Het voorbije joodse dordrecht

De heldendaad van Jaap Kann

Jaap Kann

Jacob Kann: zijn afleidingsmanoeuvre redde zijn zoon.
Foto Regionaal Archief Dordrecht (309-29408).

Dordtenaar Jacob Hendrik (Jaap) Kann zou een onbekende zijn gebleven – zo’n anonieme figuur uit het verleden, hooguit bekend bij nog levende familieleden en collega’s – als zijn heldendaad niet was geboekstaafd op een historische website.
         Jacob Kann was tussen 1929 en 1942 bedrijfsleider bij EMF Dordt, de trotse Willem Smit & Co’s Electromotorenfabriek Dordrecht, die van 1911 tot 1977 kloek aan de Korte Parallelweg stond te wezen. Honderden Dordtenaren hebben in deze fabriek gewerkt. Eind 1976 werden alle activiteiten overgeheveld naar Hengelo, waar nog een werkmaatschappij van het overkoepelende Holec-concern stond. Veertig tot vijftig werknemers konden meeverhuizen; tweehonderd werden er ontslagen. In 1977 werd EMF definitief gesloten.

Luchtfoto EMF Dordt

Bedrijfsblad met luchtfoto van EMF Dordt.
Foto Holec Historisch Genootschap
(www.holechistorie.nl)

Website
De geschiedenis van EMF Dordt staat beschreven, voorzien van tientallen nostalgische illustraties, op de website die het Holec Historisch Genootschap in 2003 ontwikkelde. Het genootschap verzamelt informatie en afbeeldingen van alle Holec-bedrijven, vanaf hun oprichting tot op heden. De oprichtingsgeschiedenis komt aan de orde, de bestuurders, de produktontwikkelingen, het personeelsbeleid, samenwerking, fusies, overnames, en soms ook: de neergang. Een fotoalbum is een vast onderdeel van de site, die vooral wordt bijgehouden door Willy Ahlers en Rudo Hermsen.
         Enigzins verborgen tussen alle bedrijfsverhalen over de EMF Dordt staat die moedige daad van Jacob Hendrik Kann. De oorlog is uitgebroken en de site meldt dat Kann, die van joodse komaf is, in 1942 na een razzia met zijn gezin onderdook. Daarna volgde die actie die Kann ondernam om zijn zoon te redden, een actie die hém het leven zou kosten:
         “In 1943 was Jacob Hendrik Kann met zijn zoontje Otto opgepakt en op transport naar Westerbork gezet. Samen ontsnapten zij door uit de rijdende trein te springen. Na een zoektocht van de Duitsers offerde Jacob zichzelf op door richting soldaten te rennen. Door deze afleidingsmanoeuvre werd Jacob Kann opgepakt, maar kon zijn zoontje ontsnappen. Jacob werd op transport naar Polen gezet en vrijwel direct bij aankomst omgebracht. Zoon Otto overleefde, dankzij de heldendaad van zijn vader, dit vreselijke avontuur.”
         Otto Kann heeft dit voorval naderhand zelf iets preciezer verwoord, in een e-mail. Hij schreef dat zijn vader hem tevoren “zorgvuldig had geïnformeerd over wat te doen als wij kans zouden zien om te ontvluchten”. Nadat zij uit de trein waren gesprongen, moest Otto op de spoorhelling blijven liggen, wat hij ook heeft gedaan. Zijn vader heeft niet gerend. “Daar was in het donker geen sprake van.” Terwijl Jaap Kann zich in de richting van de trein begaf, als afleidingsmanoeuvre, werd hij aangeschoten door een bewaker van de trein. Otto: “Dat heb ik ook gehoord.”
         “Jaap Kann (22.8.1900, Den Haag), die in Dordrecht woonde aan de Hallincqlaan 32, samen met zijn vrouw Dora Julietta Kann-Spanjaard (8.6.1906, Borne), is in Auschwitz vermoord op 28 januari 1944. Zijn vrouw overleed in Huizen, op 4 juni 1944. Niet alleen Otto heeft trouwens de oorlog overleefd, ook de drie andere kinderen.

Kinderen Kann

Twee kinderen van Jacob Kann, en een vriendje van hen,
in het woonhuis aan de Hallincqlaan,
met grootmoeder Juliette Spanjaard-Polak, in 1936.
V.l.n.r. het geredde kind Otto (1929),
Thomas van den Bergh en Elise (1930).
Foto Regionaal Archief Dordrecht (552-303876).

Commentaar
Intrigerende vraag: hoe wisten de geschiedvorsers van de Holecsite van het voorval? Alleen vader en zoon waren er immers bij, plus enkele militairen. Hebben zij wellicht een van de kinderen Kann gesproken? Rudo Hermsen vertelde desgevraagd dat Otto Kann enkele jaren geleden zelf, bij een foto van het gezin Kann op de digitale beeldbank van het Dordtse archief, een reactie had geplaatst. En die hadden zij na enig speuren gevonden, en verwerkt tot een stukje op de Holecsite.
         Otto Kann, over wiens huidige verblijfplaats niets naders bekend is, schreef in het commentaar nog enkele details die hier van waarde zijn. Dat het gezin voorafgaand aan die razzia wist onder te duiken met hulp van “Dordtse vrienden”, zoals dokter Meursing, dokter Romein en mevrouw Nellie Kwikkers uit de Museumstraat. Hij en zijn vader werden desondanks in Huizen, waar zij klaarblijkelijk zaten ondergedoken, door jodenjagers opgepakt en op de trein naar Westerbork gezet. Het was net voordat die trein kamp Westerbork binnenreed, dat de beide Kanns wisten te ontsnappen.
         “In de pikdonkere nacht” ging vader Kann op zoek naar eventuele treinbewakers, terwijl hij zijn zoon intussen de instructies gaf weg te lopen. De militairen zagen hem, grepen hem beet en daarmee was zijn lot bezegeld.

