Het voorbije joodse dordrecht

Overzicht Holocaust-slachtoffers in de familie Rodrigues

Vader:
Mozes (Percy) Rodrigues, Amsterdam, 27 augustus 1909 – Sobibor, 23 juli 1943 (33). Eén dode.

Moeder:
Elisabeth Bertha Engers, Amsterdam 28 mei 1914 – Sobibor, 21 mei 1943 (28). Eén dode.

De kinderen:
        1. Salomon, Amsterdam, 18 maart 1938 (overlevende, emigreerde na de oorlog naar Israël). Eén overlevende.
        2. Benjamin, Amsterdam, 26 september 1939 – Sobibor, 23 juli 1943 (3). Eén dode.
        3. Bertha Elisabeth, Amsterdam, 7 juli 1941 (overlevende, woont thans in Dordrecht). Eén overlevende.

In totaal: drie doden, twee overlevenden
-------------------------------------------
Grootvader en grootmoeder van vaderszijde

Grootvader:
Salomon Rodrigues, Amsterdam, 9 juli 1886 – Auschwitz, 30 september 1942 (56). Eén dode.

Beroep: diamantair en goudsmid. Medeoprichter van de allereerste vakbond in Nederland voor diamantairs. Trouwde op 8 augustus 1907 met de kleermaakster en rijgster Rachel Berclouw en kreeg met haar vijf zonen, onder wie Mozes. Scheidde op 1 juni 1931. Hertrouwde op 5 januari 1938 met de rooms-katholieke Maria Karoline Willink (Emmerik, Duitsland, 14 oktober 1898), die al een dochter had: Francina Maria Willink (Amsterdam, 8 augustus 1930). Het huwelijk eindigde op 20 april 1942 in Amsterdam in een echtscheiding.

Grootmoeder:
Rachel Berclouw, Amsterdam, 16 juni 1887 – Auschwitz, 30 september 1942 (55). Eén dode.

De kinderen:
        1. Aron (‘Arie’) Rodrigues, Amsterdam 3 september 1907 – Dachau, 23 maart 1945 (37). Eén dode.
Beroep: elektromonteur. Trouwde op 14 september 1932 in Amsterdam met een niet-joodse vrouw uit Duitsland: Jenny Hildegard Steffen (Themar, 2 september 1910). Zij hadden twee kinderen:
                1. Jacob en
                2. Benedictus Rodrigues. Woonadres: Danie Theronstraat 30 II. Echtgenote en kinderen hebben de oorlog overleefd. Eén dode, drie overlevenden.
        2. Jacob Rodrigues, Amsterdam, 28 augustus 1908 – overleefde de oorlog in Zwitserland, waar hij op 4 januari 1942 in Vevej trouwde met Maria Elisabeth Lechner (Marzling, Duitsland, 12 maart 1907). Beroep: goudsmit/diamantair. Adres in Amsterdam, vanaf 1 juni 1942: Boterdiepstraat 47 II. Na de oorlog ging het echtpaar vanaf 11 december 1945 in Amsterdam wonen op het Timorplein, nummer 10 I. Eén overlevende.
        3. Mozes Rodrigues, Amsterdam, 27 augustus 1909, zie hierboven
        4. Marcus Rodrigues, Amsterdam, 15 maart 1912 – Mauthausen, 12 september 1941 (29).
Getrouwd met Rachela Rodrigues-Schwarz, Przemysl, 21 maart 1914 – Sobibor, 9 april 1943 (29).
Kinderen:
                
1. Joël Rodrigues, Amsterdam, 23 oktober 1935 – Sobibor, 9 april 1943 (7 jaar),
                
2. Rachel Rodrigues, Amsterdam, 24 februari 1938 – Sobibor, 9 april 1943 (5) en
                
3. Dolf Rodrigues, Amsterdam, 25 december 1939 – Sobibor, 9 april 1943 (3). Vijf doden.
        5. Joël Rodrigues, Londen, 22 mei 1914 – Bergen-Belsen, 16 februari 1945 (30). Beroep: lompensorteerder. Zijn echtgenote, met wie hij op 12 augustus 1942 in Amsterdam trouwde, heeft de oorlog overleefd: Henriëtte Wagenaar, Amsterdam, 27 juni 1922. Eén dode, één overlevende.

In totaal: tien doden, vier overlevenden.
-------------------------------------------
Grootvader en grootmoeder van moederszijde

Grootvader:
Benjamin Engers, Amsterdam, 5 april 1887 – Auschwitz, 21 september 1942 (55). Eén dode.

Beroep: sigarenmaker. Trouwde op 31 mei 1911 in Zaandam met Bertha Reindorp en kreeg met haar vier kinderen, onder wie Elisabeth Berta, de moeder van Bertie.

Grootmoeder:
Bertha Reindorp, Amsterdam, 2 oktober 1876 – Sobibor, 16 juli 1943 (66). Eén dode.

Zij trouwde eerste op 3 januari 1895 in Amsterdam, 18 jaar oud, met de 19-jarige Jacob van Praag, van wie zij scheidde op 2 april 1896. Op 27 november 1902 trouwde zij in Weesp voor de tweede keer, met Moses Reist uit Londen, die op 8 augustus 1908 overleed. Met hem had zij twee kinderen gekregen,
        1. Jozef Reist (Antwerpen, 31 oktober 1904 – Auschwitz, 12 oktober 1944 (39), kapper van beroep) en
        2. Benedictus Reist (Amsterdam, 15 juni 1906 – Auschwitz, 12 oktober 1944, 38 jaar, herenkapper van beroep).
Het huwelijk met Benjamin Engers was haar derde. In totaal drie doden.

De kinderen:
        1. David Engers, Amsterdam, 12 april 1912 – Sobibor, 11 juni 1943 (31).
Beroep: kapper. Trouwde op 2 december 1936 met Niesje Porcelijn (Amsterdam, 13 november 1915). Zij overleefde de oorlog en hertrouwde op 6 april 1949 met Adalbert Thal (Linden a.d. Rijn, Duitsland, 5 december 1913), met wie zij
                1. Paula Rachel Thal kreeg (Amsterdam, 6 april 1949). Haar man overleed op 16 maart 1975 in Bussum. Niesje stierf op 25 april 1980, 64 jaar oud, in Amstelveen. Eén dode, één overlevende.
        2. Elisabeth Bertha Rodrigues-Engers, zie hierboven.
        3. Herman Engers, Amsterdam, 9 oktober 1918 – Sobibor, 21 mei 1943 (24). Eén dode.
        4. Maurits Engers, Amsterdam, 10 april 1921 – Midden-Europa, 31 maart 1944 (22). Hij was op 24 september 1941 in Amsterdam getrouwd met de naaister Klara Hangjas (Amsterdam, 10 mei 1923 – Auschwitz, 19 oktober 1942, 19 jaar). Het echtpaar had één dochtertje,
                1. Bertha Engers, Amsterdam, 17 februari 1942 – Auschwitz, 19 oktober 1942 (8 maanden). Drie doden.

In totaal, inclusief de stiefkinderen Reist, negen doden, één overlevende.


< Terug naar ‘‘Dordtse’ overlevenden, deel 4 en slot: Bertie Rodrigues’