. “Ik betwijfelde of iemand van 1922 jong genoeg was om uit de Arbeitseinsatz te blijven, dus hoe kon hij dan tegen zijn ondervragers volhouden dat de vervalsing draaide om dat geboortejaar? Maar nu weet ik dat op het persoonsbewijs van de echte Henk den Boef 1926 stond, valt alles op zijn plaats: wie zo jong was zou niet in de Arbeitseinsatz hoeven.”
        Martijn Katan is blij dat de ongerijmdheden nu zijn ontraadseld, en zegt tot slot, trots: “De moed-der-wanhoop waarmee hij zich als 25-jarige voor een jongen van 15 uitgaf, werpt een nieuw licht op mijn vader. Zo handel je dus als het je enige kans is. En je houdt de moed erin.”

Martijn Katan

Martijn Katan, de man die nevenstaand verhaal aanzwengelde via een column in de ‘NRC’, herdacht op 18 april 2017 in de Dordtse Rozenhof een verre verwant van hem, de rabbijn Barend Josua Katan. Er was zojuist een Stolperstein voor Katan in de straat aangebracht.
Foto Redactie Website

Dwangarbeider
Hoe liep af met alle betrokkenen?
        De echte Grietje Barendregt trouwde op 15 januari 1944 in Hoge en Lage Mierde met Hendrikus Cornelis Augustijn (Axel, 6 mei 1919). Zij baarde tweemaal een levenloos kind: op 15 juli 1949 in Helmond en op 23 augustus 1956 in Zeist. Van haar is in openbare bestanden geen overlijdensdatum gevonden .
        Dit geldt ook voor de echte Henk den Boef. De genealogische website ‘My Heritage’ beweert dat hij in 1991 is overleden op 64-jarige leeftijd, maar daar is geen tweede bron van gevonden tot nog toe. De verhuisbewegingen van Den Boef zijn wel aangetroffen, op de website dordtenazoeker.nl. Op 13 september 1945 vestigde hij zich in de Jacob Catsstraat 54 (nu: 64), op 12 december 1952 trok hij vandaar naar de Buizerdstraat 11a zwart (nu 35), om ten slotte per 15 december 1952, dus al na drie dagen, verder te gaan, naar de Kerkstraat 8a in Alblasserdam. Hierna is Den Boef niet meer te traceren.
        Henk den Boef is in de oorlog naar Duitsland gestuurd of gegaan, waarom is niet bekend. Dit blijkt uit gedigitaliseerde lijsten van inentingen in Dordrecht. In het inentingsbureau aan het Kasperspad kreeg hij op 19 juni 1945 als “gerepatrieerde uit Duitsland” zijn injectie. Hij woonde weer op het adres Viottakade 119. Als herkomst staat vermeld ‘Lunenburg’, hiermee zal ‘Lüneburg’ zijn bedoeld. Den Boef is maximaal anderhalf jaar in Duitsland geweest, want op 5 januari 1944 kreeg hij in Dordt van opperwachtmeester H. Bar nog een bekeuring “ter zake wielrijden zonder licht”.

Richard Katan overleed op 1 september 1976

Richard Katan, de vader van Martijn Katan, overleefde de Holocaust, misschien wel juist door de persoonsbewijzen die Wientjes stal voor hem en zijn vrouw Roza. Richard Katan overleed op 1 september 1976, zoals bekend werd via de ‘NRC’ van 6 september.
Foto Delpher

        De ouders van Martijn Katan: zij bleven na de oorlog nog een aantal jaren in Arnhem wonen, maar gingen toen terug naar Rotterdam, waar zowel Richard’s als Roza’s voorouders al vele generaties hadden gewoond. Zij zijn altijd Rotterdammers gebleven, zoals de Katans dat al vele generaties waren. Vader Richard overleed op 1 september 1976, 59 jaar oud, moeder Roza decennia later, op 16 september 1997, 80 jaar oud.
        Hendrikus Wientjes blijft tot 8 november 1960 met zijn uitgebreide gezin in Dordrecht wonen, aan de Bankastraat. Hij wordt bedrijfsleider van V&D in Oosterhout en verhuist om die reden, naar de Bouwlingstraat 24. Vóór die tijd, vult dochter Toos aan, werkte hij al bij V&D in Breda en Bergen op Zoom. Hij treinde op en neer tussen die gemeenten en Dordrecht. Op het adres in Oosterhout zijn hij en zijn vrouw tot aan hun dood blijven wonen. Hendrikus Wientjes stierf op 17 april 1983 (76), Gerarda twee jaar eerder, op 29 juli 1981 (65). De meesten van hun kinderen zijn in Brabant gebleven.

***

De echtparen Katan en Wientjes hebben later, in en na de oorlog, nog contact met elkaar gehad. Wientjes stuurde zelfs een felicitatietelegram bij de geboorte van Martijn.
        Martijn Katan bezit twee brieven van Henk Wientjes aan Richard Katan, gedateerd Dordrecht 6 september en 13 december 1944. Hij vertelt erover: “De eerste is gesigneerd met Ger en Henk. Dat is verwarrend, want mijn vader en moeder heetten in die tijd ook Ger en Henk [den Boef, red.] Mijn moeder vond ‘Grietje’ geen mooie naam en noemde zich daarom Gerrie. Wientjes spreekt in de tweede brief over drie kinderen. Ria, de oudste, vraagt wanneer Oom Henk (Martijns vader) weer komt.”
        Er werden kennelijk ook goederen uitgewisseld. Katan bedankt als Henk den Boef [hij moest het rollenspel volhouden] “voor de zemen die Wientjes heeft kunnen ruilen tegen slaolie”. “Ik vond ook een rekening op het adres Bankastraat 73; kennelijk had mijn vader daarmee van doen.”
        Op enig moment in 2020 gaat Martijn Katan de leden van de familie Wientjes ontmoeten. Katan kijkt er naar uit. Toos Wientjes kent hem niet. “Dat is niet zo gek, want ik heb tien jaar in Frankrijk gewoond.” Ze zegt dat bij haar oudste broer en zus de bevindingen van de redactie, “nogal wat teweeg hebben gebracht” − net als bij de Katans trouwens.
        Ze besluit hiermee: “Ik ben blij voor de familie Katan dat mijn vader een positief radertje in het geheel is geweest. Dat hij niet heeft weggekeken. Hij kon niet tegen oneerlijkheid en onrechtvaardigheid. Hij was een stille held, net als zovelen.”
        Op zijn beurt is Martijn Katan er zeker van: de diefstal van Wientjes heeft “hoogstwaarschijnlijk mijn ouders het leven gered” − waarna hij geboren kon worden.

[Met medewerking van Erica van Dooremalen.]
[*Leden van de families Wientjes en Katan hebben elkaar inmiddels ontmoet, red.]

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'