Huis van familie Kann aan de Hallincqlaan

Het huidige huis van de familie Kann aan de Hallincqlaan,
inmiddels zonder de theekoepel
die vroeger tegen de blinde muur stond.

Theekoepel
De woning van de Kanns aan de Hallincqlaan 32 bestaat nog altijd; is zelfs in de zomer van 2013 grondig opgeknapt. Otto Kann vermeldde bij een foto daarvan in dezelfde beeldbank, dat tegen de nu blinde muur vroeger een theekoepel stond, met groene glas-in-lood-ramen. En recht tegenover dit huis, vertelde Koos Molendijk, een andere beeldbankbezoeker, woonde een NSB’er. Hij had dit vernomen van zijn oudere broer Arie, die in 1942 acht jaar was.
         “Heel die joodse familie werd op een dag weggevoerd, de kinderen waren van onze leeftijd”, herinnert Koos Molendijk zich. “Ik weet dit nog goed, omdat we op weg waren naar school en de voordeur openstond. We waren zelfs zo nieuwsgierig dat we stiekem naar binnen gingen. Die moffen hadden alle waardevolle spullen meegenomen. Er lagen vellen met postzegels op de grond in de gang, uit een postzegelboek. Toen we uit school terugkwamen, hadden ze het hele huis leggehaald. Alles lag buiten.”
         Waarschijnlijk is op dat moment een foto van de familie op straat terechtgekomen. De foto werd, zo meldt de Dordtse beeldbank, gevonden “door een schoolmeisje”. De foto, hier afgedrukt, toont twee van de vier kinderen van Jaap Kann met hun grootmoeder Juliette Spanjaard-Polak.
         Het meisje op de foto, tegenwoordig Elise Jaeger-Kann geheten, heeft het oorspronkelijke bijschrift, waarin de baby nog Jacobus J.H. werd genoemd, in een reactie gecorrigeerd. Het juiste onderschrift hoort nu volgens haar te luiden: van links naar rechts: Otto, mevrouw Spanjaard-Polak met Thomas van den Bergh op schoot, en Elise.

[Otto Kann is op 15 april 2017 in Wassenaar overleden, op 87-jarige leeftijd.]

Boekje over middelbare schooltijd Jaap Kann

Over Jaap Kann, Otto’s heldhaftige vader, blijkt een boekje te zijn gepubliceerd, in 1996. De redactie van deze website, die dit niet wist, werd er in april 2016 op gewezen door dr. H.W. (Mineke) van Essen, emeritus hoogleraar pedagogische wetenschappen. Zij was een van de drie wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen die het boekje schreef; de twee anderen zijn M. Doddema-Winsemius en J. Dekker. De uitgave heeft als titel De jongen Jaap Kann. Aantekeningen (1914-1918) van de pedagoog Otto Barendsen, en behandelt de middelbare schooltijd van Jaap Kann in Den Haag, tussen 1914 en 1918.
        Jaap Kann, vertelt Van Essen, “ging in die jaren naar het Nederlandsch Lyceum en werd wegens zijn leermoeilijkheden dagelijks bijgestaan door een huiswerkleraar/coach, de onderwijzer Otto Barendsen (naar wie Jaaps oudste zoon is vernoemd). Barendsen hield in deze periode gedetailleerde dagboeken bij over zijn gesprekken met en bevindingen betreffende Jaap. Die kwamen na zijn dood (in 1923) in het archief van de Groningse hoogleraar psychologie G. Heymans terecht.” En daar ontdekten de drie wetenschappers ze in de jaren negentig, waarna ze er een geannoteerde selectie uit publiceerden. In een epiloog vertelt Jaaps zoon Otto het verhaal dat hierboven staat.
        De dagboeken bevinden zich thans in het archief van het ADNG (Archief- en Documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen). Een kopie ervan is aanwezig in het Haags Gemeentemuseum. Het boek is in diverse bibliotheken verkrijgbaar en staat vermeld op de website van het Digitaal Monument.

        Nog een laatste aanvulling: op vrijdag 11 april 2014 zijn in aanwezigheid van Otto Kann op de Hallincqlaan twee Stolpersteine geplaatst, Dordrechts tweede stel steentjes, bij de voormalige woning van Jaap en Dora Kann.

De omslag van het boekje
De omslag van het boekje Otto Kann was erbij toen in april 2014 de herdenkingssteentjes
voor zijn vader en moeder in de stoep werden geplaatst.
Op de foto staat hij links van de voorzitter van de Dordtse werkgroep Stolpersteine, Arij Boogerman (rode stropdas).
Foto Perry Bos

 


< Terug naar index 'Verhalen over het voorbije joodse leven in Dordrecht'